Wetenschap - 1 januari 1970

Japanse oester zuigt mossellarven op

In de Oosterschelde worden in het water boven Japanse oesters relatief weinig mossellarven aangetroffen. Mogelijk worden deze langzaam zwemmende larven gemakkelijk opgezogen door de uitheemse oester, denkt drs Karin Troost, oio bij het Centrum voor Schelpdierenonderzoek van de Animal Sciences Group in Yerseke.

Een geïmmigreerd oester die selectief de larven van de oer-Hollandse mossel opeet en zo een bedreiging vormt voor de beroemde Zeeuwse mosselkweek. Het is te hopen dat de LPF er geen lucht van krijgt.
‘Het beeld klopt ook niet helemaal’, zegt Karin Troost. ‘Japanse oesters doen hetzelfde als mosselen. Ze filteren het water en halen er gewoon uit wat er in zit. Larven zouden ook weg kunnen zwemmen. Op basis van ons onderzoek en literatuurgegevens zwemmen oesterlarven echter veel sneller dan mossellarven. Een mossellarve kan daarom moeilijker aan de oesterinstroom ontsnappen. Ze zijn waarschijnlijk ook minder goed in staat de stroming die een oester opwekt op te merken, omdat die een veel diffuser karakter heeft. Opgeteld zou dat inderdaad betekenen dat mossellarven een grotere kans hebben te eindigen als voer voor de Japanse oester dan omgekeerd’, aldus Troost.
Troost presenteerde deze theorie eind september op de jaarlijkse conferentie van het International Council for Exploration of the Seas (ICES) in Spanje. De Japanse oester is sinds de introductie in de Nederlandse wateren zo’n veertig jaar geleden aan een opmerkelijk opmars bezig in met name de Oosterschelde en de Waddenzee. Het onderzoek dat Troost met collega’s van de Rijksuniversiteit Groningen en de schelpdieronderzoekers in Yerseke uitvoert, wil vooral de mogelijke ecologische gevolgen van deze opmars in kaart brengen. Uit metingen aan de aantallen schelpdierlarven in de Oosterschelde blijkt dat er minder mossellarven gevonden worden boven velden met Japanse oesters dan op vergelijkbare plaatsen waar de oester nog niet voorkomt. Terwijl larven van de Japanse oester juist in grotere aantallen aanwezig zijn boven de oestervelden.
‘Als de oesters veel mossellarven wegvangen, hoeft dat nog geen problemen op te leveren. Mossellarven komen in enorme aantallen voor. Het wordt pas een probleem als de wegvangst van larven zo groot is dat er minder volwassen mosselen ontstaan. De afgelopen jaren was er weinig broedval in de Oosterschelde en dus weinig aanwas van mosselen, maar het is te vroeg om daar de Japanse oester de schuld van te geven’, aldus Troost. Als het aantal Japanse oesters zich zou uitbreiden ten koste van de mossel vormt dat volgens haar niet alleen een probleem voor de mosselkwekers, maar voor de hele ecologie van de getijdenzone. ‘Oesters worden niet gegeten door vogels, maar mosselen en andere inheemse schelpdieren zijn juist een belangrijke voedselbron. Minder mosselen betekent dus ook minder vogels’. / GvM

Re:ageer