Wetenschap - 1 januari 1970

Keerzijden van nieuwe technologie

Het expertisecentrum Methodische Ethiek en Technology Assesment (Meta) van filosoof dr Bart Gremmen haalt al een paar jaar bijna een miljoen euro per jaar binnen met onderzoek naar de maatschappelijke gevolgen van nieuwe technologieën. Gremmen is echter nog niet tevreden, zeker niet over de manier waarop binnen Wageningen UR wordt omgegaan met de maatschappelijke gevolgen van nieuwe technologieën.

Dr. Bart Gremmen. / foto Guy Akkermans

Normaal verwacht je dat het vooral voedingsonderzoekers of andere bèta's zijn die onderzoeksprojecten uit de maatschappij weten binnen te halen. Meta is succesvol op een terrein waar je dat niet snel verwacht, namelijk het bestuderen van maatschappelijke aspecten van technologie.
Gremmen was ethicus bij de leerstoelgroep Toegepaste filosofie. Hij richtte het instituut op in 1999, toen hij lid was van de commissie Terlouw die de ethische aspecten van biotechnologie onderzocht. Per 1 september is Meta ondergebracht bij de leerstoelgroep Communicatie en innovatie studies.
Zelfs aan een succesvolle technologische introductie als de mobiele telefoon - er zijn meer mobieltjes dan Nederlanders in het land - zitten kanten die minder vrolijk zijn, zegt Gremmen. 'Het bracht bijvoorbeeld een cultuur met zich mee, waarin verwacht wordt dat mensen het ding altijd bij zich hebben en altijd bereikbaar zijn. Dat is een nieuwe dwang die ook bij e-mail bestaat. Reageer je niet meteen, dan word je uit netwerken gegooid.'

Wiedrobot
Doel van Meta is het ontwikkelen van methodieken voor technology assessment van zulke nieuwe technologieën. Het gaat daarbij niet alleen om ethiek, maar ook om onderzoek naar de juridische, economische, sociale, politieke én ethische gevolgen van een introductie van een nieuwe technologie. Volgens Gremmen is het zaak om daar al in een vroeg stadium van de ontwikkeling van de technologie over na te denken, zodat in het ontwerp van de technologie rekening gehouden kan worden met al die aspecten.
Er zijn voorbeelden waarbij een nieuwe technologie goed wordt beoordeeld op mogelijke maatschappelijke bezwaren. Gremmen noemt de wiedrobot van A&F. Voorafgaand aan de ontwikkeling ervan heeft Meta samen met deskundigen uit andere kenniseenheden de mogelijke maatschappelijke bezwaren in kaart gebracht. Daar kwam uit dat de wiedrobot wel eens kleine dieren zou kunnen onderschoffelen, omdat het apparaat ombemand is. Daar wordt nu in een toekomstig ontwerp rekening mee gehouden. Ook kwam in het onderzoek naar voren dat de wiedrobot een goede verzekering nodig heeft, omdat een onbeheerde robot makkelijk gestolen kan worden.

Open armen
Toch er zijn volgens Gremmen tal van introducties, ook vanuit Wageningen UR, waarbij het niet goed ging. Als belangrijkste voorbeeld noemt hij de genetische modificatie van planten. Toen de technologie net ontwikkeld werd, gingen de technologen ervan uit dat iedereen deze technologische doorbraak met open armen zou ontvangen. Er bleek echter grote weerstand, en de Europese Unie legde de facto een moratorium op. Bedrijven willen nu niet meer investeren in onderzoek.
'Daar zijn lessen uit getrokken', vertelt Gremmen. 'Wij zijn nu betrokken bij het Centre for Biosystem Genomics om in een vroeg stadium van de ontwikkeling van een nieuwe technologie wetenschappelijk onderzoek te doen naar de maatschappelijk gevolgen.'
Het Centre for Biosystem Genomics (CBSG) is een van de grote projecten waar Gremmen aan meedoet. Hij is manager van het maatschappijprogramma, één van de programma's die het centrum uitvoert. Er werken postdocs en aio's in het programma en er is een zogenaamde maatschappelijke interfacegroep ontwikkeld. Die bestaat uit een kok, een journalist, een boer en andere mensen 'uit het gewone leven', die op persoonlijke titel reflecteren op de introductie op de markt van een nieuw product, bijvoorbeeld tomaten die gezondheidsbevorderend zijn.

Gewone mensen
'Gewone' mensen bij het onderzoek te betrekken vindt Gremmen zinvol als een soort maatschappelijk signaal. 'Die mensen stellen kritische maar constructieve vragen, bijvoorbeeld wie er nou eigenlijk op zo'n technologie zit te wachten. Als uit deze interactiegroep een nee komt tegen bijvoorbeeld de gezonde tomaat, dan is dat een signaal om de reactie van meer mensen te gaan onderzoeken.'

‘Wetenschapper vinden zichzelf rationeel en het publiek emotioneel, maar dat is een illusie’
Naast het CBSG werkt Gremmen ook in andere grote projecten. Binnen het Celiac Disease Center is Gremmen bijvoorbeeld manager van het maatschappijprogramma, waarin het dagelijkse leven van de patiënten centraal staat, in samenwerking met de leerstoelgroep Communicatie en innovatie studies. Meta doet ook mee aan een viertal Europese projecten, bijvoorbeeld over het opwaarderen van organisch afval en over flavonoïden in groente. In al die projecten deed Gremmen mee met de aanvraag voor financiering, en neemt Meta het maatschappelijke deel op zich.
Meta haalt daardoor een omzet van bijna een miljoen euro per jaar, maar van dat geld ziet Meta zelf weinig terug, zegt Gremmen. Het wordt vooral besteed aan postdocs en promotieonderzoekers die bij andere leerstoelgroepen worden aangesteld om hun onderzoek te doen. Om er wel wat aan te verdienen, moeten de medewerkers van Meta zelf deelnemen aan het onderzoek, maar dan blijft er vervolgens weinig tijd over voor het binnenhalen van nieuwe projecten.

Emotioneel
Over de manier waarop Wageningen nieuwe technologieën introduceert is Gremmen niet echt tevreden. 'Wageningen kent heel veel innovatietrajecten, maar onderzoekt bijna nooit de maatschappelijke aspecten in een vroeg stadium. Dat is eigenlijk raar, want Wageningen staat bekend om zijn nauwe band met de sector. Het zijn juist de andere technische universiteiten waar reguliere leerstoelen technology assessment bestaan.'
Wageningen heeft volgens Gremmen een verkeerd begrip van de maatschappij. 'In Wageningen denken technologen al snel dat als de sector het accepteert, de maatschappij dat ook wel zal doen. Maar dat is lang niet altijd het geval. Iedereen in Wageningen zegt dat ze de relatie tussen technologie en maatschappij cruciaal vinden. In de praktijk komt het er vaak op neer, dat ze alleen in het begin van een project geld willen steken in maatschappelijke aspecten. In het verdere traject is er onvoldoende aandacht voor. Terwijl er in die tijd nieuwe regels, nieuwe spelers en nieuwe tendensen bij het publiek kunnen ontstaan.'
Gremmen merkt ook op dat wetenschappers zichzelf vaak als rationeel zien, terwijl ze de reactie van het publiek op een technologie als emotioneel zien. 'Maar dat is een illusie. Ook wetenschappers hebben emoties in hun keuze voor technologieën, terwijl het publiek ook rationeel denkt.'

Joris Tielens

Meer informatie: www.lei-Meta.nl

Re:ageer