Wetenschap - 1 januari 1970

Jacqueline Castenmiller | Vitamine A en spinazie

Jacqueline Castenmiller | Vitamine A en spinazie

Jacqueline Castenmiller Vitamine A en spinazie

Naam Jacqueline Castenmiller, 39 jaar
Project Biobeschikbaarheid van carotenoïden
Instituut Landbouwuniversiteit, Humane voeding en epidemiologie
Budget 458.000 gulden
Aanvang project Januari 1996
Looptijd Tot en met december 1998
Financiers EU en Unilever
Partners EU-partners in het EU-project

Er wordt altijd gezegd dat het goed is om bladgroenten te eten, omdat ze veel carotenoïden bevatten. Een deel daarvan, de pro-vitamine A carotenoïden, waarvan b-caroteen er een is, worden omgezet in vitamine A. Wij hebben gekeken of al die b-caroteen werkelijk wordt opgenomen door de mens. We wilden ook weten wat het effect is van bewerking van de groente op de biobeschikbaarheid van de carotenoïden. Als groente namen we spinazie

Het onderzoek viel uiteen in drie delen. Onder de microscoop gingen we na waar de carotenoïden bleven na de bewerking. Als je spinazie kookt of op een andere manier bewerkt, gaan de cellen kapot. Dan komen de carotenoïden vrij en zijn ze beter op te nemen. Dat konden we inderdaad zien

Daarnaast wilden we een in vitro-methode ontwikkelen zodat je niet altijd dure experimenten met proefpersonen hoeft uit te voeren. We bootsten in een reageerbuis de darmen na. Vetten en vetoplosbare stoffen, waaronder carotenoïden, worden in de darmen opgenomen in micellen. We wilden weten wat de hoeveelheid opgenomen b-caroteen in de micellen beïnvloedt. Voedingsvezel bleek de hoeveelheid b-caroteen in de micellen te verlagen

De resultaten van deze experimenten vielen een beetje tegen. In een reageerbuis gaat het natuurlijk om kleine hoeveelheden, dus de analyse komt erg nauw. En we vonden grote spreidingen in de resultaten. We willen het nog een keer proberen, maar dan met een persoon, die gedurende minimaal zes maanden aan het project kan werken

Het derde deel van het onderzoek deden we met zeventig proefpersonen in zes onderzoeksgroepen. Vier groepen kregen drie weken lang elke dag een spinazieproduct. Eon groep kreeg een synthetische oplossing van b-caroteen en luteïne opgelost in olie, waarvan je aanneemt dat de opname honderd procent is. We verstrekten de spinazie in drie bereidingsvormen: heel blad, gehakte spinazie en spinazie die we met enzymen vloeibaar hadden gemaakt door de celwanden af te breken. Een vierde groep kreeg vervloeide spinazie waaraan een vezelpreparaat was toegevoegd

De biobeschikbaarheid van carotenoïden was vijf procent bij het hele blad en tien procent bij de vervloeide spinazie. Groente heeft dus minder invloed op de vitamine Aproductie dan we aanvankelijk dachten. Toch is bekend dat groenten een gunstige werking hebben op het gebied van hart- en vaatziekten en kanker. Mogelijk gaat het dan om een combinatie van voedingsstoffen, bijvoorbeeld met foliumzuur. L.N., foto G.A

Re:ageer