Wetenschap - 21 november 1996

Kampioen full-contact karate

Kampioen full-contact karate

Iedere dinsdagavond vormt de gymzaal van scholengemeenschap Pantarijn het decor voor een Ashihara-training, een vorm van full-contact karate. Klokslag zeven uur nemen de leerlingen plaats op de matten, geformeerd in een vierkant. Een kort ceremonieel van groeten volgt: eerst van de dojo, de oefenruimte, dan van de leraar en de vechters met hogere banden. Tot slot begroeten de laagsten in rang elkaar. Na een warming-up laat meester Jan Buis Ebbinge zijn vijftien pupillen, onder wie drie vrouwelijke, kata's uit voeren, figuren opgebouwd uit combinaties van stoten (tsuki en uchi) en trappen (keri). Een leerling houdt de training al snel even voor gezien; twee gebroken ribben, opgelopen tijdens een weekendbaantje als portier, breken hem op. Maar ook de leraar, overdag doorstroomstudent Zootechniek, draait niet op volle toeren. Een toevallig tikje tegen de knie ontlokt hem reeds een diepe zucht. Vandaag zijn in het ziekenhuis foto's gemaakt van het gewricht. Het is ee
n blessure waar hij al langer mee kampt, maar die tijdens de Nederlandse kampioenschappen, een kleine twee weken terug, acuter werd. Ik verstapte me steeds en dat in combinatie met de schoppen, tja..." Het gekwetste gewricht verhinderde de 25-jarige Ebbinge echter niet om voor de vierde maal in zijn carriere een titel in de wacht te slepen: in het Isshinryu en nu drie keer in het Oyama. Ik hecht geen supergrote waarde aan zo'n titel", stelt een nuchtere Ebbinge. Al is het leuk om te weten dat je van alles bij elkaar de beste bent."

Hoewel, van alles... Oyama, Ashihara, Isshinryu, Budokai; de voor de leek ingewikkelde wereld van het full-contact karate kent een scala aan stijlen, met elk diverse gewichtsklassen. Bovendien zijn er nog twee concurrerende bonden. De stijlen zijn allemaal afgeleid van het uit Japan afkomstige Kyukoshinkai", vertelt hij enthousiast. De belangrijkste verschillen bestaan doorgaans uit hoe lang je iemand vast mag pakken."

Acht jaar geleden begon de toen nog in Appingedam woonachtige Ebbinge aan zijn succesvolle karateloopbaan. Een vriend introduceerde hem in de vechtsport. Ik was op voetbal wel een beetje uitgekeken." Dat het meteen full-contact werd, was grotendeels toeval. Semi-contact en non-contact waren in Appingedam niet voorhanden. Desalniettemin was hij al snel gecharmeerd van de zeer fysieke variant. Alleen het eerste half jaar was erg afzien", herinnert hij zich. Veel blauwe plekken, vooral op de borst en schenen." Maar Ebbinge zette door. Terwijl zijn vriend het karate voor gezien hield, speelde Ebbinge na een jaar zijn eerste wedstrijd, een overwinning op mezelf". Hij bleek talent te hebben, want binnen vier jaar stond hij aan de vaderlandse top. Hij is in het bezit van de bruine band.

Bij full-contact wedstrijden - twee keer twee minuten met eventuele verlengingen - is zo'n beetje alles toegestaan, tot en met knietjes en elleboogjes in het gezicht. Alleen met de vuisten stoten op hoofd en gewrichten is verboden. Handschoenen en bescherming zijn er niet. Klinkt toch tamelijk heftig en lijkt moeilijk te rijmen met de vriendelijke en goedlachse jongen voor me. De kick bestaat voor hem vooral uit het keiharde trainen en de bijna ascetische levensstijl, legt hij uit. Ebbinge: Toen ik nog fanatiek was, ging ik nooit stappen, dronk nooit en ging om tien uur naar bed. Je krijgt conditie, zelfvertrouwen, het is gewoon goed voor je lichaam."

Maar waarom dan geen tennis of non-contact, opper ik voorzichtig. Je groeit erin en dan wil je weten hoe je staat ten opzichte van anderen. Ik ben nu eenmaal een extreem type. Ik hou wel van een beetje pijn."

Dat het wereldje der karateka's er een zou zijn van halfcriminele vechtersbaasjes, blijkt een fabeltje. Degenen die ik ken, zijn praktisch zoals ik, bijna allemaal studenten. Natuurlijk heb je er aso's tussen, maar die worden op de training wel aangepakt." Onderlinge vriendschap is meer regel dan uitzondering; de top is smal en vaak kom je dezelfde gezichten tegen. Ik heb zeven keer tegen mijn beste vriend gestaan", vertelt de viervoudig kampioen. Veel mensen denken dat we gek zijn om zo op elkaar in te hakken, maar dat is meer een kwestie van een knop omdraaien."

In de acht jaar heeft hij ribben en ongeveer alle vingers wel eens gekneusd. Hij laat zijn handen zien en wijst: dit is kapot geweest, en dit, en hier heb ik nog wat. Maar ik heb nog nooit wat aan mijn gezicht gehad. Op hoger niveau gaat het er meestal ook minder wild aan toe, is het een kwestie van een stoot of een trap."

Zijn vriendin vergezelt hem bij wedstrijden en zag zo haar geliefde in Berlijn driemaal achtereen neergestompt worden. Dat was in het begin; vond ze niet zo leuk. Nu is ze er helemaal aan gewend. Nee, dan mijn ouders: die zijn nog nooit wezen kijken; die snappen niet dat je het leuk vind om klappen te krijgen."

Inmiddels heeft Ebbinge rond de negentig wedstrijden achter de rug, zowel nationaal als internationaal, en draait hij op routine. Maar goed ook, want naast studeren en sporten werkt hij als barman in de kroeg. Toch is hij altijd om half acht uit de veren dankzij zijn grote zelfdiscipline en zijn hond, een labrador. Eens in de twee weken traint hij in Rotterdam en een keer per maand met de Nederlandse selectie. Thuis staan altijd nog de hometrainer en de kussens, waar hij regelmatig effe op inhakt. Door zijn blessure wordt wellicht de beoefening op wedstrijdniveau onzeker, evenals een geplande trip naar Rusland, altijd al een grote wens. Ook zijn voornemen om in februari de zwarte band te halen, komt in gevaar. Want daarvoor dient hij een drie dagen durend examen af te leggen met onderdelen als figuren maken en het vechten van dertig partijen aan een stuk door. Ebbinge lijkt er niet erg mee te zitten, getuige een brede grijns: Ik zal altijd doorgaan, tot ik dood ben."

Re:ageer