Organisatie - 10 mei 2007

Isolement, chaos en grandeur

Een indrukwekkende bakstenen kolos met voortreffelijke voorzieningen, die het provinciale Wageningen een metropolitische uitstraling geeft. 'Maar dan kom je door de draaideur binnen, en waan je je in een parkeergarage.' Omgevingswetenschappers geven hun eerste indruk van het Forum.

47_achtergrond0.jpg
‘Dit gebouw is een statement, een uitroepteken’, zegt dr. Henk de Haan van de leerstoelgroep Sociaal-ruimtelijke analyse. ‘Hier is een vlakte met nog helemaal niets. Er groeit zelfs nog geen gras. En uit dat niets verrijst dit kolossale gebouw.’
De Haan staat voor de oostelijke ingang van het Forumgebouw waar door werkverkeer opgeworpen stofwolken de vlakte hebben veranderd in een kwade plek voor contactlenzendragers. Het gebouw is, zeker van zo dichtbij, imposant. Kijk je omhoog, dan word je onwillekeurig bevangen door een omgekeerde hoogtevrees.
De grootheid van het Forum wordt versterkt doordat het alleen staat. ‘Er is geen stedelijke omgeving’, zegt De Haan. ‘Er zijn geen andere gebouwen. Er is geen boekwinkel, geen plek waar je een broodje gaat eten, er helemaal niets. Ik weet niet of dat nog zal komen, ik weet ook niet of het de bedoeling is, maar het zegt iets over de relatie tussen de universiteit en het hbo aan de ene kant en de stad aan de andere kant. Die relatie is er niet. Het gebouw staat los van Wageningen.’
De Haan, van origine antropoloog, betreurt dat. Voor hem hoort een universiteit in een gemeenschap, in een stad. ‘Dat is goed voor de stad’, zegt De Haan. ‘Werknemers en studenten houden winkels draaiende en verlevendigen de straten. Het is goed voor de studenten, want de stad gaat het ontstaan van een ivorentorenmentaliteit tegen.’
Ir. Mark Hendriks, journalist en medewerker van het Wageningse Architectuurcentrum Ahoi, deelt de mening van De Haan. Het isolement van de kolos valt ook hem op. ‘De keuze om het onderwijs hier te concentreren gaat gevolgen hebben voor Wageningen, ben ik bang’, zegt hij. ‘Het zou me niet verbazen als studenten van de toekomstige lichtingen minder vaak zullen besluiten om in Wageningen te gaan wonen. De bereikbaarheid is verbeterd. Je zou hier colleges kunnen volgen zonder dat je een stap in de stad zet.’
Dat is jammer, maar misschien onvermijdelijk, denkt Hendriks. In een tijd waarin supermarkten, speelparadijzen, bowlingbanen en zelfs kerken buiten de steden verrijzen, kun je verwachten dat ook een instelling als Wageningen UR zijn tenten opslaat in de periferie.

Metro
‘Zojuist stonden we voor een kathedraal’, zegt ir. Paul Roncken van de leerstoelgroep Landschapsarchitectuur. ‘Een groots, magnifiek gebouw. Maar dan kom je door de draaideur binnen, en dan waan je je in een metro of een parkeergarage. Boven je hoofd is een dak van beton dat steunt op betonnen pilaren.’
Zonde, oordeelt Roncken. ‘In zo’n gebouw als dit wil je ervaren dat het groot is. Boven je hoofd hoort ruimte te zijn. Dat hoort bij de grandeur van publieke gebouwen.’
Ronckens collega, de landschapsarchitecte Lenzholzer, wijst op de roltrap die zich achter een betonpilaar verschuilt en bezoekers naar de eerste verdieping brengt. ‘Je kunt niet zien waar die trap naartoe gaat’, zegt ze. ‘Vanaf hier gezien eindigt hij bij het plafond. Jammer. Als je zou kunnen zien waar die roltrap naartoe gaat, had je geweten dat je in een groot gebouw was.’ Pluspunt van de roltrap is dat hij bijdraagt aan de stedelijke allure van Wageningen; het is de eerste roltrap die de groene kennisstad rijk is.
Op de begane grond en de eerste verdieping is het Forumgebouw net zo onoverzichtelijk als het organogram van Wageningen UR. Net zo min als buitenstaanders nog hun weg kunnen vinden tussen de businessunits, centra en secties krijgen bezoekers hoogte van het gebouw als ze binnenkomen.
‘Op deze plek ervaar ik dit als een chaotisch gebouw’, zegt Lenzholzer. ‘Ik weet niet hoe het in elkaar zit. Als ik er een paar keer ben geweest zal het wel veranderen, maar zonder wegwijzers zullen bezoekers hier hopeloos verdwalen.’ Publieke gebouwen moeten eigenlijk geen wegwijzers nodig hebben, vindt Lenzholzer. Als het goed is, is hun architectuur zo doordacht dat ze hun eigen kaart zijn.
Pas op de tweede verdieping laat het Forumgebouw aan bezoekers zien hoe het in elkaar steekt en hoe groot het is. Boven je hoofd zijn geen betonnen lappen meer die de onderdelen van het gebouw met elkaar verbinden. Sociologen hebben in tientallen studies beschreven hoe zulke gebouwen congregaties van gelovigen en verzamelde aanhangers van een politieke ideologie hun massaliteit laten beseffen. Psychologen hebben ontdekt dat ze creatieve en abstracte denkprocessen stimuleren. Revoluties, rellen en oproer beginnen niet zelden in statige, grote gebouwen.
‘Zoals dit hoort een publiek gebouw te zijn’, zegt Henk de Haan, als hij staat op de tweede verdieping. ‘Je bent niet thuis en niet bij iemand op visite. Je voelt je vrij maar toch geborgen. Wat je hier ervaart zou je ook beneden moeten ervaren.’

