Wetenschap - 21 april 2011

Kijken in een andere tijd

High-speed filmen is tijdreizen. Je verplaatsen in een tijd waarin secondes een eeuwigheid duren. Waar vliegen plotseling kunst wordt. Als deelnemer aan het Wageningse project Vliegkunstenaars krijgen honderden gewone Nederlanders de komende tijd die kans. Over de schouder mogen wij meekijken.

19-Vliegkunstenaars-GA-7333.jpg
'Jullie hebben allemaal ervaring met film of fotografie. Vergeet het. High-speed filmen is compleet anders. Onthoud de techniek, maar vergeet de rest.' Het is negen uur zondagmorgen. In een kleine zaal van Zodiac zitten negen cursisten. Uitverkorenen. De negen behoren tot een select gezelschap dat twee dagen op pad mag met de Phantom, de peperdure hoge-snelheidscamera van docent David Lentink en zijn Vliegkunstenaars (zie kader: vliegkunst). Buiten lonkt de zon, de cursusdag duurt nog tot negen uur 's avonds. Maar daar staat wel wat tegenover, houdt Lentink de moed erin. 'Je gaat dingen zien die nog nooit iemand heeft gezien.'
Een voorbeeld. Lentink laat een filmpje zien van een fruitvliegje dat op het punt staat weg te vliegen. Let goed op, waarschuwt hij. Het vliegje steekt een van de vleugeltjes recht omhoog, alsof hij groet, wacht even en vliegt dan weg. 'Nog nooit door iemand gezien.' Lentink kijkt triomfantelijk rond. 'Altijd eerst die ene vleugel en dan pas de andere. Je ziet dingen die je nooit eerder zag. Dat is nou de kick van het high-speed filmen.' Want dat we dit zien, komt dus door het enorme aantal beeldjes per seconde waarmee het tafereel is vastgelegd. In dit voorbeeld: 5000 beelden per seconde. Afgespeeld in een normaal tempo van 30 beelden per seconde levert dat een enorme vertraging op. Een seconde duurt dan bijna drie minuten, een eeuwigheid. Of, zoals Lentink het uitdrukt: 'Je zoomt in op een klein beetje tijd en blaast dat enorm op'.
Jeroen Voogd uit Ede ziet wel vaker dingen die nog nooit iemand heeft gezien. Hij bestudeert het nachtleven. Gemiddeld eens in de week kun je hem vinden in het pikkedonker van het Planken Wambuis aan de rand van de Veluwe. Daar spant hij zijn laken van twee bij twee meter, zet de generator aan en zet het laken in de schijnwerpers van drie lampen van 250 Watt. En dan maar wachten. Om de vlinders te lokken smeert hij soms wat stroop op de omringende bomen. Dan komen ze wel.
Nachtfilmen in het bos
Voogd is gek van nachtvlinders en hun rupsen. Al van kinds af aan. 'Ik denk dat het die metamorfose is, dat me fascineerde vroeger. Dat zo'n rups zomaar een vlinder wordt.'
Voogd verzamelt de vrouwtjes om thuis rupsen mee te kweken. De Edenaar ziet heel wat fladderen en vliegen op zijn nachtelijke avonturen. Dat wil hij dus filmen. Met speciale aandacht voor de aanloop naar het vliegen. Zeg maar de warming-up. Voogd: 'Vlinders kunnen alleen vliegen als hun spieren op temperatuur zijn: zo'n 30-35 graden. Dagvlinders gebruiken daarvoor de zon. Nachtvlinders doen dat door te trillen met hun spieren.'  
