Wetenschap - 18 juni 2009

KWALITEITSVERLIES

Bezorgde bètawetenschappers stuurden de Tweede Kamerfracties van de politieke partijen een brief waarin zij hun ongerustheid uiten over ‘de uitholling van de financiële basis, die onvermijdelijk leidt tot verlies van kwalitatief hoogwaardig onderzoek in Nederland’. Frans Kok, hoogleraar bij de afdeling Humane Voeding en decaan van de Wageningse Onderzoekscholen, is één van de ondertekenaars van de brief.

‘Nederland heeft een kenniseconomie, we zijn hierin afhankelijk van innovatie, maar vergeleken met andere EU-landen zijn de investeringen hierin in Nederland structureel onder de maat. We zijn op talloze gebieden nog toonaangevend in de wereld, maar om die positie te behouden moeten we blijven innoveren en daar is geld voor nodig. Op dit moment werken we met zo’n tweederde van het benodigde budget. Financiële armslag voor meer fundamenteel langetermijnonderzoek is essentieel voor onze concurrentiepositie. Met name in dit type onderzoek heb je vaak doorbraken. Juist in crisistijden moet je goed onderzoek financieel ondersteunen. Als de financiële situatie niet verbetert, keert op een gegeven moment de wal het schip. Onze grootste uitdager zou wel eens uit Azië kunnen komen. Ik zie een soort economieafhankelijke cyclus in het onderzoek. Bij het Top Instituut Food and Nutrition werken overheid en bedrijven samen op het gebied van competitief onderzoek. In economisch goede jaren zijn bedrijven bereid te investeren in fundamenteel onderzoek met oog voor de lange termijn. Als de economie slechter gaat, investeren ze meer in onderzoek dat direct toepasbaar is. Dat is wel te begrijpen, maar het zou niet moeten. De overheidsfondsen zouden fundamenteel onderzoek moeten blijven ondersteunen. Bepaalde onderzoeksvragen die niet direct interessant zijn voor de industrie zouden hier structureel ruimte moeten krijgen. Dan wordt ook je relatie met de samenwerkende bedrijven soepeler. Stel dat we inderdaad dat broodnodige extra geld krijgen, dan moeten we er ook op toezien dat het geld goed benut wordt. Dat kan door een reeks onderzoeksprojecten te genereren voor de lange termijn, maar ook de wetenschappelijke infrastructuur is erg belangrijk. Daarmee bedoel ik de apparatuur die een groep met unieke kennis en technische vaardigheden nodig heeft om te kunnen presteren op topniveau. Zo biedt bijvoorbeeld MRI-apparatuur voor het voedingsonderzoek enorme mogelijkheden voor innovatieve researchvragen op het gebied van cognitie en eetlustregulatie in de hersenen en de vetverdeling in het lichaam. Ik hoop dat de politici naar aanleiding van onze brief met een masterplan komen, dat er een visie ligt, zodat je weet waar je aan toe bent.’

Re:ageer