Wetenschap - 15 juli 2014

Kasteelt vervuilt minder dan groente uit volle grond

tekst:
Albert Sikkema

De intensieve groententeelt in een moderne kas leidt vaak tot minder milieuschade en waterverspilling dan de traditionele groententeelt in de vollegrond. Tot die opmerkelijke conclusie komt Cecilia Stanghellini van Wageningen UR Glastuinbouw. De lage milieu-impact komt vooral door het hergebruik van meststoffen en water in de kas.

Even voor de duidelijkheid: de Nederlandse glastuinbouw haalt een slechte milieuscore, omdat ze veel aardgas verbruikt om de kassen te verwarmen. ‘Maar op alle andere milieuaspecten doet ze het beter’, zegt Stanghellini. In het kader van een EU project voerde ze een life cycle analysis uit van de tuinbouw in Nederland, Spanje en Hongarije en ploos ze veel literatuur uit over de milieuprestaties van de tuinbouw in Europa.  

Haar conclusie: in de kassen zijn de productieomstandigheden en het klimaat beter en kun je inputs efficiënter gebruiken dan in het veld. Zeker als de tomaat of paprika in een gesloten irrigatiesysteem op substraat wordt geteeld, want dan kun je water en meststoffen hergebruiken en vervuil je geen grond. Negentig procent van de Nederlandse tuinders telen in moderne kassen op substraat, tegen twintig procent van de tuinders in Spanje. ‘Hoe moderner de kas, des te zuiniger en duurzamer  de groenteteelt.’ Daarnaast kun je in kassen beter gewassen beschermen met natuurlijke vijanden van plaaginsecten in plaats van bestrijdingsmiddelen.

Verder toonde een Spaanse studie aan dat de vollegrondteelt in landen rond de Middellandse Zee een slechtere milieuscore heeft dan de kasteelt. Maar binnen de tuinbouwkassen heb je ook weer verschillen. ‘De folie van eenvoudige kunststof kassen gaat maar twee tot drie jaar mee, waarna het plastic in het milieu terecht komt. Glastuinbouw, waarbij de kassen 15 tot 20 jaar meegaan, scoort wat dat betreft beter. Bovendien zijn die kassen beter geïsoleerd en worden ze beter geventileerd. Dat komt de productie ten goede, zodat de milieuvervuiling per eenheid product omlaag gaat.’

Hongarije is een bijzonder geval, vindt Stanghellini. Veel Hongaarse kassen worden verwarmd met aardwarmte, waardoor die heel goed scoren op duurzame energie. Maar de Hongaarse tuinbouw gebruikt veel kunstmest, bestrijdingsmiddelen en water die niet worden hergebruikt. Het sluiten van de irrigatie-kringloop is niet alleen beter voor het milieu, maar ook rendabel, aldus Stanghellini. Uit een Italiaanse studie blijkt dat de tuinders de investeringen in een kringloop-kas in twee jaar kunnen terugverdienen. Toch gebeurt dat nog niet, omdat de tuinders dat advies niet krijgen en de technologie niet vertrouwen.

De milieuscore van de Spaanse kassen is al beter, zegt Stanghellini, al was daar wel een incident voor nodig. ‘De Spaanse tuinders rond Almeria exporteren veel naar Duitsland, maar in 2006 werden residuen van bestrijdingsmiddelen op paprika uit Spanje gevonden, waarna de export stil viel. Toen zijn de tuinders razendsnel minder bestrijdingsmiddelen gaan gebruiken. Negentig procent van de Spaanse tuinders werkt inmiddels met Integrated Pest Management, ofwel biologische bestrijding van plagen.’ Dat doen de Nederlandse tuinders ook al jaren, waardoor ze nauwelijks nog chemische gewasbeschermingsmiddelen gebruiken.


Re:ageer