Wetenschap - 27 november 2008

JUIST SECUNDAIRE WEG GEVAARLIJK VOOR DAS

Tweederde van de ongeveer vijfhonderd dassen die jaarlijks sneuvelen in het verkeer wordt aangereden op een secundaire weg.
Tweederde van de ongeveer vijfhonderd dassen die jaarlijks sneuvelen in het verkeer wordt aangereden op een secundaire weg.

Foto: Lineair

Rustige secundaire wegen zijn veel dodelijker voor dassen dan drukke snelwegen. Daarom moet de preventie zich meer op die wegen richten. Verkeersluwe gebieden kunnen veel dieren redden. Dat schrijven Wageningse onderzoekers in de online versie van het Journal of Environmental Management.
Een das die een snelweg oversteekt speelt Russische roulette. De kans is aanzienlijk dat hij het niet overleeft. Toch sneuvelen er jaarlijks veel meer dassen op secundaire wegen. Dat blijkt uit een langjarige inventarisatie van de Vereniging Das & Boom. Tweederde van de ongeveer vijfhonderd dassen die jaarlijks sneuvelen in het verkeer wordt aangereden op een secundaire weg. Dat is vijftien procent van de totale dassenpopulatie in ons land. Dat komt door de macht van het getal, zegt onderzoeker dr. Frank van Langevelde van de Resource Ecology Group. Er zijn gewoon veel meer kleinere wegen dan snelwegen. Alle secundaire wegen bij elkaar meten 48 duizend kilometer. Dat is vijf keer zo lang als alle snelwegen bij elkaar.
Ondanks de vele slachtoffers is er volgens Van Langevelde nauwelijks aandacht voor preventie op de secundaire wegen. ‘In beleid en onderzoek is veel meer aandacht en geld voor preventie op snelwegen.’ En dat moet veranderen. Per kilometer weg zijn snelwegen weliswaar dodelijker dan kleinere wegen, maar dat zegt volgens de onderzoeker niks. ‘Het gaat om de absolute aantallen, want die hebben effect op de populatie.’
De vele secundaire wegen zorgen daarnaast ook voor een enorme versnippering van de leefgebieden. Van Langevelde en collega’s becijferden dat een dier in ons land gemiddeld om de 1300 meter een lokale weg tegenkomt. Dat moet dus wel vaak mis gaan. Niet alleen voor dassen, ook voor andere zoogdieren als reeën, konijnen, egels, wilde zwijnen, bunzingen en boommarters. Volgens zoogdiervereniging VZZ sneuvelen jaarlijks meer dan honderdduizend egels onder de wielen van gemotoriseerd verkeer. Negen van de tien dode boommarters is slachtoffer van het verkeer.
Verkeersluwe gebieden zijn volgens Van Langevelde de oplossing. Niet een enkele weg, maar een heel gebied wordt daarbij verkeersluw gemaakt. Het verkeer wordt zoveel mogelijk om zo’n gebied geleid. Minder auto’s en lagere snelheden leiden vanzelf tot minder dode dieren. Rekenmodellen laten zien dat het werkt. Maar een proef op de som in de praktijk is lastig. Overheden en bewoners zijn volgens Van Langevelde tot nu toe huiverig.
Voor de gemeente Brummen ligt er inmiddels een klant en klaar plan. Maar wanneer het wordt uitgevoerd is nog niet duidelijk.

Re:ageer