Organisatie - 1 november 2007

Jan Boonstra

368_opinie_0.jpg
‘In principe runnen wij een melkveebedrijf dat de eigen broek moet ophouden’, zegt Jan Boonstra van praktijkcentrum Nij Bosma Zathe. ‘Wij houden zo’n 200 koeien en 140 stuks jongvee en produceren 1,9 miljoen kilo melk. Toch dekken de inkomsten uit melkverkoop en veehandel de kosten niet, vanwege de proeven die we doen. Met de opbrengsten uit onderzoek en voorlichting generen we extra inkomsten.’
Jan is een van de vier medewerkers op de proefboerderij van de Animal Sciences Group aan de zuidrand van Leeuwarden. Vanaf de loopbrug in de smetteloze stal wijst hij op het vee. ‘We verzorgen drie groepen melkvee. Twee groepen staan aan de robots, eentje doen we nog met de melkmachine.’
De voorkeur van Jan gaat eigenlijk uit naar het buitenwerk. ‘In het veld ga je met de seizoenen mee, dat is het mooist. Maar ik ben natuurlijk ook hier in de stal te vinden. Wij hebben altijd mensen over de vloer, dan moet de boel er wel een beetje toonbaar uitzien. Excursiewaardig, noemen we dat.’
Het werk op het praktijkcentrum is de laatste jaren sterk veranderd, vertelt Jan. ‘Voorheen deden we veel proeven met grassoorten, dat gebeurt nauwelijks meer. Speerpunt is nu biogas. We experimenteren al zeven jaar met een kleine mestvergister. Inmiddels hebben we inzicht in de toevoegingen en verhoudingen die het meeste rendement opleveren. Snijmais geeft het beste resultaat. Achter de boerderij bouwen we nu twee installaties waarvan de een biogas voor auto’s zal leveren aan een tankstation langs de randweg, en de ander de nieuwe woonwijk Techum gaat verwarmen.’
Biogas wordt de belangrijkste inkomstenbron van Nij Bosma Zathe, verwacht Jan. ‘Al druisen de nieuwe ontwikkelingen wel eens tegen je gevoel in. Je kiepert toch een goed voedermiddel in de stront.’

Re:ageer