Wetenschap - 15 maart 2007

Keniaanse handelaren geen uitbuiters

Na de liberalisatie van de landbouwmarkt heeft Kenia meer handelaren gekregen. Die buiten de boeren echter niet uit, zoals vaak wordt gedacht. De meeste Kenianen profiteren van de liberalisering. Alleen de kleine boeren missen de boot en schieten terug in zelfvoorziening, concludeert ontwikkelingseconoom dr. Lawrence Mose in zijn promotieonderzoek.

Een Keniaanse boer die kunstmest wilde kopen of zijn maïs verkopen was daarvoor tot 1994 aangewezen op de overheid. Maar sinds de markt gedeeltelijk is vrijgegeven is er plaats voor private handelaren in maïs en kunstmest.
Mose onderzocht wie de winnaars en verliezers zijn van de liberalisatie. ‘Een gedeeltelijke liberalisering’, zegt de Keniaan Mose, ‘want de overheid blijft een rol spelen.’ De National Cereals and Produce Board (NCPB) is nog steeds één van de partijen die maïs van boeren koopt. De overheid beïnvloedt bovendien de markt door het reguleren van de maïsinvoer.
Het aantal private handelaren is echter flink toegenomen, blijkt uit het promotieonderzoek van Mose in Noordwest-Kenia. Zo sterk zelfs, dat hij concludeert dat er voldoende onderlinge concurrentie is. ‘Daardoor zijn boeren niet afhankelijk van één handelaar, en zijn de handelaren dus ook niet in de positie om boeren uit te buiten’, zegt Mose. Een belangrijke conclusie, want van handelaren op het Afrikaanse platteland wordt dat nogal eens gedacht.
Toch is niet alles koek en ei, want er is wel sprake van ongelijkheid. Grote boeren en grote handelaren profiteren meer van de liberalisatie dan de kleinere, doordat ze bijvoorbeeld betere auto’s hebben om het product te transporteren en ze dus sneller bij de markt zijn. Maar er is vooral een ongelijke toegang tot informatie. Grote handelaren en boeren hebben betere informatie over de prijzen van producten, uit bijvoorbeeld kranten of via de radio. Maar niet iedereen kan een krant lezen of heeft een radio.
Verder heeft niet iedereen dezelfde toegang tot landbouwkundige kennis. Kunstmest is door de liberalisering beter beschikbaar gekomen, omdat er ook in de meest afgelegen plaatsen handelaren komen. Alleen is wel de prijs gestegen en weten de kleinste boeren niet hoe ze het moeten gebruiken. Een kleine groep armste boeren valt door de liberalisering terug in zelfvoorzieningslandbouw, concludeert Mose. Toch heeft het merendeel voordeel van de marktliberalisatie, en is ook de totale voedselproductie in het gebied er door gestegen. / Joris Tielens

Lawrence Obae Mose promoveerde op 14 maart bij prof. Arie Kuyvenhoven, hoogleraar Ontwikkelingseconomie.

Re:ageer