Wetenschap - 26 september 2002

Kamer steunt bezuiniging op hoger onderwijs

Kamer steunt bezuiniging op hoger onderwijs

Universiteiten en hogescholen hoeven er niet op te rekenen dat de Tweede Kamer een stokje zal steken voor de bezuiniging op het hoger onderwijs. Dat bleek vorige week tijdens de algemene beschouwingen.

De beoogde korting op de instellingen, oplopend tot 143 miljoen euro per jaar in 2006, geniet de steun van een ruime Kamermeerderheid. CDA, LPF en VVD zeiden er geen woord over, waarmee de coalitiepartners de seinen op groen lijken te zetten. PvdA, GroenLinks, SP en D66 spraken zich uit tegen de bezuiniging.

De linkervleugel bezigde harde woorden. Het kabinet snijdt volgens GroenLinks 'visieloos' in het hoger onderwijs. En dat terwijl d??r juist de leraren, rechters en dokters van de toekomst worden opgeleid, aldus de PvdA. D66 stelde voor de bezuinigingen niet op te leggen aan het veld maar die te beperken tot het ministerie van Onderwijs.

De linkse partijen en de ChristenUnie vroegen meer geld voor het onderwijs. Hoeveel daarvan naar universiteiten, hogescholen of studenten moet, maakten zij niet duidelijk. De meeste Kamerfracties maken zich vooral zorgen om het basisonderwijs en middelbaar onderwijs.

De plannen van D66 zijn nog het duidelijkst. Die partij wil 350 miljoen euro uittrekken, onder meer voor studentenhuisvesting, bevriezing van collegegelden en meer ruimte voor de wetenschap. Maar uit diezelfde pot zou ook geld moeten komen voor kleinere en zelfstandige scholen en betere arbeidsvoorwaarden voor leraren.

Steun kreeg het kabinet van Fred Teeven, de voorman van tweemansfractie Leefbaar Nederland. Tenminste: "Als die bezuiniging ertoe leidt dat universiteiten zich moeten gaan specialiseren in de studierichtingen waar ze nationaal en internationaal in uitblinken." Precies wat staatssecretaris Nijs (VVD) voor ogen heeft.

De SP richtte haar pijlen op de kabinetsplannen voor collegegelddifferentiatie ('wat een woord!'). Collegegelden tot vijf keer het huidige bedrag van bijna veertienhonderd euro zouden een tweedeling betekenen tussen studenten met arme en studenten met rijke ouders. Selectie van studenten voor de zogeheten topmasters is voor de socialisten evenmin bespreekbaar.

Regeringspartij CDA steunt de collegegelddifferentiatie en de selectie wel, maar met minder enthousiasme dan Nijs. De liberale bewindsvrouw stelt als enige voorwaarde een 'evidente meerwaarde' van een opleiding, de christen-democraten gaan alleen akkoord in 'uitzonderlijke gevallen' en onder 'strikte criteria'.

Het CDA leverde ook een bijdrage aan de door Nijs gewenste discussie over 'wat van de overheid mag worden verwacht, wat de instellingen kunnen betalen en wat studenten kunnen bijdragen'. "De overheid blijft voor honderd procent verantwoordelijk voor de bekostiging van het eindniveau van het hbo en het wetenschappelijk onderwijs." | HOP

Re:ageer