Organisatie - 1 januari 1970

Kamer kritisch over prestatiebekostiging onderzoek

Een Kamermeerderheid zet vraagtekens bij de voorgestelde prestatiebekostiging voor universitair onderzoek. Het systeem zou leiden tot veel bureaucratie, en er zou te veel worden gekeken naar het commercieel nut.

Dat bleek bij de bespreking van het wetenschapsbudget in de Kamercommissie voor OCW. De SP denkt dat prestatiebekostiging zal leiden tot strategisch gedrag en dus tot een vernauwing van de richting waarin het onderzoek zal plaatsvinden. GroenLinks?Kamerlid Kees Vendrik vindt dat het huidige systeem al voldoende prestatiegericht is. ,,Als een vakgroep weinig heeft in te brengen, is er geen reden voor bestaan meer. De universiteiten nemen in dergelijke gevallen zelf al maatregelen."
Cisca Joldersma (CDA) is bang dat prestatiebekostiging tot veel meer bureaucratie zal leiden. Minister Van der Hoeven (partijgenote) beloofde daarmee rekening te zullen houden bij het uitwerken van een systeem. Joldersma stelt ook voor eerst te bezien wat 'valorisatie' (waardebepaling) betekent voor alfa? en gammawetenschappen, voordat die een rol gaat spelen bij de bekostiging. ,,De gewone burger vindt het heel interessant wat de psychologie en de medische wetenschappen doen, en het moet dan ook mogelijk zijn om daar meer uit te halen."
In de prestatiebekostiging moet niet alleen de bijdrage aan innoverende kennisoverdracht een belangrijk criterium zijn, maar ook de maatschappelijke relevantie, vindt Lousewies van der Laan (D66). VVD'er Visser waarschuwde voor verenging van de wetenschap tot innovatie en kennis. GroenLinkser Kees Vendrik prees die opmerking als 'de meest linkse' van het debat.
De Kamer staat ook kritisch tegenover onderzoek dat betaald wordt door het bedrijfsleven. Een meerderheid wil dat overheid, werkgevers en universiteiten een convenant afsluiten om daarbij de wetenschappelijke integriteit te beschermen. Minister Van der Hoeven wil over zo'n convenant eerst overleg voeren met wetenschapsacademie KNAW.
Een motie om geen geld uit de eerste geldstroom te verleggen naar 'excellente' onderzoeksgroepen, kreeg voldoende steun in de Kamercommissie. Daarvoor was een bedrag van 50 miljoen euro gereserveerd. Universiteitenvereniging VSNU had er kritiek op geleverd, omdat eerst het probleem van de zogeheten matching-plicht opgelost zou moeten worden. Matching houdt in dat instellingen onderzoekssubsidie met een even groot bedrag moeten aanvullen uit het eigen onderzoeksbudget. Dat geld is er vaak niet. | HOP

Re:ageer