Wetenschap - 8 juni 2010

Jatropha geen booming business in Mozambique

Twee jaar geleden stonden westerse investeerders in de rij om plantages met het energiegewas jatropha aan te leggen in Mozambique. Door de kredietcrisis en plantenziekten is daar niet veel van terecht gekomen.

jatropha plant die in zijn ontwikkeling wordt beperkt door een plaag
Dat stelt Maja Slingerland van de leerstoelgroep Plantaardige productiesystemen.
Veel westerse bedrijven die een jatropha plantage wilden aanleggen met risicodragend kapitaal, zijn alweer failliet. ‘Bij de start hebben ze tien procent van de benodigde investering op tafel gelegd, de andere negentig procent moest komen van institutionele beleggers’, zegt Slingerland. ‘Door de economische crisis was dat geld er niet meer.’
Verder kampt de jatropha met schimmels en insecten die de plant kaal vreten. ‘Het kost tien jaar om de agronomie van de plant te begrijpen en genetisch superieure variëteiten te selecteren.’ Het areaal aan jatropha in Mozambique groeit slechts met 200 hectare per jaar. Het duurt drie jaar voordat de plant de oliehoudende zaden maakt en er zijn nog geen fabrieken die de olie kunnen verwerken tot biodiesel.
 
Infrastructuur
De regering van Mozambique wil de import van fossiele brandstoffen vervangen door de productie van biobrandstoffen. Ze wil investeren in biobrandstoffen om de infrastructuur op het platteland te verbeteren en om de lokale energievoorziening te garanderen. ‘Er is ruimte genoeg voor energiegewassen’, zegt Slingerland. ‘Maar ze worden tot nu toe verbouwd in het kustgebied nabij bestaande infrastructuur, bedoeld voor de export.’
De energiegewassen worden hoofdzakelijk geteeld op plantages van buitenlandse eigenaren, die vaak met omringende boeren moeten onderhandelen om een groot perceel te bemachtigen. Meestal krijgen de omwonenden elders een stukje grond, zodat het niet direct ten koste gaat van de lokale voedselproductie. Het is niet aantrekkelijk voor de boeren om zelf jatropha te verbouwen. ‘Het is een nieuw gewas, de kennis over de productie is rudimentair. Dan neemt een boer geen risico.’
 
Sweet sorghum
Dat geldt ook voor de productie van sweet sorghum. Een Zweeds bedrijf wil het graan van sweet sorghum voor voedsel gebruiken en de suikerrijke stengel voor de productie van ethanol. Klinkt goed, vindt de overheid. ‘Maar sweet sorghum smaakt niet’, zegt Slingerland. ‘De boeren weten dat, die gaan het niet verbouwen als voedingsgewas. Aan ons de taak dat weer uit te leggen aan de overheid.’
De Mozambiquaanse regering wil niet dat voedingsgewassen als zonnebloem en cassave gebruikt worden om bio-energie van te maken, maar Slingerland ziet juist hier kansen. ‘Zonnebloem is heel goed op de boerderij te verwerken in een oliefabriekje en kan ook als spijsolie gebruikt worden. En de cassaveoogst is plaatselijk gedaald van twaalf naar zes ton per hectare, omdat de vraag naar cassave voor export is afgenomen. De boeren kunnen de productie weer intensiveren als de markt aantrekt omdat de cassave omgezet kan worden in ethanol of biogas.’ Ze ziet vooralsnog weinig competing claims tussen voedsel en biobrandstof in Mozambique.
 
Bijmengen
Het onderzoek wat de bio-energie hype betekent voor de boeren in Mozambique vindt plaats in het kader van een partnershipprogramma van Wageningen UR met DGIS. Een dozijn MSc-studenten heeft binnen dit programma case studies uitgevoerd. Ook adviseert Marc Schut, PhD-student bij Communicatiewetenschappen, de Mozambiquaanse overheid over duurzame bio-energie productie.
Als de regering geen aanvullende maatregelen neemt, ontstaat geen interne markt in Mozambique voor bio-energie, zegt Slingerland. ‘De regering kan bijvoorbeeld een bijmengverplichting afkondigen om de binnenlandse productie aan te wakkeren.’

Re:ageer