Organisatie - 28 mei 2009

KAN WAGENINGEN WEER REKENEN OP EEN SPINOZA?

Wetenschapsfinancier NWO maakt op 9 juni de winnaars bekend van de jaarlijkse Spinozapremies, de grootste Nederlandse wetenschappelijke onderscheiding. Vanaf dit jaar ontvangen de laureaten ieder 2,5 miljoen euro – een miljoen meer dan voorheen – naar eigen inzicht te besteden aan onderzoek. Hoewel deze ‘Nederlandse Nobelprijzen’ al vanaf 1995 worden uitgereikt, vielen pas de afgelopen twee jaar ook Wageningse onderzoekers in de prijzen.

opinie_0_792.jpg
opinie_0_792.jpg

Foto: Guy Ackermans

Ir. Sonja Knols, communicatiemedewerker NWO
‘Iedere wetenschapper die in vaste dienst is bij een Nederlandse onderzoeksinstelling komt in aanmerking voor de Spinozapremies, maar doorgaans zijn de prijswinnaars hoogleraren. De kandidaat moet namelijk leiding geven aan een onderzoeksgroep. Een prof in de nadagen van zijn carrière, die denkt aan afbouwen, komt echter niet in aanmerking; hij of zij moet nog zeker vijf jaar voor de boeg hebben.
Na de voordrachten, onder meer door alle rectores magnifici, wordt internationale referenten gevraagd of de kandidaat een doorbraak op zijn naam heeft staan, in Nederland inderdaad dé leidende figuur is in het vakgebied en of die internationaal tot de beste paar procent topfiguren op zijn of haar terrein behoort. Daarnaast wordt beoordeeld of de kandidaat ‘school maakt’, zoals we dat noemen. Of hij andere onderzoekers weet te inspireren en succesvolle aio’s aan zich kan binden. Het aantal is daarbij niet van belang. Iemand met maar vijf aio’s die allemaal hoogleraar zijn geworden, is een uitstekende kandidaat. Het is overigens een hardnekkig misverstand dat je fulltime moet werken, ook iemand met mama- of papadagen komt in aanmerking voor de Spinozapremie.’

Prof. Willem de Vos, Laboratorium voor Microbiologie, winnaar van de Spinozapremie 2008
‘Ik tuur graag in een glazen bol, maar ik vind het moeilijk een voorspelling te doen over de toekenning van de prijs, al is het maar omdat we in Wageningen heel veel talent hebben rondlopen. Huub Savelkoul bijvoorbeeld, die zich bij Dierwetenschappen bezighoudt met celbiologie en immunologie, is zeer actief. Zijn vakgebied is ook relevant. Maar het is aan de andere kant wellicht tijd voor de plantenkant om een dergelijke prijs te krijgen, of voor de voedingswetenschap. Ik heb eigenlijk geen mening over wie de premie zou moeten krijgen. We hebben uitstekende hoogleraren en onderzoekers en je zou denken dat daar op termijn wel een prijs uit moet komen. Maar het blijft natuurlijk de vraag wie de commissie uitkiest. De concurrentie is moordend.’

Prof. Huub Savelkoul, leerstoelgroep Celbiologie en immunuologie
‘De Spinozapremie is waardevol omdat je wordt gekozen door vakgenoten van buiten deze universiteit. Zelf ben ik ervan overtuigd dat ik de prijs niet zal krijgen omdat er veel betere mensen in mijn vakgebied actief zijn.’

Prof. Marcel Dicke, Laboratorium voor Entomologie, winnaar van de Spinozapremie 2007
‘We zullen de komende jaren vast wel weer een keer in de prijzen vallen. Ik heb zelfs een Wageningse kandidaat in gedachten die zeker Spinozawaardig is, maar ik ga geen naam noemen. Anders krijg je, in navolging van Van Kooten en De Bie, een professor Akkermans-effect: ‘Hij wordt genoemd’. Voor Wageningen UR is toekenning van een Spinozapremie denk ik enorm belangrijk. De universiteiten houden scherp in de gaten wie een dergelijke prijs in de wacht sleept. Dat is een kwestie van gezonde competitie. Het ontvangen van de premie is een grote eer en levert veel aandacht op, en natuurlijk prestige voor de onderzoeksgroep en voor de universiteit. Of dat te vertalen is naar meer studenten, extra geld of meer contracten? Dat is moeilijk vast te stellen. Een nadeel is het zeker niet.’

Prof. Martin Kropff, rector magnificus van Wageningen Universiteit
‘Ik hoop het van harte. Inderdaad draag ik elk jaar een kandidaat voor. Met extra ondersteuning vanuit de stafafdeling Onderwijs en Onderzoek hebben we de afgelopen jaren veel energie gestoken in de interne selectie van die kandidaat, de voordracht zelf, de presentatie en in de ondersteuning van de kandidatuur door anderen, zoals NWO.
Dat we de afgelopen jaren twee keer de Spinozapremie hebben ontvangen, en er bovendien twee akademiehoogleraren door de KNAW zijn benoemd, is een succes voor de hele organisatie, maar ja, uiteindelijk staat of valt het natuurlijk met uitmuntende kandidaten. Gelukkig zijn we daar in Wageningen goed mee bedeeld. Bovendien denk ik dat het in ons voordeel heeft gewerkt dat de universiteit door de fusie met de DLO-instituten aan kritische massa heeft gewonnen. Aan de andere kant blijven we natuurlijk een relatief kleine universiteit met vrij kleine onderzoeksgroepen. Gelukkig is er een grote bereidheid samen te werken.
In het Strategisch Plan uit 2007 was als doelstelling geformuleerd om voor 2010 onze eerste Spinozapremie toegewezen te krijgen. We hebben er nu al twee! Daar kunnen we trots op zijn en ik ben ervan overtuigd dat het daar niet bij blijft. Een paar jaar geleden hebben we besloten om bij hoogleraarbenoemingen de lat hoger te leggen en scherp te selecteren. Bovendien proberen we via ons nieuwe loopbaanbeleid talentvolle mensen extra kansen te bieden, bijvoorbeeld via een aanstelling tot persoonlijk hoogleraar. Daar gaan we in de toekomst van profiteren, verwacht ik. Een voorspelling wanneer we weer succesvol zijn? Die geef ik niet. De concurrentie is enorm. Maar hier zal het niet bij blijven. Kwaliteit wordt nu een maal beloond.’

Re:ageer