Wetenschap - 8 augustus 2012

Kema start bedrijf om resistente banaan te maken

De Wageningse fytopatholoog Gert Kema publiceerde met Franse onderzoekers in juli het genoom van de banaan in Nature. De wilde banaan (Musa acuminata) bevat genen met resistentie tegen de gevreesde Panama-ziekte. Die genen gaat Kema nu opsporen. Hij wil daarvoor een eigen bedrijfje oprichten.

De bananen die wij eten, van het ras Cavendish, worden geteeld in een monocultuur die steeds vatbaarder wordt voor schimmels. Vooral de bodemschimmel Fusarium oxysporum, waarvan Kema een groot kenner is, tast bananenplantages in de hele wereld aan. Dat kost veel bestrijdingsmiddelen. Zo rukt in Zuidoost-Azie de variant Tropical Race 4 van Fusarium op, waartegen de Cavendish banaan niet bestand is. Tot hun verrassing merkten de genoomonderzoekers dat de wilde variant van de banaan wel resistent is tegen deze TR4.
‘Deze wilde variant kun je niet eten’, zegt Kema. ‘In tegenstelling tot de Cavendish, die steriel is, zit de wilde variant vol zaden. Maar nu we het genoom van deze wilde verwant kennen, hebben we een basisreferentie voor veredeling van een resistente consumptiebanaan.’
Je gaat de wilde verwant nu kruisen en op zoek naar de genen die de resistentie veroorzaken?
‘We willen zo’n honderd nakomelingen maken van de Musa, dan bepalen welke er resistent zijn en dan nagaan welke genen voor de resistentie tegen Fusarium zorgen. Die genen willen we dan inbouwen in commerciële rassen. Daar is veel behoefte aan.’
Wie financiert het onderzoek?
‘Ik ben een bedrijf aan het oprichten, dat blijkt de meest effectieve manier om geld voor het onderzoek te bemachtigen. Ik praat al zo’n vijf jaar met onderzoekfinanciers en bedrijven of ze het onderzoek naar resistente bananenrassen willen bekostigen. Publiek geld is heel lastig, maar ook grote bananenbedrijven als Chiquita en Del Monte hebben minder geld voor onderzoek dan veel mensen denken. Maar ik heb nu investeerders gevonden die in de ontwikkeling van resistente bananenrassen willen investeren. Het gaat vooral om private investeerders, filantropen. Hun investering in mijn bedrijf wil ik koppelen aan publieke financiering. Het bedrijf krijgt drie eigenaars. Een Australische hoogleraar en een bananenbedrijf in de Filippijnen doen ook mee.’
Zijn een of twee genen voldoende op de banaan resistent te maken? Bij de aardappelziekte Phytophthora zie je dat deze schimmel-achtige door mutaties voortdurend de ziekteresistentie bij aardappel doorbreekt.
‘In tegenstelling tot Phytophthora plant Fusarium zich niet seksueel voort. Daardoor ontstaan er veel minder mutaties in deze belager van de banaan. Als gevolg zorgen resistentiegenen in de bananenteelt voor een veel langere bescherming. Dat merk je ook in de praktijk. In de vorige eeuw werd de toenmalige consumptiebanaan, Gros Michel, in de jaren vijftig weggevaagd door Fusarium. Toen ontdekte men dat de Cavendish wel resistent was tegen deze ziekte. Dat is hij nog steeds in Latijns-Amerika. Het gebruik van resistentie-genen is dus een duurzame oplossing.’
Wilden de Franse onderzoekers, met wie je het genoom hebt ontrafeld, niet meedoen in het bedrijf?
‘Frankrijk heeft een eigen onderzoeksprogramma om een resistent ras te ontwikkelen, waarbij ze de resistentie vanuit de wilde variant proberen in te kruisen. Met die klassieke methode duurt het zeker tien jaar voordat je resultaat hebt. Ik kies een andere route. Ik wil een cisgene banaan ontwikkelen, waarbij ik gericht resistentiegenen uit de wilde banaan in commerciële rassen inbouw. Die aanpak is nauwkeuriger en sneller.’
Twee jaar geleden ontwikkelde Kema een snelle DNA-test om de ziekteverwekker in bananenplantages aan te tonen.
 

Re:ageer