Wetenschap - 1 januari 1970

Karin Groenestein | Ammoniak in zeugenstallen

Karin Groenestein | Ammoniak in zeugenstallen

Karin Groenestein Ammoniak in zeugenstallen

Naam Karin Groenestein, 36 jaar

Project Milieu in welzijnsvriendelijke huisvestingssystemen voor zeugen

Instituut Instituut voor Milieu- en Agritechniek (IMAG-DLO)

Budget 3,5 Ton in 1999

Aanvang project 1996

Looptijd Tot 2000

Financiers LNV en landbouwbedrijfsleven

Partners LUW, Praktijkonderzoek Varkenshouderij

Bij traditionele zeugenstallen is het ammoniakprobleem eigenlijk opgelost. Je weet precies waar ze mesten, omdat ze zich beperkt kunnen bewegen. Die mest is goed te verwijderen of te behandelen. Bij welzijnsvriendelijke huisvestingssystemen heb je het over groepshuisvesting. Daar kunnen de beesten overal rondlopen en dus ook overal mesten. Toch hoeft de ammoniakemissie in deze stallen niet hoger te zijn dan in de traditionele stallen. Dat heb ik anderhalf jaar geleden aangetoond. Varkens zijn vrij hygiƫnische dieren die in hun hok een mestplek kiezen. Ze komen daar om de beurt en mesten dus op dezelfde plaats. Individueel gehuisveste zeugen mesten naast elkaar. Daardoor is het bevuilde oppervlak mogelijk groter. Dat is van belang omdat het bij ammoniakemissie niet gaat om de hoeveelheid mest maar om het oppervlak. Zodra bovenop de mest een nieuw laagje komt, houdt het oude laagje op met emitteren.

Ik probeer in een promotieonderzoek te zoeken naar de relaties tussen ammoniakemissie en groepshuisvesting. Een belangrijk aspect is de activiteit van de dieren. Het dier komt in de benen als het voer krijgt. Door die activiteit produceert het warmte, waardoor de temperatuur van de stallucht omhoog gaat. Doordat het warmer wordt, moet er meer geventileerd worden. Dat heeft weer effect op de ammoniakemissie. Ik heb de activiteit van de dieren al gescoord. Je streept het aan als ze niet liggen en vergelijkt dat met de emissie. Bij een systeem waarin de dieren twee maal per dag voer krijgen, zie je twee activiteitenpieken per dag. De emissie vertoont ook twee pieken op een dag. Worden de dieren na elkaar gevoerd, dan is de ammoniakemissie gelijkmatiger. Daar zie je dus aan dat de emissie terug te voeren is op het activiteitenpatroon.

Een ander aspect van welzijnsvriendelijke stallen is de verplichting ruwvoer te verstrekken. Met stro is extra ruwvoer geven niet nodig. Maar van stro weten we helemaal niet wat het effect is op de emissie. Er zijn aspecten die de emissie verhogen, maar er zijn ook aspecten die de emissie verlagen. Dat meet ik nu onder laboratoriumomstandigheden. Daarbij onderscheid ik schoon stro, stro met een beetje mest en stro met veel mest. In het lab kijk ik ook naar andere bronnen van emissie, zoals de roostervloer, de kelder en de dichte vloer. Dat kun je niet in de stal meten, omdat daar met de huidige meetmethoden de verschillende bronnen nog niet te onderscheiden zijn.

Re:ageer