Wetenschap - 1 januari 1970

Kanopolo

Kanopolo

Kanopolo


,,Kunnen we even een hoospauze nemen?’’, vraagt een man en hij vaart zijn
kano naar de kant. Hij maakt het dekzeil los wat hem tegen binnenkomend
water had moeten beschermen en klimt uit zijn boot op de vlonders langs de
kant. Bij het omkeren van zijn kano komt er een flinke plens water uit.
Anderen kanopoloërs grijpen de pauze aan om met een spons het water uit een
boot te halen. Ilona Lanjouw hoeft niet te hozen. ,,Mijn boot gaat minder
vaak onder. Ik ben ook wat lichter dan de rest’’, legt de studente Bedrijfs-
en consumentenwetenschappen uit.
Ilona speelt sinds 1998 kanopolo. Deze sport kun je het makkelijkst
omschrijven als waterpolo in een kano. Het wordt in buitenwater gespeeld
met een gele waterpolobal. De doelen van 1 bij 1,5 meter hangen twee meter
boven het water. Het doelnet heeft een opening aan de onderkant, net als
een basketbalnet. ,,Het is een kleine sport waar je toevallig mee in
aanraking moet komen’’, vertelt Ilona. ,,Ik woon mijn hele leven al in
Amersfoort en had er nog nooit van gehoord, tot ik mijn vriend leerde
kennen en hij hier bij Kanovereniging Keistad kanopolo bleek te spelen.’’
De vierdejaars studente deed eerder aan korfbal en basketbal. ,,Ik vond
kanopolo leuk om te zien en mijn vriend heeft me op een toernooi ook eens
in een boot gezet.’’ Twee jaar later belandde ze in de Nederlandse
damesploeg. ,,In Nederland zijn er ongeveer twintig vrouwen die op
competitieniveau varen. Het is niet zo dat je als meisje gelijk in het
damesteam komt, je moet echt wel een bal kunnen vangen.’’ Ilona speelde met
de Nederlandse selectie twee EK’s en één WK. Half augustus eindigde ze op
de EK in Ierland als vierde.
Deze woensdagavond speelt ze met haar clubteam naast het clubhuis op de Eem
tijdens de training een wedstrijdje. De doelen hangen aan twee palen die
hoog boven het water uitsteken. Het is om acht uur ’s avonds heerlijk weer
en de zon begint onder te gaan. De krekels komen boven het verkeer uit dat
op de brug voorbij rijdt. Naast gelach en geschreeuw om de bal hoor je
verder het geluid van boten die tegen elkaar ketsen en het getik van
peddels tegen de bal en andere boten.
De meeste teamgenoten van Ilona zijn stevige mannen, terwijl zij ‘omhoog
afgerond’ net 1 meter 60 lang is. Ze heeft wel stevige schouders en benen.
,,Het is op zich niet erg dat ik klein ben. Doordat ik kleinere handen heb
krijg ik de bal soms minder goed onder controle. Ook kan ik niet keepen
omdat ik met mijn peddel net halverwege het doel kom. Klein zijn heeft
echter als voordeel dat tegenstanders mij wel eens over het hoofd zien.’’
Dames spelen volgens Ilona tactisch en technisch beter dan heren. ,,Heren
spelen sneller en met meer gespetter, maar je kunt als dames toch nog
winnen.’’ Al met al is kanopolo hard werken. ,,Maar ik doe het graag’’,
aldus Ilona.
De spelers dragen overigens allemaal een bodytag, een vest dat ribben en
borst beschermt tegen peddelslagen en de spelers een nog forser uiterlijk
geeft. Een helm met traliewerk beschermt hun gezicht. Ilona’s boot en helm
zijn oranje. Ze draagt verder een neopreen pak. ,,Dat houdt je warmer dan
katoen.’’ Het water van de Eem is door de warme zomer op zwemtemperatuur.
,,Maar we hebben hier wel eens tussen de ijsschotsen getraind. Zonder bal,
want door het koude water voel je al gauw je vingers niet meer.’’ Tijdens
de wedstrijd ligt er af en toe iemand op zijn kop in het water. Door te
eskimoteren, waarbij je de peddel op het water legt en deze in het water
over je hoofd heen haalt, kun je jezelf weer overeind duwen.
Ilona traint drie keer per week op het water, loopt hard, gaat naar
krachtraining en traint één keer specifiek met de bal. Daarnaast werkt ze
in de bibliotheek. Ze woont nog in Amersfoort omdat dat makkelijker is
vanwege avondtrainingen. ,,Ik heb weinig contact met studiegenoten. Maar ik
ben ook de enige die de richting omgeving doet.’’
Als het tegen negenen donker wordt gaan de lantaarns en bouwlampen aan.
Boven de brug kleurt de hemel rood. De maan is halfvol. Een kwartier later
is het tijd om de boten en peddels weer in de container op te bergen en te
gaan douchen. Bij de kleedkamers in het houten clubhuis ruikt het naar
handdoeken die te lang nat in een hoekje hebben gelegen.

Yvonne de Hilster
Foto Guy Ackermans

Re:ageer