Wetenschap - 1 januari 1970

‘Je moet in Brussel zijn op het moment dat je nodig bent’

Als je succesvol wil zijn bij het binnenhalen van Europese onderzoeksfondsen, dan moet je daar eerst flink in investeren. Volgens dr Harry Blokhuis, coördinator international onderzoeksnetwerken van de Animal Sciences Group en trekker van een groot EU-project over dierwelzijn, zou Wageningen UR zich nog veel strategischer op Brussel moeten richten. ,,Het heeft weinig zin om daar op eigen houtje de deur plat te lopen.’’

,,Mensen zijn sterk geneigd om alleen te denken aan wat Brussel voor hun onderzoek kan betekenen, maar je kunt het beter omdraaien. Het gaat niet om ons, het gaat er om dat je een oplossing biedt voor een probleem waar de Europese Unie mee zit.’’ Volgens Blokhuis is het dan ook van belang je neus in Brussel te laten zien op het moment dat de onderzoeksvragen nog geformuleerd moeten worden. ,,Je moet er zijn op het moment dat een ambtenaar je nodig heeft. Als je dan een deur opentrekt en vraagt of je even met ze kunt praten, vinden ze dat prachtig. Natuurlijk moet je er wel voor zorgen dat hij er de lof voor krijgt, ook als je later in de onderzoeksoproep de zinnen terugvindt die je zelf hebt aangeleverd.’’ Het heeft volgens hem weinig zin om het bakproduct achteraf van commentaar te voorzien, ‘je moet zorgen dat je invloed uitoefent als het nog in de oven staat’.

Regie
Blokhuis denkt dat Wageningen UR nog succesvoller zou kunnen zijn in het binnenhalen van Europese onderzoeksfinanciering door zich veel strategischer op te stellen. ,,Het is nu niet gestructureerd en we lopen het risico dat we met z’n tienen bij dezelfde kerel over de vloer komen. We kunnen wel wat meer regie vanuit de organisatie gebruiken. Er moet iemand zijn die zegt : ‘als jij daar naartoe gaat, kun je dan onderweg even die en die aanschieten’. Binnen de Animal Sciences Group is die afstemming er nu wel, maar Wageningen UR-breed valt daar nog wel winst te halen’’, meent Blokhuis.
De organisatie moet prioriteiten stellen, meent Blokhuis. ,,We denken dat we overal goed in zijn – ‘van zaadje tot karbonaadje’ – nou, forget it. We zijn misschien goed in A, B of C, maar niet in het hele alfabet’’, zegt Blokhuis. Dit betekent volgens hem dat je afspraken moet maken met andere instituten en ook je lobby naar Brussel gerichter vorm moet geven.
Brussel links laten liggen is volgens hem een gevaarlijke strategie. ,,De Europese Unie stopt vooral geld in de coördinatie van onderzoek en uiteindelijk worden we daar allemaal ingezogen. Je krijgt virtuele instituten en straks zitten ook onze mensen in zo’n instituut. Als je nog iets wilt betekenen in de sturing hiervan zul je moeten zorgen dat je in het management zit. Als je alleen wilt meedoen om er morgen geld uit te slepen, kun je het wel vergeten. Je moet eerst flink investeren en dat geld verdien je pas veel later weer terug’’, aldus Blokhuis.

Mannekes
Hij verwacht dat in de toekomst ook het beleidsgeld voor landbouwkundig onderzoek, dat nu meestal door de nationale ministeries wordt uitgezet, in toenemende mate in meer Europese samenhang zal worden verdeeld. ,,Nu financiert het ministerie van LNV hier onderzoek dat ook door het Franse ministerie van landbouw bij een nationaal onderzoeksinstituut wordt uitgezet. Ook op dat gebied zal er meer Europese sturing komen en zal het geld steeds vaker vanuit Brussel verdeeld worden’’, denkt Blokhuis.
Wageningen UR doet er daarom volgens hem verstandig aan nu te investeren in Europese netwerken en daarbij bewust te focussen. ,,Er zijn hier genoeg mannekes die, net zoals ik, altijd al met zulke netwerken bezig waren. Daar moeten we onderling veel meer gebruik van maken. We moeten in ieder geval voorkomen dat we met z’n zessen bij dezelfde man op de stoep staan.’’

Dierenwelzijn
Blokhuis coördineert zelf het grote EU-project Welfare Quality, met een totaalbudget van 18 miljoen euro en waarin 43 instellingen uit 14 landen participeren. Hij heeft die positie mede te danken aan zijn netwerken. Zo is hij als welzijnsdeskundige van de Europese voedselveiligheidsautoriteit EFSA regelmatig in Brussel te vinden. ,,Natuurlijk moet je kunnen laten zien dat je goed bent in je vakgebied, maar het is minstens zo belangrijk dat je je wilt verdiepen in de problemen van de vraagsteller.’’
In het geval van dierenwelzijn worstelde Brussel vooral met de vraag hoe de zorgen van consumenten tot uiting kunnen komen in de eisen die Europa wil stellen aan de voedselproductieketen. ,,We zijn daarom gekomen met een project waarin we door metingen op de boerderij en in de keten, waarmee je het dierenwelzijn zichtbaar kunt maken. Nu ligt de claim voor het dierenwelzijn nog vaak bij het huisvestingssysteem. Als je een goede huisvesting hebt, maar een slechte boer schiet het welzijn er echter weinig mee op’’, aldus Blokhuis. Door welzijnsmaatregelen te standaardiseren, de welzijnsclaims te certificeren en dit op een begrijpelijke wijze om te zetten in consumenteninformatie wil het project gereedschap aanbieden waarmee in het beleid en marketing gewerkt kan worden.

Nek uitsteken
Blokhuis erkent dat dit systeem niet over twee jaar klaar zal zijn. ,,Het is een investering in de toekomst. We kunnen in het lab al heel veel meten ten aanzien van beschadigingen, angst, ziekte en sterfte, maar het moeten uiteindelijk methoden zijn die je steekproefsgewijs op de boerderij of in de slachtlijn kunt toepassen’’. Voor de EU is het richting de wereldhandelsorganisatie WTO belangrijk dat er heldere richtlijnen zijn waaraan een welzijnsvriendelijke veehouderij moet voldoen. Dat is ook in het belang van de dieren, meent Blokhuis. ,,Anders verdwijnt de productie naar landen waar ze het minder nauw nemen met dierwelzijn’’.
Dat de huidige coalitie er voor gekozen heeft niet meer vooruit te lopen op het gebied van dierenwelzijn, kan Blokhuis wel begrijpen. ,,Iedereen heeft het erover dat het speelveld gelijk moet zijn en daar valt best iets voor te zeggen. Het probleem blijft natuurlijk wel dat als je vooruit wil komen er iemand moet zijn die zijn nek durft uit te steken.’’

Gert van Maanen

Re:ageer