Organisatie - 3 april 2008

Is er zoveel mis bij het veetransport?

Bij het transport van dieren en in slachterijen gaat nogal wat mis, constateerde een medewerker van de Voedsel en Waren Autoriteit in een conceptrapport. Staatsraad Rein Jan Hoekstra onderzocht voor landbouwminister Gerda Verburg de bevindingen en concludeert dat het VWA-rapport een herkenbaar beeld schetst.

opinie_0_508.jpg
Anoniem intern conceptrapport van de Voedsel- en Warenautoriteit (VWA) over toezicht en controle
‘Gebrek aan kwalitatief en kwantitatief toezicht door de VWA en verminderde bereidheid tot naleving van regelgeving door het bedrijfsleven leiden tot niet-regelconform gedrag bij deze laatste groep. Het gevolg hiervan is niet alleen dat de vrijwaringsgaranties die afgegeven moeten worden aan bestemmingslanden bij export niet aan de vastgestelde eisen voldoen, maar ook dat er grote veterinaire risico’s gelopen worden.’
[met logo VWA]

Dr. Bert Lambooij, onderzoeker bij de divisie Veehouderij van de Animal Sciences Group, gespecialiseerd in diervriendelijke slachtmethoden[img]
‘Wat me in deze discussie nog het meest verbaast is dat we zo weinig weten van wat er mis is. Dat betekent dat er in feite weinig wordt gecontroleerd. We moeten ons vooral verlaten op wat de sector zegt. En dat geldt niet alleen voor Nederland, maar ook voor andere landen in Europa.
Een paar weken geleden hebben we een workshop gehouden en daarbij bleek weer eens hoe weinig we eigenlijk weten van het transport. En dus kunnen we ook niet zeggen of de situaties die nu beschreven worden incidenten zijn, of dat ze structureel voorkomen. Eigenlijk is dat feit alleen al vrij zorgelijk.’

Mr. Rein Jan Hoekstra, onderzocht de aantijgingen over gebrekkige toezicht door de VWA op diertransport en slachterijen[img]
‘Het beeld dat het conceptrapport geeft van de praktijk bij het VWA-toezicht op levend vee en levende producten acht ik, mede op basis van de in het kader van dit onderzoek gevoerde gesprekken, herkenbaar. Daarbij plaats ik echter de kanttekening dat de feitelijke omvang van de gesignaleerde problematiek niet is vastgesteld en dat deze op basis van de beschikbare gegevens ook niet is vast te stellen.’

Frank Dales, algemeen directeur van de Dierenbescherming[img]
‘Door de jaren heen heeft de Dierenbescherming heel wat wantoestanden in het veetransport blootgelegd. Volgens ons gaat het hier om een structureel probleem, volgens het bedrijfsleven om incidenten. Hoekstra constateert dat het beeld in het conceptrapport herkenbaar is. Volgens ons gaat het om zeer ernstige problemen en het is noodzakelijk daar beter op te letten. De kwaliteitssystemen voor het veetransport zijn nog altijd volstrekt onvoldoende. De minister kan dan ook niet anders dan elk transport te controleren. Wij zien dat er een kwaliteitssysteem is voor het veetransport, maar controle en sanctionering stellen nog steeds veel te weinig voor. We kunnen private kwaliteitssystemen niet overlaten aan een enkele bedrijfstak. De hele keten, van boer tot supermarkt, moet zijn verantwoordelijkheid nemen. En als er sprake is van overtredingen bij transporten moeten transportwagens drie weken van transport worden uitgesloten, net als in Groot-Brittannië.’

Prof. Bert Urlings, bijzonder hoogleraar Ketengestuurde dierlijke productie en directeur kwaliteit van Vion Foodgroup[img]
‘Op basis van mijn wetenschap van Vion weet ik dat er geen sprake is van wantoestanden in de slachterij of bij het diertransport. Is Vion dan feilloos? Nee, zeker niet. Maar een slachterij kan niets met anonieme meldingen over misstanden. Als we weten wat zich wanneer en waar heeft afgespeeld, kunnen we daar een vervolg aan geven. In onze ogen is er geen sprake van tekortschietende kwaliteit van het overheidstoezicht in de slachterijen en de vleesverwerkende bedrijven.
In de nieuwe wetgeving ligt vast dat het bedrijfsleven zelf verantwoordelijk is voor voedselveiligheid. De rol van de overheid daarbij is veranderd van controle naar toezicht. De overheid moet dat toezicht zó uitvoeren dat daar waar een bedrijfseigen kwaliteitsysteem tekortschiet, producten niet op de markt kunnen worden afgezet.
De keuringsassistenten krijgen een gedegen praktische en theoretische opleiding, voordat ze onder toezicht van de VWA aan de slag gaan. Daarbij komt dat we overspoeld worden met audits van klanten, die kijken of wij ons aan hun eisen houden. Er zijn elke dag honderdmiljoen mensen die Vionproducten consumeren. Dat betekent dat we een reputatie hoog te houden hebben. Het laatste wat we willen is dat de indruk bestaat dat we de grenzen opzoeken van wat mogelijk is.’

Ir. Willy Baltussen, onderzoeker LEI [img]
‘Je moet je eerst afvragen wat misstanden precies zijn. Is er sprake van systematische misstanden of hebben we het over incidenten? In elke economische sector, dus ook in deze, komen incidenten voor. In de varkenshouderij is sprake van kleine marges. Dat betekent dat bedrijven proberen zo efficiënt mogelijk te werken en er het maximale uit te halen. Aan de andere kant is er steeds meer aandacht voor kwaliteit, waardoor dit soort incidenten meer boven water komen.
Er is een zekere balans tussen enerzijds efficiënt werken en anderzijds de beste kwaliteit halen. Economisch gezien heb je geen baat bij dieren met mankementen, omdat je daarmee minder kwaliteit levert. Iedereen heeft belang bij gezonde dieren. Als het gaat om slachtmethodes, dan hebben we te maken met overheidseisen die voorschrijven hoe dat moet gebeuren. Er wordt veel onderzoek gedaan naar methoden om dieren te doden. Daar komt meer bij kijken dan alleen diervriendelijkheid, want je moet bijvoorbeeld ook rekening houden met de effecten van de gebruikte methode op de voedselveiligheid.’

Re:ageer