Wetenschap - 1 januari 1970

Jamvriendelijke aardappel heeft rimpels

Jamvriendelijke aardappel heeft rimpels

Jamvriendelijke aardappel heeft rimpels


Een promovendus van de leerstoelgroep Plantenveredeling is erin geslaagd
een aardappel te maken die voor de levensmiddelenindustrie interessante
grondstoffen produceert. De aardappel maakt pectines aan waarvan
fabrikanten verdikkingsmiddelen kunnen maken. De aardappel ziet er echter
niet uit.

,,Bij de productie van aardappelzetmeel blijven de celwanden als
restmateriaal over’’, vertelt ir Ronald Oomen. ,,Die bevatten pectines. De
levensmiddelenindustrie gebruikt pectines van citrusvruchten als
verdikkingsmiddel, maar niet die van aardappels. De vertakte structuur van
de aardappelpectines leent zich er niet voor. In mijn promotieonderzoek heb
ik onderzocht of ik daar met genetische ingrepen iets aan kon veranderen.’’
Oomens onderzoek was fundamenteel. De onderzoeker was er niet op uit een
aardappel te maken voor de markt. ,,De waarde van dit onderzoek is dat we
hebben laten zien dat pectines belangrijk zijn voor de ontwikkeling van
aardappels.’’
Pectines zijn complexe structuren van suikers. Een belangrijke bouwsteen
van de pectines in aardappels is rhamnogalacturonaan. Op die bouwsteen
heeft Oomen zich geconcentreerd. Uit het genoom van de schimmel Aspergillus
niger haalde hij een gen en plakte dat in het erfelijk materiaal van de
aardappel. Het gen laat de nieuwe aardappel een enzym aanmaken dat het
rhamnogalacturonaan in kleiner stukjes knipt.
,,Het werkte wel’’, zegt Oomen. ,,Maar de gemodificeerde aardappel zag er
niet meer uit als een normale aardappel. De buitenkant ging bijvoorbeeld
extreem rimpelen. De structuurwijziging in de pectines was meer dan de
aardappel kon hebben.’’
Oomen werkte samen met een andere onderzoeksgroep. Die maakte genetisch
gemodificeerde aardappelen waarbij de nieuwe genen alleen de zijketens van
het rhamnogalacturonaan afknipten. Die aardappels waren niet misvormd.
,,Van de aardappelplanten die de andere groep heeft gemaakt is nog niet
onderzocht of ze een toepassing kunnen hebben’’, aldus Oomen. |

Ronald Oomen promoveert op 21 maart bij prof. Richard Visser, hoogleraar
Plantenveredeling.

Re:ageer