Wetenschap - 30 augustus 2001

Jaren tachtig gouden jaren voor Wageningen

Jaren tachtig gouden jaren voor Wageningen

Het is de vraag die Wageningen UR al een paar jaar bezig houdt: waar blijven de studenten? Waarom komen ze niet naar Wageningen nu de kranten juist bol staan van het aandachtsterrein van de groene universiteit: landbouw, natuur en voeding. Dit jaar lijkt de instroom van Wageningen zich te stabiliseren, maar in de voorgaande jaren nam de belangstelling voor Wageningen ongekend snel af. Niet alleen het landbouwimago speelt Wageningen parten, steeds meer studenten lijken hun studie te kiezen met hun toekomstige salarisstrookje in het achterhoofd.

Dat Wageningen zich het probleem niet aanpraat, blijkt uit een analyse van het marktaandeel van Wageningen Universiteit (zie grafiek). Wageningen is uit de gratie. Van de studenten die vorig jaar hun studie aan een Nederlandse universiteit begonnen, kwam net geen twee procent naar Wageningen. Zo laag is het Wageningse aandeel niet eerder geweest. In de jaren vijftig en zestig schommelde het Wageningse marktaandeel tussen de twee?nhalf en drie procent. De gouden jaren voor Wageningen braken halverwege de jaren zeventig aan. Profiterend van de milieuhype wist de Landbouwuniversiteit zijn marktaandeel stevig uit te breiden, tot boven de vier procent. Halverwege de jaren tachtig stonden er 7200 studenten in de administratie, ter vergelijking, december vorig jaar waren dat er nog 3700.

In vergelijking met het midden van de jaren tachtig hebben vooral de plantenwetenschappen en de milieuhoek fors ingeleverd. In 1986 begonnen er nog 143 studenten aan ??n van de vijf Wageningse plantkundige opleidingen. Onder invloed van de teruglopende belangstelling fuseerden Landbouwplantenteelt, Tuinbouwplantenteelt, Tropische plantenteelt, Plantenveredeling en Plantenziektekunde in een paar stappen tot ??n studierichting: Plant- en gewaswetenschappen. Die trok vorig jaar 27 studenten, bijna tachtig procent minder dan in de jaren tachtig dus. Ook een grote verliezer is de Wageningse milieukunde opleiding. Trok Milieukunde tijdens de hoogtijdagen jaarlijks zo'n honderd studenten, vorig jaar waren dat er nog 28. Milieukunde leed toen extra onder een warrige besluitvorming over de toekomst van de opleiding, maar voorgaande jaren was milieu al duidelijk op de terugweg. Dat planten en milieu ingeleverd hebben, is wellicht niet zo verbazingwekkend, wat opvalt is dat ook de voedingsopleidingen veel minder studenten trekken dan in de jaren tachtig. Voeding en gezondheid en Levensmiddelentechnologie trokken in 1986 samen 169 studenten in 2000 97. De opleidingen over de Groene Ruimte hebben het minst te lijden onder de dalende belangstelling. Bos en natuurbeheer wist het aantal studenten zelfs te vergroten. Ook de naam 'internationale ontwikkelingsstudies' is een schot in de roos. De opleiding trekt nu duidelijk meer studenten dan met de oude, voor de meeste vwo'ers onbegrijpelijke naam 'rurale ontwikkelingsstudies'.

Als Wageningen uit is, wat is dan in? Wie de landelijke cijfers bekijkt, ziet dat vooral economische opleidingen de laatste jaren flink groeien. De Katholieke Universiteit Brabant groeide de laatste jaren spectaculair en trekt ook dit jaar waarschijnlijk weer zo'n twintig procent meer studenten. In 1992 koos vijftien procent van de Nederlandse studenten voor een economische opleiding, vorig jaar ruim achttien. De opkomst van de economie valt samen met een dalende belangstelling voor natuurwetenschappen, landbouw en taal- en cultuurwetenschappen.

Wageningen heeft natuurlijk te lijden onder het negatieve imago van de landbouw. Dierziekten en milieuproblemen maken van de landbouw geen aantrekkelijke sector. Daarnaast lijken steeds meer studenten een carri?re in het management te zoeken. Aangemoedigd door succesverhalen over de economie, kiezen studenten nu steeds vaker voor een opleiding die kans biedt op een succesvolle loopbaan in het bedrijfsleven. Voordat de nieuwe economie vorig jaar van zijn voetstuk viel, stonden de kranten vol met verhalen over jonge succesvolle internetondernemers die op hun dertigste niet wisten wat ze met hun geld moesten doen. De Nederlandse samenleving lijkt in dat opzicht steeds meer op de Amerikaanse: het salarisstrookje is het bewijs van maatschappelijk succes. En voor een hoog salaris moet je niet in Wageningen zijn. De Wageningse afgestudeerde verdient aanzienlijk minder dan die van andere universiteiten. Wageningen trekt met haar opleidingen inhoudelijk ge?nteresseerde studenten en mist de geur van (financieel) succes. In de jaren zeventig en tachtig wist Wageningen daarmee relatief veel studenten te trekken. Maar sinds de jaren negentig appelleert het daarmee aan de wensen van een slinkende groep scholieren.

Korn? Versluis

Re:ageer