Bibliotheek
Neem een gebouw en knip er een zich over meerdere verdiepingen uitstrekkende bolvorm uit. Daarna zet je op alle verdiepingen aan de zijden van de uitgespaarde bol leestafels, zodat iedereen die plaatsneemt alle andere bezoekers in het gezicht kan kijken. Die constructie hebben de ontwerpers voor de bibliotheek van het Forumgebouw gekozen.
‘Michel Foucault noemt zo’n constructie een panopticum’, zegt De Haan. ‘Architecten hebben het vaak toegepast in gevangenissen, zodat bewakers vanuit elk punt elk ander punt in de gaten konden houden. Hier is dat principe toegepast op de bibliotheek. Zo ben je dus als je leest in de bibliotheek in de publieke ruimte. Je kunt iedereen zien en je kunt gezien worden. Interessant.’
De Forumbibliotheek lijkt te zijn ontworpen voor de nadagen van het papieren tijdperk, waarin onderzoekers meer pdf’jes lezen dan artikelen van papier. ‘Er is weinig plaats voor boeken’, zegt landschapsarchitect Roncken, blikkend naar de nog lege kasten. In de nieuwe bibliotheek zal nog maar een fractie van de boeken direct toegankelijk zijn voor bezoekers. Ze verhuizen naar de kelders van de Forumbibliotheek, waar medewerkers ze alleen op verzoek vandaan zullen halen.
Spijtig, oordeelt Roncken. ‘In een bibliotheek horen boeken. Veel boeken. Je moet langs de boeken kunnen lopen, je moet ze kunnen oppakken en er doorheen bladeren, al was het maar om nieuwe ideeën op te doen. Misschien is het bij voedingswetenschappers of sociologen anders, maar ontwerpers zijn bladeraars.’

Inhaalslag
Terwijl haar blik glijdt van de glimmende, hardstenen tegels op de vloer van de gangen naar de betonnen wanden, realiseert Sanda Lenzholzer zich dat de ontwerpers van het Forum compromissen hebben moeten sluiten. ‘De tegels hebben een stedelijke uitstraling, net als de bakstenen muren in de zijvleugels. Jammer dat je dan toch zoveel beton terugziet. Beton is drukkend en zwaar. Het is natuurlijk goedkoper, maar het blijft zonde.’
Dergelijke compromissen zijn niet zichtbaar in de college- en practicumzalen. ‘Dit is een stuk beter dan ik gewend was toen ik nog op De Hucht rondliep’, zegt Mark Hendriks, die in 2004 als planoloog afstudeerde aan Wageningen Universiteit.
Net als de afmetingen van het Forumgebouw geven de collegezalen aan dat er iets is veranderd in Wageningen. ‘Legio studenten hebben jarenlang college gekregen in tweedehands gebouwen’, zegt Hendriks. ‘Ze waren verspreid over de stad. Het had zijn charme maar het was provinciaal. Nu komen al die studenten in een universiteitsgebouw met voorzieningen die niet onderdoen voor wat je vindt in Nijmegen of Rotterdam.’
Met het Forumgebouw maakt Wageningen een inhaalslag, vindt Hendriks. Maar tegenover de winst aan uitstraling, kwaliteit en efficiency staat dat Wageningen een stukje van zijn ziel heeft moeten verkopen. ‘Het oude Wageningen was kleinschalig, en daarom was de scheidslijn tussen onderzoek en onderwijs dun’, zegt Hendriks. ‘Je zag als student de onderzoekers hun werk doen. Ze werkten vaak in het gebouw waar je college kreeg, of je zag ze bezig in de proeftuinen.’ Het Forum maakt daar een einde aan.

Re:ageer