Alle deelnemers aan de cursus hebben zo hun eigen verhaal. Hun eigen redenen om met de Phantom aan de slag te willen. Een vogelaar wil weten hoe zweefvliegen stilhangen in de lucht. Een docent aan de fotoacademie wil filmen hoe muggen ontsnappen aan een mep met een krant. Een kunstenares is op zoek 'naar dat wat je niet ziet'. Van natuur weet ze eigenlijk niks, bekent ze eerlijk. De groep van negen telt liefst vier mensen met een artistieke achtergrond. En maar een wetenschapper. Dat is geen toeval, legt Lentink uit. 'Wetenschappers heb ik bewust geweerd. Ik weet hoe wetenschappers denken. Ik ben juist geïnteresseerd in hoe anderen denken en kijken. Dat is ook wat de Academische Jaarprijs beoogt: het brede publiek betrekken bij wetenschap.'
Liefst achthonderd mensen gaven gehoor aan de oproep van Vliegkunstenaars om vliegbewegingen te filmen. Negentig van hen mogen dat doen met de Phantom, de rest gaat op pad met een kleiner broertje, de Casio. Overigens ook nog altijd goed voor opnamen tot 600 beelden per seconde; de werkelijkheid zo'n twintig keer vertraagd. 
Extreme beeldsnelheden
Maar dat vergt dus wel enige training: high-speed filmen is een vak apart. Vergeet bijvoorbeeld de compositie, legt Lentink uit. 'Daar is gewoon geen tijd voor. Als je aandacht besteedt aan compositie, mis je alles. Je moet klaar zijn voor je begint.' Dat is een rechtstreeks gevolg van het grote aantal beelden dat per seconde wordt vastgelegd. In de hoogste (HD) kwaliteit zijn dat er maximaal 7500, in mindere kwaliteit zelfs 22.000 per seconde. Het geheugen van de camera kan daarentegen 'maar' 10.000 beelden (16 gigabyte) opslaan. Secondewerk dus in de extreme standen.  Oftewel: 'Knippen en plakken, want anders is je filmdag zo voorbij', legt Lentink uit. En tussentijds opslaan op de harde schijf van 128 gig.
Voor het vastleggen van veel vliegbewegingen zijn zulke extreme beeldsnelheden evenwel niet nodig, rekent Lentink voor. 'Voor een vloeiende vleugelslag van een vogel zijn veertig beelden per seconde genoeg. Dat betekent dus dat je per opname 250 vleugelslagen aan vlieggedrag kunt filmen voordat het geheugen vol is.'  Voor insecten gelden weer andere regels. High-speed filmen is een kwestie van rekenen en keuzes maken, zo blijkt. Dat lijkt ingewikkeld, maar met een paar simpele vuistregels kan iedereen aan de slag.
De eerste Phantomfilmers gaan eind deze maand op pad. Lentink maakt het in wezen niet uit waar ze mee terug komen. Als het maar vliegt. 'High-speed flimpjes zijn bijna altijd interessant', is zijn ervaring. Parende zweefvliegen, zaden die worden meegevoerd door de lucht, vechtende vliegen, jagende roofvogels. 'Zelfs van de meeste vogels is de frequentie van de vleugelslag nauwelijks ­bekend. En met zoveel mensen die filmen is de kans dat je één keer geluk hebt en iets bijzonders filmt wel heel erg groot.'
Vliegkunst
Vliegkunstenaars is het project waarmee David Lentink en zijn team afgelopen jaar de Academische Jaarprijs wonnen. Lentink wil mensen een nieuwe kijk te geven op de (vliegende) natuur door ze te laten filmen met high-speed camera's. Achthonderd natuurliefhebbers gaan de komende tijd op pad met een snelle (Casio) of supersnelle (Phantom) camera. De collectie videofilmpjes die dat oplevert, komt op YouTube. De beste films worden in april, mei en juni door VARA's Vroege Vogels op tv uitgezonden en zijn te zien in de wetenschapsmusea Nemo en Naturalis. Volgend jaar is in Wageningen een high-speed filmfestival gepland. Elke deelnemer doorloopt eerst een cursus om met de dure apparatuur (de Phantom kost 140.000 euro) op pad te mogen.v

Re:ageer