Wetenschap - 1 januari 1970

Kennis graanziekte helpt bananensector

De Wageninger die alles weet over de bladvlekkenziekte van graan is dankzij ‘een sneeuwbaleffect en familiebanden’ verzeild geraakt in de wereld van de bananen. Dr. Gert Kema van Plant Research International gaat onderzoeken of het haalbaar is om het gebruik van pesticiden bij bananenteelt te verminderen.

‘De tarweschimmel waar wij aan werken is nauw verwant aan de veroorzaker van black sigatoka (Mycosphaerella fijiensis), de ziekte die nu een supergroot probleem vormt in de bananenteelt’, legt Kema uit. Black sigatoka heeft zich razendsnel over de aardbol verspreid, mede dankzij het feit dat wereldwijd één en dezelfde bananenkloon voor de export wordt geteeld: de cavendishbanaan.
‘De ziekte heeft zich inmiddels in de meeste bananenproducerende landen gevestigd en leidt tot enorme productieverliezen. Meestal wordt er wekelijks met fungiciden tegen de ziekte gespoten. Wereldwijd levert dat jaarlijks een schadepost op van zo’n tweeënhalf miljard dollar’, zegt Kema. Ook bedreigt de ziekte de voedingssituatie in veel ontwikkelingslanden. ‘Slechts 13 procent van de bananenproductie is bestemd voor de export. Als je alle eet- en kookbananen bij elkaar neemt, hebt je het wereldwijd over het vierde voedingsgewas.’
Bij PRI en de leerstoelgroep Fytopathologie is al veel onderzoek gedaan aan een familielid van black sigatoka, de tarweschimmel Mycosphaerella graminicola. ‘Dat is het toppathogeen in de intensieve graanteelt van Noordwest-Europa. Wij hebben hier eigenlijk al het basisonderzoek gedaan dat je nodig hebt om de interactie tussen schimmel en plant beter te begrijpen’, aldus Kema.
Het balletje richting banaan ging rollen toen een delegatie van Corbana, de nationale bananenorganisatie van Costa Rica op bezoek was bij bodemkundige dr. Jetse Stoorvogel en ook een kijkje nam bij PRI. Kema: ‘De president van Corbana is zelf bananenboer en raakte helemaal enthousiast toen hij zag wat voor werk wij aan de graanschimmel hebben gedaan.’
In de bananenwereld is men vooral onder de indruk van de integrale manier waarop in Nederland plantenziekten worden aangepakt. ‘Voor de aardappelziekte is in nauw overleg met de overheid, het bedrijfsleven en de sector het Parapluplan Phytopthora opgezet, dat zich richt op de beheersing van de ziekte. Die aanpak wil men nu ook voor de banaan’, zegt Kema.
Inmiddels heeft het Common Fund for Commodities aan PRI gevraagd nog dit jaar een haalbaarheidsstudie uit te voeren voor het Pesticiden Reductie Plan voor Banaan. Kema heeft inmiddels de banden aangehaald met organisaties die een traditie hebben op het gebied van het bananenonderzoek, zoals INIBAP (International Network for the Improvement of Banana and Plantain), de Katholieke Universiteit van Leuven, het Franse onderzoekscentrum CIRAD en het Braziliaanse Embrapa. Van de laatste organisatie komt een permanente vertegenwoordiger in Wageningen werken aan de genomics van banaan. ‘We zijn een beetje the new kid in town, maar iedereen realiseert zich ook dat het werk dat wij aan de tarweschimmel hebben gedaan heel goed toepasbaar is voor de banaan.’ / Gert van Maanen

Re:ageer