Wetenschap - 1 januari 1970

Kansenkaart moet recreant wijzen op risico’s Lyme-besmetting

Kansenkaart moet recreant wijzen op risico’s Lyme-besmetting


In duinen meeste kans op besmette tekenbeet

Bezoekers van droge heide hoeven zich weinig zorgen te maken over een
tekenbeet, maar wandelaars in de duinen maken wel veel kans op een beet van
een met de Lyme-bacterie besmette teek. Dr Fred Borgsteede van ID-Lelystad,
dr Gerard Jagers op Akkerhuis van Alterra, dr Willem Takken van Entomologie
en dr Ruben Smit van Natuurbeheer denken na onderzoek in verschillende
gebieden grip te krijgen op de ingewikkelde cyclus van de Lyme-besmetting.
Mensen krijgen de ziekte van Lyme door de beet van een teek die is besmet
met een van de vier stammen van de bacterie Borrelia. Om grip te krijgen op
de Lyme-besmetting is het dan ook nodig om onderzoek te doen naar de manier
waarop teken in de natuur overleven. Teken zijn voor hun overleving
afhankelijk van gastheren; daarop voeden teken zich met bloed. De larven
zitten vooral op kleinere knaagdieren, zoals muizen De oudere nimfen leven
op grotere dieren als eekhoorns, egels en vogels. Volwassen teken zitten op
grote zoogdieren als vossen, honden, koeien, reeën en herten. Dankzij hen
kunnen ze zich ook over grote afstand verspreiden. In de ondergroei weten
ze, bij een relatief hoge luchtvochtigheid, te overleven door op hun
reserves te teren tot er weer een gastheer langskomt. Dat kan ook een mens
zijn, die dan Lyme-besmetting oploopt.
Mensen kunnen zich overigens wel beschermen tegen tekenbeten. Lange broeken
dragen is een vast advies voor boswandelaars, maar ook een behandeling met
antimuggenspray helpt. Als de teek binnen 24 uur verwijderd is, is de kans
op Lyme erg klein.

Inflatie-effect
Uit het onderzoek blijkt een positieve relatie tussen het aantal teken en
de soort begroeiing. Mensen in het duingebied lopen de meeste kans op een
met Lyme geïnfecteerde tekenbeet. In stadsparken en bossen is de kans iets
kleiner, op droge heide is die minimaal. Borgsteede en Cor Gaasenbeek van
ID-Lelystad en Jagers op Akkerhuis en Wim Dimmers van Alterra onderzochten
in de zomers van 2000 tot en met 2002 de kans op Lyme-besmetting bij teken
in een stadspark in de Bijlmer, een heide- en een bosperceel van de
Kroondomeinen op de Veluwe, en de duinen van Duin en Kruidberg. Takken en
Smit volgden het populatieverloop en de besmetting van teken met Lyme in de
Amsterdamse Waterleidingduinen en de Hoge Veluwe gedurende het hele jaar
2002. Ook hier bleek de kans op Lyme in de duinen het grootst. De spreiding
van het aantal gevallen van Lyme in Nederland, door dr Wilfrid van Pelt van
RIVM in kaart gebracht aan de hand van meldingen bij huisartsen, komt ook
overeen met de resultaten.
Muizen spelen als gastheer een bepalende rol in de levenscyclus van teken,
zo lijkt het. Uit het onderzoek van Jagers op Akkerhuis en Borgsteede bleek
een positieve relatie tussen het aantal muizen in een gebied, het aantal
teken en het aantal gevallen van Lyme-besmetting bij die teken. Vooral
bosmuizen en woelmuizen dragen veel teken, voornamelijk larven. Dat is een
aanwijzing voor het onlangs door Amerikanen beschreven 'inflatie-effect',
waarbij een hoge populatie aan muizen een verhoogde tekenpopulatie tot
gevolg heeft en een verhoogde kans op Lyme-besmetting.
In tegenstelling tot wat algemeen gedacht wordt, maken wandelaars het hele
jaar door kans op een tekenbeet. Weliswaar zijn de teken het meest actief
in de warme zomermaanden, maar experimenteel onderzoek wijst uit dat de
lichaamsactiviteit van volwassen teken pas stopt beneden de twee graden
Celsius, bij de nimfen onder de vijf graden. ,,Ook in de winter kun je dus
een tekenbeet krijgen'', aldus Takken. Dat komt overeen met gegevens van de
Samenwerkende Artsen en Adviesorganisaties in de Gezondheidszorg, want ook
in januari en februari zijn er meldingen van tekenbeten.

Kansenkaart
De resultaten uit deze onderzoeken bieden volgens de onderzoekers zicht op
het voorspellen van Lyme-besmetting, en handvatten voor de bestrijding van
Lyme. ,,Met de juiste informatie moeten we op termijn voor bepaalde jaren
en regio's kunnen voorspellen dat je acuut problemen kunt krijgen met
tekenbeten'', aldus Takken. Jagers op Akkerhuis denkt aan een landsdekkende
kansenkaart van Lyme-besmetting; Takken ziet een internetsite voor zich
waar wandelaars kunnen lezen hoe het met de tekenactiviteit is gesteld.
Verder onderzoek is dan ook urgent, vinden de onderzoekers, want de
levenscyclus van Lyme is ingewikkeld. Er zijn vier genotypen van Lyme-
bacteriën die leven in verschillende gastheren, maar soms wel samen in een
teek. Er is nog veel onduidelijk over de rol van grotere gastheren, zoals
herten en reeën, terwijl er wel aanwijzingen zijn dat ook een groeiende
populatie van dit soort dieren positief werkt op de tekenpopulatie. Verder
onderzoek naar het 'inflatie-effect' biedt wellicht zelfs mogelijkheden om
Lyme te bestrijden. Door de teken meer gastheren te bieden, verdunt de Lyme-
besmetting als het ware, en kan het aantal teken met Lyme-besmetting
waarschijnlijk worden verminderd. Ook lijkt afstemming van natuurbeheer met
het onderzoek naar de risico's met Lyme noodzakelijk.

Martin Woestenburg

Fotobijschrift:
Voor een teek bij de mens een beet kan uitdelen heeft hij vaak al diverse
gastheren versleten, foto ….

Re:ageer