Wetenschap - 9 februari 2016

Kerk stuurde stadsontwikkeling in Brabant en Limburg

tekst:
Albert Sikkema

De katholieke kerk heeft grote invloed gehad op de stadsontwikkeling in Brabant en Limburg. Dat concludeert Joks Janssen, bijzonder hoogleraar Ruimtelijke planning en erfgoed. Hij bestudeerde de stadsplanning tussen 1900 en 1960 in Eindhoven en Roermond.

De katholieke kerk in zuidelijk Nederland stond vaak op de rem tijdens de snelle industrialisatie en verstedelijking vanaf de 19e eeuw in Limburg en Brabant, schrijft Janssen, maar ontwikkelde tijdens de verzuiling ook een eigen visie op stad en platteland waarin de katholieke identiteit zat verankerd. Daarbij werd de lokale gemeenschap afgezet tegen de goddeloze anonieme stad.

Met die subcultuur versterkte de kerk haar rol in de geloofsgemeenschap. Binnen de katholieke zuil ontstond een breed netwerk van sociale, culturele, politieke en onderwijskundige organisaties met een gedeelde visie op de ruimtelijke inrichting van Nederland. Die subcultuur zette zich af tegen de seculiere krachten vanuit de nationale overheid, die met bureaucratische regelgeving haar wil probeerde op te leggen aan de stad.

In Eindhoven moest de kerk het opnemen tegen het groeiende bedrijf  Philips, dat snel behoefte had aan functionele woningen voor haar arbeiders, en stadsarchitect De Casseres, die een functionele, modern-industriële aanpak voorstond bij de stadsuitbreiding. Tegen zijn Nieuwe Zakelijkheid stelden de katholieke architecten de schoonheid van de planning voorop, met als voorbeeld de Delftse School. Dat alternatief paste in een bredere stroming die de kleinschalige gemeenschap op het platteland ophemelde en de zedeloze stad verketterde.

In de praktijk van de stadsuitbreiding kreeg die katholieke visie gestalte in de vorm van tuindorpen in de stad, waarbij de omvang van de nieuwe wijk was gebaseerd op de oude parochiegemeenschap, met de kerk in het midden. Zo werd de katholieke gemeenschap gereproduceerd in een modern stedelijk ontwerp, constateert Janssen in het tijdschrift Urban History. Via dit stedelijke ontwerp  moest de parochie de katholieke bevolking beschermen tegen de wanorde en verzwakte tradities van de grote stad. Dit katholieke gedachtengoed was dermate sterk dat de moderniseringsplannen van De Casseres uit de jaren dertig de ijskast in gingen, concludeert de hoogleraar.

In Roermond keerde de kerk zich tegen de burgemeester – een Hollander - die de stad wilde laten groeien en de naastgelegen gemeente Maasniel wilde annexeren. Daarbij ontpopte de kerk zich als beschermheer van de autonomie van de gemeenten, omdat daar haar invloedssfeer zat. Het grootstedelijke Roermond ging van de kaart en daarna zorgt de Limburgse architect Jos Klijnen ervoor dat de gemeenten Roermond en Maasniel gaan samenwerken in de stadsplanning. Ook Klijnen gebruikt het concept van de Engelse tuinsteden, met buurtgemeenschappen in het groen. Katholieke verstedelijking dus.

Uiteindelijk, in 1959, werd Maasniel onder invloed van de provincie toch geannexeerd door grote broer Roermond. Dat was uniek, want sinds de tijd van Napoleon was nog nooit een rurale gemeente in Limburg onderdeel geworden van een stad. Met dank aan de katholieke kerk.


Re:ageer