Wetenschap - 1 januari 1970

Keuzemenu Europees plattelandsbeleid werkt niet

Keuzemenu Europees plattelandsbeleid werkt niet

Keuzemenu Europees plattelandsbeleid werkt niet


Overheden krijgen van de EU steun voor de ontwikkeling van hun platteland.
Ze kunnen daarbij kiezen uit een menu van 22 maatregelen. Op die manier wil
Brussel beter aansluiten bij de regionale verschillen op het Europese
platteland. Volgens een studie van het landbouweconomisch instituut LEI
kiezen echter alle regio’s voor de inzet van een groot pakket aan
maatregelen tegelijk.

Sinds 2000 stoelt het landbouwbeleid van de EU op twee pijlers. De eerste
pijler omvat het gemeenschappelijke markt- en prijsbeleid, terwijl de
tweede – nieuwe – pijler draait om plattelandsontwikkeling. Op dit moment
gaat tien procent van de veertig miljard euro die de EU besteedt aan
landbouwbeleid naar deze tweede pijler. Als eurocommissaris Fischler zijn
zin krijgt gaat dat aandeel in de toekomst groeien.
Om dit plattelandsbeleid te kunnen uitvoeren, moeten lidstaten of regio’s
plattelandsontwikkelingsplannen (POP) opstellen, waarin ze aangeven welke
van de 22 maatregelen ze willen nemen. Voorbeelden zijn subsidies voor
natuurbeheer door de boer, voor bebossing van landbouwgrond, voor
opleidingen of trainingen, of voor experimenten door boeren. Maar ook het
bouwen van wegen of kinderopvang in de regio vallen eronder.
Onderzoeker dr Ida Terluin van het LEI onderzocht met drs Gabe Venema hoe
zeven Europese regio’s in vijf verschillende landen de middelen besteedden.
Elk land koos voor minstens vijftien van de tweeëntwintig maatregelen. Ook
het Nederlandse ministerie van LNV diende een plan in dat veel maatregelen
bevat. Bovendien werd er een plan gemaakt voor heel Nederland, terwijl de
verschillen tussen de regio’s aanleiding zouden kunnen zijn voor
verschillend beleid.
Terluin wijst er op dat beleidsmakers bij het bepalen van een keuze te
maken hebben met verschillende belangen. ,,Allerlei maatschappelijke
belangengroeperingen, boeren en natuurbeheerders lobbyen voor het opnemen
van maatregelen in het plan van de overheid. Dat leidt er vaak toe dat veel
maatregelen opgenomen worden. Maar het leidt ook tot een versnipperd
beleid.’’ Terluin geeft aan dat het plattelandsbeleid effectiever wordt als
de middelen worden ingezet op een beperkt aantal maatregelen
Daarnaast blijkt uit de analyse van Terluin en Venema dat de doelstellingen
en maatregelen van het EU-plattelandsbeleid vaag geformuleerd zijn. Landen
interpreteren die ook verschillend. Subsidie onder de noemer ‘verkaveling’
wordt in Nederland besteed aan de aankoop van land van boeren voor
natuurgebieden. In Duitsland wordt subsidie onder dezelfde noemer gebruikt
als steun voor boeren die hun land willen ruilverkavelen. Het LEI stelt in
het rapport een herformulering van doelen en maatregelen voor. Het beleid
zou daar doorzichtiger van worden, zegt Terluin. En dat komt de
meetbaarheid van de resultaten van beleid ten goede.
Het LEI deed het onderzoek in opdracht van de directie Noord van het
ministerie van LNV. Die wil zich met het onderzoek voorbereiden op de
onderhandelingen over de toekomstige inrichting van de tweede pijler van
het EU-landbouwbeleid. In 2006 loopt het huidige plattelandsbeleid af en
moet nieuw beleid ingaan. |
J.T.

Re:ageer