Wetenschap - 12 december 2012

Kanttekeningen bij intensieve landbouw

Was het wel een debat, het door Wageningse studenten georganiseerde debat over intensieve en duurzame landbouw?

debat-GA--20121211-ND7_0247.JPG
Was het wel een echt debat, het Wageningen Debate over intensieve landbouw? Harmen Riphagen, een van de organisatoren van het debat,  zegt achteraf tevreden te zijn over de avond.  ‘De verschillende visies die Wageningen UR rijk is, werden duidelijk zichtbaar. Verder ben ik erg blij dat er geen conflict was of polarisatie. Dat was ook precies wat we wilden voorkomen, en dat is goed gelukt.’ Ook Sacha Steinmetz, student Internationale Ontwikkelingsstudies, is erg blij met het debat. Hij was een van de studenten die deelnam in het studentenpanel. ‘Ik was erg gespannen, maar ben blij dat ik bepaalde vragen heb kunnen stellen. De professoren waren open van geest en er was geen sprake van hokjesdenken.’ Student Nout van der Vaart hoopt op een vervolg van dit debat. ‘Dit was een eerste stap’ zegt hij bij de afsluiting. Zelf heeft hij net een baan gevonden, dus spoort hij andere studenten aan om de kritische discussie in Wageningen gaande te houden.
Representatie
Aanleiding voor het debat was het pleidooi voor intensieve landbouw van Aalt Dijkhuizen in september. Dat zat een groep studenten behoorlijk dwars. In zijn inleiding zegt Nout van der Vaart hierover: ‘Het is incorrect ons zo te representeren. We zijn als studenten bang dat Wageningen Universiteit de reputatie krijgt dat intensivering de norm is en dat hierover geen dialoog mag ontstaan. De heterogeniteit aan visies binnen de universiteit wordt hiermee ontkend.’
Dijkhuizen herhaalde zijn argumenten nog eens aan het begin van het debat. Alleen met verdere landbouwintensivering kunnen we de wereld van morgen voeden, stelde Dijkhuizen. Door de bevolkingstoename en toenemende vraag naar dierlijke eiwitten stijgt de vraag naar voedsel, terwijl het landbouwareaal afneemt. Alleen een grotere productiviteit en efficiëntie per hectare biedt dus soelaas, redeneert Dijkhuizen. Bovendien vermindert de intensieve landbouw onze ecologische voetafdruk, omdat we de biodiversiteit in natuurgebieden dan kunnen behouden, stelt Dijkhuizen.
Drie hoogleraren – dierwetenschapper Imke de Boer, bodemkundige Lijbert Brussaard en innovatieprof Cees Leeuwis – gaan vervolgens in op het begrip ‘duurzame voedselproductie’.
Waarden
Lijbert Brussaard begint filosofisch. ‘De samenleving vraagt wetenschappers om de oplossing van een probleem, maar dat is niet de rol van wetenschappers. Onderzoek gaat uit van de waarden die wetenschappers belangrijk vinden, ze moeten hun afwegingen dus inzichtelijk maken. Daarna moet het onderzoek volgens de wetenschappelijke spelregels plaatsvinden. Wat de samenleving met de uitkomsten doet, bepalen wij niet. Wel kun je een analyse geven waarmee je de beslissingsruimte van beleidmakers vergroot.’
Imke de Boer maakt levenscyclusanalyses van dierlijke productiesystemen om de duurzaamheid ervan te bepalen. ‘Ik geloof niet dat er één systeem is dat alle aspecten van duurzaamheid bevordert. Vaak is er geen win-win-situatie.’ Het verbod op de legbatterij verhoogt het welzijn van de kip, maar leidt tot meer broeikasgassen en landgebruik, geeft ze als voorbeeld. En biologische landbouw is beter voor de omgeving en het klimaat, maar vraagt meer land. ‘Dan moet je dus keuzes maken. De beste oplossing hangt af van de context, die kan verschillen per land.’ En we kunnen ook zelf keuzes maken, zoals minder eieren eten.
Cees Leeuwis vindt duurzaamheid een plastic woord die je alle kanten op kunt buigen. Bepalend is welke waarden je belangrijk vindt – voldoende voedsel, biodiversiteit, werkgelegenheid, culturele identiteit of toegang tot voedsel. ‘Welke van die elementen je prioriteit geeft, is politiek bepaald.’ Afhankelijk van hun waardensysteem vragen mensen om landbouwtechnologie en marktordening, zegt hij. Daarom is er niet één weg voorwaarts voor de landbouw. Hij vindt dat Dijkhuizen één waardensysteem promoot, terwijl Wageningen UR volgens hem vanuit meerdere waardensystemen de landbouwproductie moet ondersteunen.
Kleinschalig
Daarna kunnen Sacha Steinmetz (student Internationale ontwikkelingsstudies), Frederik Leen (student dierwetenschappen) en Sibilla Laldi  (Master Organic Agriculture) de hoogleraren ondervragen. Sibilla denkt dat kleinschalige landbouw goed is voor alle waarden die Leeuwis heeft aangedragen. De Boer: ‘Dat denk je, maar heb je er bewijs voor?’ Brussaard: ‘Zet je geloof om in een onderzoeksvraag.’ En Sacha Steinmetz betwijfelt of intensieve landbouw beter is voor de biodiversiteit in de wereld. Dat is gerede twijfel, antwoordt Brussaard. ‘Jason Clay van het wereldnatuurfonds beweert dat ook in de jongste uitgave van Wageningen World. Dat bewijs van hem is flinterdun. We zouden hier onderzoek naar moeten doen.’
In het tweede deel van het debat vertelden socioloog Jan Douwe van der Ploeg, productie-ecoloog Martin van Ittersum en plantenveredelaar Edith Lammerts van Bueren hoe hun ideale voedselproductie eruit ziet.
Werkgroepen
Helaas kreeg Dijkhuizen tussendoor geen gelegenheid om te reageren op de sprekers. In plaats daarvan praatte Martin Kropff de bijdragen vlotjes aan elkaar. Hij voorziet werkgroepen met wetenschappers uit meerdere disciplines die samen integrale systemen voor de voedselproductie ontwerpen. De Wageningse onderzoekscholen gaan komend jaar meerdere bijeenkomsten houden over het wereldvoedselvraagstuk en het thema staat centraal tijdens de 95-ste verjaardag van de universiteit in maart. Ook Dijkhuizen wil dat de discussie doorgaat en resultaten oplevert, stelde hij in een slotwoord. ‘Zeker, het is complex, maar we moeten problemen oplossen. Ik hoor graag welke centrale onderzoeksvragen we moeten gaan beantwoorden.’

Re:ageer