Wetenschap - 21 juni 2012

Jager treft verkeerde gans

Jagers slagen er niet in de ganzenoverlast te beperken.
Alleen vangen en vergassen geeft ­significante reductie.

Jagers treffen vooral rondtrekkende ganzen die weinig overlast geven.


Bejaging leidt niet tot reductie van het aantal grauwe ganzen. Ook het lekprikken van de eieren is nauwelijks effectief.  Alleen door het vangen van ganzen tijdens de rui - waarna de vogels in containers met CO2 worden vergast -  een omstreden methode  - is de populatieomvang substantieel terug te brengen.  Tot die conclusies komen  David Kleijn, Dick Melman en Mariëlle van Riel van Alterra.  Zij onderzochten in opdracht van het Faunafonds - dat de schade vergoedt die ganzen aanrichten op boerenland- de effectiviteit van diverse regulerende maatregelen. Ze concentreerden zich op de situatie op Texel waar de afgelopen jaren verschillende maatregelen werden geprobeerd.
Grauwe ganzen worden gezien als dubbele lastpakken. De meeste ganzensoorten verblijven hier uitsluitend in de winter, maar sinds de grauwe gans  begin jaren zestig terugkeerde als broedvogel, is de stand vooral de afgelopen tien jaar ook in de zomer spectaculair gestegen. Alleen al op Texel lopen er ´s zomers ´ zo'n 6000 grauwe ganzen rond; in de winter nog veel meer. Die vreten van gewassen, stampen met hun platpoten planten plat en poepen alles onder.
De enige aanpak die in het verleden op Texel heeft gewerkt, zo leerden de populatieberekeningen van Alterra, is het wegvangen van ganzen in de rui, als ze niet kunnen vliegen. Daarmee wordt de lokale broedpopulatie een flinke klap toegebracht. Deze methode is momenteel alleen nog toegestaan rond Schiphol. Gebruik ervan leidt veelal tot emotionele reacties. Medewerkers van ruimingsbedrijf Duke Faunabeheer kregen vorige maand zelfs bewaking.
Slimme beesten
Jagen op grauwe ganzen - in Nederland de meest gangbare bestrijdingsmethode - leverde  daarentegen amper resultaat op. Ook al schoten jagers op Texel  in de jaren 2005 tot en met 2011 zo'n 15 duizend grauwe qanzen; de populatie groeide onverminderd voort. 'Ze treffen waarschijnlijk de verkeerde ganzen', aldus Kleijn. 'Vooral rondtrekkende dieren die even Texel aandoen. De ter plekke broedende grauwe ganzen vertoeven in de zomer veel in natuurgebieden, waar niet wordt gejaagd. Bovendien leren die lokale dieren heel snel waar en bij wie ze uit de buurt moeten blijven.'
De derde bestrijdingsmethode: het lekprikken van eieren, in 2011 nog ruim 12duizend keer toegepast, leidt wel tot een flinke reductie van het aantal kuikens, maar dat vertraagt slechts de groei van de populatie. 'Het probleem is dat je nooit alle eieren vindt', vertelt Kleijn. 'Het eerste jaar was dat 70 procent; het derde maar 57 procent. Het zou me niet verbazen als de ganzen leren hun nesten beter te verstoppen. Het zijn slimme beesten.'
 

Re:ageer