Wetenschap - 5 januari 1995

Karssen verdedigt leerstoelenplan

Karssen verdedigt leerstoelenplan

Na 's ochtends met de hoogleraren te hebben gepraat, wier leerstoel wordt opgeheven, licht rector prof. dr C.M. Karssen het leerstoelenplan toe. Het was een pijnlijke, vervelende klus, maar de clusters hebben goed werk gedaan.

Wat houdt het opheffen van een leerstoel in?

Het betekent niet dat een vakgebied per se verdwijnt. Dat verschilt per leerstoel. Wel moet het vakgroepsbestuur tenminste voor een capaciteit van een hoogleraarplaats, onderzoeks- en onderwijstaken schrappen. Voor de overige taken onder de leerstoel ontvangen wij graag een voorstel. Die taken kunnen onder een andere leerstoel komen, of worden opgeheven. Soms moeten onderwijsprogramma's worden opengebroken.

In een periode van vier jaar moet de bezuiniging zijn gerealiseerd. Dit moet natuurlijk zorgvuldig gebeuren. Uiteraard is ook voor de hoogleraar het sociaal beleid van kracht: eerst kijken of we de hoogleraar elders kunnen plaatsen. Het is een vervelende klus, en voor betrokkenen heel pijnlijk. Wij denken daar absoluut niet lichtvaardig over, maar de financiele kaders zijn nu eenmaal veranderd.

Is gekeken naar de kwaliteit van de zittende hoogleraren?

Nee, in principe niet. Er zijn stoelen geschrapt van hele goede groepen. Ik realiseer me nu goed dat verder bezuinigen niet meer kan door dor hout weg te kappen. Als het trouwens onze bedoeling was om de slechtste performers eruit te halen, hadden we de actie anders moeten opstellen. We hebben gekeken of we ook zonder die stoel onze primaire opdracht kunnen vervullen. Sterk gezegd: hoe belangrijk is de leerstoel voor de core-business?

Het lijkt erop, dat vooral basisdisciplines de klos zijn?

We hebben toch ook wel toegepaste leerstoelen op de tocht gezet, zoals bij de teeltvakken. Je zou het eens moeten turven. Een duidelijke tendens is dat we de dubbele leerstoelen eruit hebben gehaald. Die zijn de afgelopen decennia enorm uitgebreid. Vanouds waren er nogal wat van die propaedeuse-vakgroepen die een lector kregen, die later hoogleraar werden. In het vorige leerstoelenplan hebben we daar al een aantal van opgeheven. Door verdubbelingen eruit te halen, houd je het vakgebied overeind.

In de breedte heeft het college dus zo weinig mogelijk willen snoeien?

De clusters hebben geprobeerd de schade zoveel mogelijk te beperken, en terecht.

Diertaxonomie verdwijnt, Plantenoecologie en Onkruidkunde zijn samen nog een halve, Oecologische fythopathologie wordt Gewasbescherming, Dieroecologie is al verdwenen...kan de LUW nog wel een studie-richting Biologie aanbieden?

Dieroecologie en Plantenoecologie verdwijnen niet echt. Bij Natuurbeheer zitten twee hoogleraren die het onderwijs en het toegepaste onderzoek op dit terrein prima behartigen. De Wageningse biologie is trouwens altijd al meer strategisch geweest. De andere universiteiten zijn ons daar in gevolgd. l'Art pour l'art wordt in de biologie niet meer zo vreselijk beleden. En bovendien, geen enkele universiteit in Nederland kan het zich nog permitteren elke biologiediscipline op hoogleraarsniveau in huis te hebben. Ook wat Diertaxonomie betreft: Nederland kan misschien een of twee groepen hebben. En wij hebben dan als enige Gewasbescherming en twee hoogleraren Natuurbeheer. Dat is uniek van Wageningen.

Waarom halveert het college Agrarische geschiedenis? Dat is toch uniek in Nederland.

Hun onderwijstaak is heel klein geworden. Laatst is bij de herziening van de propaedeuse Economie het vak geschiedenis geschrapt. Is er dan straks nog een levenskrachtig bod te doen aan de nieuwe hoogleraar? We denken nu aan een halve stoel voor het onderzoeksdeel.

Meteorologie heeft ook weinig onderwijsbelasting?

Meteorologie heeft behoorlijk veel afstudeervakkers, en het zit in een Wageningse onderzoekschool. De betreffende cluster heeft daarom besloten de leerstoel te handhaven. Het brede scala aan criteria die we hebben gehanteerd kun je niet heel objectief in een rekenmodel weergeven. Maar de basis van het leerstoelenplan is de onderwijsvraag.

Wat betekent dit leerstoelenplan voor het Masterplan, waarin het college gaat beslissen welke vakgebieden op de universiteit weg moeten?

Het is de basis voor verder nadenken over wat we willen blijven doen. Daarbij wachten we adviezen van de clusters af. We moeten toch eerst hun argumenten horen.

De kip en kalkoen moeten opnieuw samen bepalen wie het kerstmaal wordt?

Het is heel pijnlijk. Maar het behoort tot de verantwoordelijkheid van besturen om keuzes te maken, ook van vakgroep- en clusterbesturen. Je hoopt dat ze eruit komen. We zijn niet als Royal Sluis waar de directie keihard bepaalt wat weg moet, en waarbij de werknemers vervolgens een dag krijgen om hun spullen te pakken. Clusters kunnen die inspraak natuurlijk weigeren; dan beslissen we zonder hen.

Nadeel van die democratie is inderdaad de kip- en kalkoenkwestie, maar ik vind dat de clusters het bij dit leerstoelenplan uitstekend gedaan hebben. In principe komt het college met de gebundelde clusterplannen, met een enkele uitzondering. Dit plan gaat nu naar het veld zodat we hun reacties nog een keer kunnen wegen. Eind maart zal de universiteitsraad beslissen.

Re:ageer