Organisatie - 23 oktober 2008

Kapitein in de schoolbanken

Jaap de Jong is freelance kapitein. Hij levert nieuwe schepen af in verre havens. En ondertussen is hij voltijdstudent Kust- en zeemanagement aan Van Hall Larenstein in Leeuwarden. Wat bezielt een 54-jarige kostwinner om weer in de schoolbanken te gaan zitten? ‘Mijn dochter vindt me een uitslover.’

achtergrond_0_163.jpg
achtergrond_0_163.jpg

Foto: HOGE NOORDEN

Ergens voor de kust van Ierland haalt de bemanning van een trawler de netten binnen, beschrijft Jaap de Jong in zijn boek Hoe ’t ginten en boebies elkoar ûntdûke. Tussen de makrelen spartelen enkele jan-van-genten die met hun kop in de netopeningen vastzitten. De mannen proberen de zeevogels te bevrijden, maar eentje redt het niet. ‘Die is voor mij’, roept De Jong. De opgezette vogel heeft een tijdje zijn huiskamer gesierd en inspireerde de Harlinger tot zijn boekje over het leven van de jan-van-gent.
‘Ach, je doet wat’, zegt de kapitein, die ook nog een boekje over zeezeilen en drie Friese dichtbundels schreef, en nu dus een hbo-opleiding doet. Zijn dochter, die in het examenjaar van de havo zit, noemt hem een uitslover. Zelf zegt hij: ‘Het hoofd is kennelijk nog niet vol. Mijn hele leven breng ik al door in kust­gebieden. Ik raak nieuwsgierig als ik ergens geweest ben, dan begint het voor mij te leven en komen de vragen.’
Eigenlijk had hij ecologie willen studeren maar een universitaire studie was niet te combineren met zijn werk. Hij liep David Goldsborough van Kust- en zeemanagement tegen het lijf – ‘een ronselaar eerste klas’ – die hem wist over te halen om naar VHL te komen. En de hogeschool heeft De Jong niet teleurgesteld. ‘Deze opleiding is voor mij een soort doorlopende update van eerder opgedane kennis. Ik houd van grote lijnen en het brede studieaanbod sluit mooi aan bij mijn interesses.’
Zonder slag of stoot stroomde hij echter ook weer niet in. Hoewel Engels op zee de voertaal is, moest de kapitein zich in het begin door de taal van de handboeken heen worstelen. En ook zijn kennis van de computer en wiskunde vertoonde lacunes. Middels een briefje in de supermarkt van Harlingen kwam De Jong in contact met een oud-leraar die hem in korte tijd bijschoolde. Zijn inburgering in de leslokalen van VHL, tussen studenten die zijn kinderen konden zijn, verliep daarentegen soepel. Even zagen zijn medestudenten hem aan voor een docent, maar toen hij aanschoof in de schoolbanken keek niemand echt vreemd op.

