Organisatie - 30 juli 2007

Is wetenschap buiten de hokjes lastig?

Wetenschappers zijn van Nature geneigd zich op te sluiten in hun eigen vakgebied, stelde Fons Werrij vorige week. Artikelen en subsidieaanvragen worden beoordeeld door disciplinegenoten die niet houden van uitstapjes naar andere wetenschapsgebieden. Wageningen UR wil het multidisciplinaire onderzoek juist stimuleren. Hoe lastig is het eigenlijk om samen te werken met wetenschappers uit andere vakgebieden?

Prof. Johan van Leeuwen, hoogleraar Experimentele zoölogie, werkt samen met technische universiteiten.
‘De combinatie van verschillende disciplines maakt dat je nieuwe inzichten krijgt. Maar het is inderdaad moeilijker om wetenschappelijke erkenning te krijgen als je in een gedeeld vakgebied werkt. Ik merk bijvoorbeeld dat het soms lastiger is om artikelen gepubliceerd te krijgen. Ik probeer de natuurkunde in een vakgebied te krijgen waar traditioneel veel aandacht is voor moleculaire biologie. Referenten die artikelen beoordelen vinden daarom regelmatig dat die kant van het verhaal te weinig aan bod komt in onze artikelen.
Ook bij subsidieaanvragen heb je om die reden meer uit te leggen. Dat is niet altijd fair. Ik werk graag samen met technische universiteiten, en haal van beide kanten inspiratie. Misschien is dat voor Nature en Science trouwens wel een reden om juist nieuwe combinaties te zoeken. Zij zoeken naar verhalen die een breder publiek aanspreken, en die een nieuwe kijk geven op een vakgebied.
David Lentink, een promovendus van mij, stond bijvoorbeeld pas in Nature met een verhaal over de gierzwaluw waarin zoölogie en technische wetenschap werd gecombineerd. Vakgenoten klagen wel eens dat Nature en Science niet weggelegd zijn voor biomechanici, maar dat is niet zo. Als je boven het maaiveld uitsteekt, kan dat best. En dat lukt misschien wel beter als je ideeën uit verschillende vakgebieden combineert.’

Prof. Bart Gremmen, filosoof, werkt veel samen met biotechnologen
‘Ik herken die klacht wel, al wordt het de laatste jaren beter. Hoe meer multidisciplinair onderzoek er gebeurt, hoe makkelijker het wordt om je verhaal kwijt te raken. Er zijn nu meer tijdschriften die zich er speciaal op richten en ik merk dat specialistische tijdschriften er meer oog voor krijgen. Laatst heb ik met iemand samen gepubliceerd in Euphytica, een hoogaangeschreven tijdschrift voor plantenwetenschappers. Dat had ik een paar jaar geleden niet gedacht. Ik dacht ook altijd dat Nature en Science buiten bereik lagen van onderzoekers als ik, maar wie weet.
Het blijft wel lastiger als je heel verschillende gebieden combineert. Disciplinaire wetenschappers die je verhaal beoordelen vinden het sociaal-wetenschappelijke deel van het onderzoek al snel een open deur.
Overigens heb ik me wel gestoord aan het verhaal van Werrij. Hij klaagt over de hokjesgeest van de genomicsonderzoekers, terwijl hij als betrokkene heel goed hoort te weten dat dat niet klopt. Er zijn verschillende initiatieven voor sociaal-wetenschappelijk onderzoek rondom genomics. De aandacht daarvoor groeit juist, en er is steeds meer geld voor beschikbaar. Het gaat zeker niet om ethische excuustruzen, zoals Werrij zegt.
Plantenwetenschappers als Willem Stiekema zijn echt geïnteresseerd in de sociale kant van het verhaal. Dat hebben ze wel geleerd van de discussie rondom genetische modificatie. Stiekema is ervan overtuigd dat het daar is misgelopen omdat de wetenschappers te weinig contact hadden met de maatschappij. Dat willen ze niet nog een keer zien, met genomics.’

Prof. Kees de Graaf, voedingswetenschapper, werkt samen met sociologen en psychologen.
‘In het gebied waarin ik me begeef – eetgedrag - ontkom je er niet aan verschillende gebieden met elkaar te verbinden. Eten gaat over fysiologie, psychologie en al snel ook sociologie. Als je dan ook nog eens collega’s hebt waarmee het aangenaam samenwerken is, gaat het eigenlijk vanzelf.
Misschien is het wel wat lastiger om te publiceren in bladen met een hoge impact. Er zijn wel bladen in onze hoek, maar die hebben geen geweldige impactfactor. Van de hardere wetenschappers krijgen we wel eens verwijten dat wij met softe methodes werken. Wij werken bijvoorbeeld wel met visueel analoge methoden, om het hongergevoel van proefpersonen vast te leggen. Die moeten dan een streepje zetten op een lijn tussen heel hongerig en volledig verzadigd. Critici vinden dat niet hard genoeg, en daar ben ik het wel mee eens. Het zou beter zijn om een meer controleerbaar criterium te hebben. Maar voorlopig hebben we niks beters.
Het multidisciplinaire onderzoek is volgens mij de kracht van Wageningen. Daarmee onderscheiden we ons, en we zijn er volgens mij ook best goed in. Misschien hebben we het niet heel gemakkelijk, maar ik heb het idee om ooit in de Lancet te staan nog niet uit mijn hoofd gezet.’

Prof. Ken Giller, hoogleraar Plantaardige productiesystemen, werkt onder andere samen met sociale wetenschappers
‘Of het moeilijker is, is eigenlijk niet zo relevant. De kwesties waar wij meer bezig zijn vragen om multidisciplinair onderzoek. Als je bezig bent met de grotere problemen van de maatschappij, kun je je niet bij één vakgebied houden.
Vandaag was ik bijvoorbeeld bij een bijeenkomst over competing claims on natural resources, in Zuid-Afrika. Dat is een heel complex vraagstuk, met heel veel stakeholders waar je niet ver komt met alleen specialistische kennis van één vakgebied.
Ik had me wel verbaasd over het verhaal van Werrij. Misschien is het terecht voor genomics, dat kan ik niet zo goed overzien, maar voor de landbouwwetenschappen herken ik er niets in. Ik denk dat wij allang multidisciplinair werken, en daardoor ook invloed hebben op wat tijdschriften publiceren. Er is steeds meer ruimte voor ons type onderzoek. Je ziet nu dat Science ook sociaal-wetenschappelijke verhalen over bijvoorbeeld klimaatveranderingen publiceert. En er zijn ook steeds meer tijdschriften die zich er speciaal op richten, denk aan Ecology and society, waar Martin Scheffer veel aan heeft.
Ik denk dat Wageningen nog steeds trots kan zijn op de multidisciplinaire aanpak van het onderzoek. Ik ben er in ieder geval naar Wageningen gekomen, omdat ik hier als generalist aan de slag kon, en ik heb zeker nog geen spijt.’

Re:ageer