Student - 14 februari 2008

Jongelui met camera’s

’t Jutje noemen Siske van Hoof en twee studiegenoten de buurtschap die ze bedachten voor hun afstudeeropdracht voor Tuin- en landschapsinrichting aan Van Hall Larenstein. Naast het gezamenlijke onderzoek maakte Siske nog een landschapsontwerp voor het gebied tussen de hanzesteden Zwolle, Hasselt en Genemuiden. De oer-Hollandse aard van haar afstudeeropdracht contrasteerde met haar eerdere stage in Australië.

1883_nieuws.jpg
1883_nieuws.jpg

Foto: .

‘De bufferzones tussen Nederlandse steden slibben langzaam dicht met industrie en woonwijken. Voor ons afstudeeronderzoek hebben we gezocht naar een tegenhanger voor de uitgebreide Vinexwijken van tegenwoordig. We hebben vijf buurtschappen rondom Zwolle geanalyseerd op kenmerken als de ruimtelijke opbouw, om vervolgens zelf een nieuwe buurtschap te ontwikkelen. Een gezellige bezigheid; mensen waren heel nieuwsgierig naar die jongelui met camera’s.
Een buurtschap is een open en kleine woonvorm, zonder kern. Ze bestaat uit meerdere boerderijen op één plek, waar burgers, boeren en buitenlui wonen. Ertussen liggen veel schuurtjes, hobbyweitjes en bomenlanen. Aan de rand bevinden zich de boerenbedrijven. Deze woonvorm is verweven met het landschap. Het was hartstikke leuk om dit onderzoek met ons drieën te doen; je wordt geïnspireerd door elkaars andere kijk.
Maar de ontwerpopgave voor het landelijke gebied tussen de drie steden moesten we individueel doen. Eén van de zandwinplassen daar heb ik als natuurgebied ingepast, met wandelpaden eromheen en hotspots zoals een boerderij voor recreatie. Ook heb ik een beperkte mate van woningbouw toegestaan, om het plan te kunnen financieren. Haalbaarheid vind ik ook belangrijk in mijn plannen. En ik ga altijd uit van bestaande kwaliteiten in het landschap.
De ontwerpopgave was een opdracht van school, waar ik wel achter sta maar die ik niet zelf zou hebben uitgekozen. Je maakte vooral gebruik van je eigen basiskennis, zonder dat die verder werd aangevuld. Aangezien je nog studeert, verwacht je dat echter wel. Een afstudeeronderzoek zou moeten bijdragen aan je ontwikkeling en helpen met het opdoen van contacten in het werkveld.
Vorig jaar heb ik zeven maanden stage gelopen bij een landschapsarchitectenburau in Melbourne. Daar stond ik echt in het werkveld en kreeg ik bij sommige opdrachten veel verantwoordelijkheid. Dat was onwijs leerzaam.
Nu wil ik eerst werkervaring opdoen in Nederland. Ons land is erg vooruitstrevend op het gebied van landschapsarchitectuur. Maar ik verlang stiekem wel weer naar Australië. Een schitterend land, ook naast het werk. De mensen zijn zo sociaal, open en warm. En bepaalde onderdelen binnen de landschapsarchitectuur zijn heel anders dan in Nederland. Hier is teveel water, daar te weinig. Het gras wordt bij wijze van spreke geel ingekleurd op de tekeningen.
Verder is er zoveel ruimte. Bovendien is de regelgeving soepeler. Daardoor wordt de buitenruimte op een andere manier ontworpen. Alles ligt open, dat maakt het soms ook wel lastig. Het is moeilijker om er grip op te krijgen. In Nederland is over elke vierkante meter tien keer nagedacht. Hier hebben we cultuur, daar is er natuur. Dat is een groot verschil en vraagt om een andere manier van werken.’

Re:ageer