Vastgelopen vrachtschip
De studenten Kust- en zeemanagement krijgen een breed scala aan vakken voorgeschoteld, van ecologie en geologie tot communicatie en procesmanagement. Die combinatie spreekt De Jong aan, want hij heeft in zijn beroepspraktijk gezien hoe al deze factoren met ­elkaar samenhangen. Na de aanleg van twee grote ­havenpieren voor de kust van Guatemala zag hij de huisjes van arme vissers in zee verdwijnen door de ­veranderende stroming. De verantwoordelijke autori­teiten beschouwden dit als een onbelangrijk akkevietje. Ze namen de kustafslag pas serieus toen ook een verderop gelegen resort van poenige huizenbezitters werd bedreigd. ‘Dit soort processen kom je overal ­tegen. Die combinatie van ecologie, belangen van stakeholders en politieke besluitvorming maakt de opleiding zo interessant.’
Waddenzee als inspiratiebron
De vierjarige opleiding Kust- en Zeemanagement telt 130 studenten. Van Hall Larenstein in Leeuwarden startte negen jaar geleden met de opleiding, waarvan de oorsprong ligt bij Milieukunde. De nabije Waddenzee is inspiratiebron en dient tot op de dag van vandaag als natuurlijk praktijklaboratorium. Demajor combineert ecologie, geologie en maritieme wetenschap met vakken als economie, communicatie en procesmanagement. Kust en zee leidt dus op tot een breed werkveld. Een vastomlijnd vooruitzicht op een baan hebben de studenten echter niet. Ze hebben veel vrijheid bij het samenstellen van hun eigen studieprogramma en kunnen zich richten op het beroepenveld waar hun interesse naar uitgaat: maritiem onderzoek, kustverdediging, offshore, beleidmaken bij overheden of ngo’s, enzovoorts. Vanaf dit studiejaar kunnen afgestudeerden Kust- en zeemanagement doorstromen naar Wageningen voor het nieuwe mastertraject Management of Marine Ecosystems. Voor de kust van Jemen was De Jong ooit betrokken bij een sleepoperatie. Een vrachtschip was vastgelopen op een rif en lag een week werkloos te wachten op het startsein. ‘Jemen claimde natuurcompensatie voor schade aan het koraal die zou zijn ontstaan door de aanvaring. Of die aanspraak nu wel of niet terecht was, de onderhandelingen moesten eerst worden afgerond voordat wij aan de slag konden. Door dit soort ervaringen heb ik al een idee van wat er speelt op verschillende niveaus. En op school kom ik in aanraking met de onderbouwing van die argumenten.’

Zweeftaal
Als klein jongetje peddelde De Jong al in bootjes over het Slotermeer, later zwierf hij in de Lemsteraak met zijn ouders over de Waddenzee. Na zijn havo-examen monsterde hij als dekmaatje aan bij een vissersboot uit Harlingen die op de Waddenzee en Noordzee naar garnalen en tong viste. Op die manier ontliep hij de dienstplicht en bovendien verdiende het aardig.
Na een overstap naar de handelsvaart en diverse ­cursussen rondde hij uiteindelijk zijn zeevaartop­leidingen af met de ultieme graad master all ships. ‘Ik heb nog posities bepaald door zonnetjes te schieten met de sextant’, vertelt hij. Tegenwoordig varen schepen vooral op gps en radar. Een schijnzekerheid die ­ervoor zorgt dat waardevolle navigatiekennis langzaam verloren gaat, vindt De Jong. Soortgelijke twijfels heeft hij bij de puur kwantitatieve benadering van onderzoek met ­behulp van GIS (Geografische Informatiesystemen) en statistiek, waarmee hij op VHL vertrouwd is ­geraakt. De werkelijkheid wordt er in zijn ogen te ­eenvoudig mee gemaakt, de uitkomsten blijven steken in rekenkunde. Ook heeft De Jong soms moeite met het jargon. Een woord als assessment is voor zijn studiegenoten kennelijk gesneden koek. ‘Maar het gebruik van dergelijke zweeftaal schiet volgens mij niet op.’

Pier van Holwerd
De afgelopen jaren combineerde De Jong zijn studie met een baan als freelance kapitein. Hij bracht custom build schepen van Damen Shipyards naar opdrachtgevers in landen als Nigeria, Vietnam en Cuba. ‘Af en toe was het een beetje plooien in werkgroepen en miste ik een maand van een module omdat er een havensleper van Gorkum naar Havanna moest. Maar in tegenstelling tot de meeste van mijn medestudenten bereidde ik me meteen al in een vroeg stadium op de tentamens voor. Zo heb ik het aardig kunnen bijbenen.’
Voor zijn eindstage gaat De Jong dichtbij huis – nog een paar maanden afwezigheid wil hij vrouw en dochter niet aandoen – onderzoeken hoe de ooste­lijke kwelder langs de pier van Holwerd kan worden ver­levendigd. En ook voor na de diploma-uitreiking weet hij onderzoeksonderwerpen genoeg. Waarom be­paalde stukken zee opeens heel anders kleuren, ­bijvoorbeeld. Of hoe het zeerecht zich heeft ont­wikkeld van het Mare Nostrum van de Romeinen via de Vrije Zee van Hugo de Groot tot het zeereglement van de UNCLOS. En hoe dat reglement soms weer opzij wordt gezet door Amerikanen in hun war on terrorism.

Re:ageer