Wetenschap - 1 januari 1970

Japanse oester: benutten of bestrijden?

Er is een invasie van Japanse oesters gaande in de Waddenzee. Onderzoekers van Wageningen Marien zien ze overal op het wad opduiken. Of de exoot net als in de Oosterschelde zal gaan woekeren is onduidelijk, maar dat er iets moet gebeuren staat buiten kijf. De vraag is of ze beschermd, benut of bestreden moeten worden. Misschien kunnen wadvissers de oesterbanken beheren, en er ook nog een boterham aan verdienen.

Het aantal Japanse oesters in de Waddenzee stijgt de afgelopen jaren enorm. In 2002 vonden de schelpdieronderzoekers van Wageningen Marien uit Yerseke de Japanse oesters nog maar in vier van de vijftienhonderd monsters, bij de jaarlijkse monitoring van mosselen en kokkels in de Waddenzee. In 2005 zaten ze al in 58 monsters. 'Ze vermeerderen zich gigantisch', beaamt dr. Norbert Dankers van de Texelse vestiging van Wageningen Marien. Hij volgt de invasie van de Japanners via meldingen van wadbewoners, wadlopers, vissers en eigen waarnemingen.
De grote angst is dat de Japanse oester zich in de Waddenzee net zo gaat ontwikkelen als in de Oosterschelde. Daar overwoekert de Japanner mosselbanken, en vormt dichte, aaneengesloten banken met scherpe randen. Die zijn niet meer te bevissen, en ook zeevogels die mosselen en kokkels eten, komen niet door de dikke oesterschelp heen.
Of dat in de Waddenzee ook gaat gebeuren, weten de onderzoekers niet. 'Niemand weet met welke snelheid het zich gaat ontwikkelen, en tot welk plafond de aantallen zullen oplopen', stelt visserijbioloog dr. Tammo Bult van Wageningen Marien.
Dankers en Bult praten op donderdag 16 februari met wadvissers, natuurbeschermers en het ministerie van LNV over de kwestie, in het Innovatieplatform Aquacultuur. Want dat er iets moet gebeuren is duidelijk. 'Je raakt de Japanse oester nooit meer kwijt', verwacht Dankers. 'Ze hebben een geweldig voortplantingssysteem. Elke oester produceert elk jaar zo'n honderd miljoen eitjes.' Ter vergelijking: mosselen produceren er enkele miljoenen, kokkels nog minder.
'Je kunt drie dingen doen met de Japanse oester: benutten, beschermen of bestrijden', stelt Bult. 'Het is aan de overheid om te bepalen wat we doen.' Bult schetst de mogelijkheid van het inzetten van wadvissers die op een extensieve manier op zowel mosselen, garnalen, vissen, kokkels als oesters willen gaan vissen. Die zouden als een soort boswachter de oesterbanken kunnen beheren en eventueel wegvissen. De vraag is wel of de vissers hiermee een inkomen kunnen verdienen, hoe ze aan vergunning komen, of het juridisch kan, en welk effect het heeft.
Volgens wadecoloog Dankers kan wegvissen ook ecologische schade opleveren. 'Misschien moet je wel accepteren dat je niet alle oesters kunt kwijtraken.' Hij wijst erop dat het systeem van de Waddenzee veel dynamischer is dan de Oosterschelde, en dat het wad niet overal even geschikt is voor het vormen van een oesterbank. Bovendien ziet de wadecoloog ook mooie, nieuwe ecosystemen ontstaan, zoals kleine rifjes met oesters en mosselen, waartussen garnalen en harders zwemmen, en waarop lepelaars foerageren. Maar, waarschuwt Bult: 'Zo begon het in de Oosterschelde ook'.
Schelpdieronderzoeker dr. Aad Smaal uit Yerseke start dit voorjaar een onderzoek naar het wegvissen van hele oesterbanken in de Oosterschelde. Dat kan volgens Bult en Dankers meer duidelijkheid scheppen over de vraag of vissers in de toekomst ‘boswachter’ van de Waddenzee kunnen worden. De onderzoekers hopen dat minister Cees Veerman van LNV binnenkort duidelijk maakt hoe hij met de Japanse oester in de Waddenzee wil omgaan. Dan wordt ook duidelijk waar zij hun onderzoek op kunnen richten. / MW

Re:ageer