Organisatie - 7 juni 2007

Is er genoeg voedsel

De Oostenrijkse documentaire ‘We feed the world’, die momenteel in Nederlandse bioscopen draait, laat zien dat in Wenen net zoveel eten wordt weggegooid als in de tweede stad van Oostenrijk dagelijks wordt geconsumeerd. Tegelijkertijd sterven er bijna dertigduizend mensen per dag als gevolg van ondervoeding, aldus de FAO. Dat terwijl er volgens de voedselorganisatie van de VN genoeg voedsel wordt geproduceerd om twaalf miljard mensen te voeden.

Dr. Paul Hebinck, leerstoelgroep Rurale ontwikkelingssociologie
‘Ik weet niet of het getal van twaalf miljard klopt. Maar op zich denk ik wel dat het technologisch mogelijk is om de hele wereldbevolking te voeden. Het gebrek aan voedsel in sommige ontwikkelingslanden is voor een groot deel nog steeds een verdelingskwestie. Er is alleen tot nog toe geen fatsoenlijk model beschikbaar om tot een betere verdeling te komen. Dat komt deels omdat lokale en globale processen door elkaar lopen en die maken dit alles tot een zeer complexe materie.
Allereerst ontbreekt het mensen in ontwikkelingslanden vaak nog aan toegang tot markten, Westerse incluis. In principe zou een boer in Kenia op zijn halve hectare grond veel beter sperziebonen voor de Nederlandse markt kunnen verbouwen. Daar krijgt hij meer voor dan voor de maïs die hij nu verbouwt en dan heeft hij geld over om eten te kopen.
Een ander groot probleem is dat door het privatiseren van grondbezit de toegang tot land niet eenvoudiger is geworden. Er zijn er die graag willen boeren, maar zij hebben geen toegang tot land. En dan praat ik nog niets eens over financiële markten en of de markt wel of niet het meest ideale instituut is voor de allocatie van hulpbronnen. Over dat laatste heb ik zo mijn twijfels. Het recept is niet eenvoudig.’

Jacco Rodenburg, Otherwise
‘Doordat het probleem op politiek niveau niet wordt opgelost, zoekt men momenteel heil in een technologische oplossing van het voedselprobleem. Maar de politiek is waar we het moeten zoeken. Er zit tussen de producenten van voedsel en de consumenten een black box waar we geen invloed op hebben. Dit is het terrein van de multinationals en overheden. Zij hebben het monopolie op kennis en toegang tot markten. Ze houden de ongelijke situatie in stand en het ontbreekt hen aan wil om het hongerprobleem op te lossen. Of het nu gaat om koffie, chocola of basisvoedsel, steeds zie je dat rond vrijhandel niet alle randvoorwaarden zijn gerealiseerd, waardoor ontwikkelingslanden niet in dezelfde mate kunnen meedoen op de wereldmarkt als het Westen. Binnen de WTO, de instantie bij uitstek om de vrijhandel te stimuleren, zijn te veel verborgen agenda’s. De EU, de VS en in de nabije toekomst waarschijnlijk ook China en Brazilië, schermen hun markten af. Portugese boeren zijn al bijna niet in staat kaas te produceren die voldoet aan de Europese kwaliteitseisen. Laat staan boeren in een land als Kenia. Dit klinkt misschien als anti-imperialistische retoriek, maar het is wel realiteit.’

Prof. Arie Oskam, leerstoelgroep Agrarische economie en plattelandsbeleid
‘Bij het cijfer maakt het nogal wat uit of het voedsel geconverteerd wordt tot vlees. De FAO-studie ken ik niet, dus ik kan er weinig over zeggen of die twaalf miljard klopt. De oorzaken van hongersterfte liggen toch vooral bij natuurrampen en oorlogen. Daarnaast is het ook een uitvloeisel van de ongelijke verdeling van inkomen en hulpbronnen als kennis en productie. Soms is de situatie gelijker, soms zijn er periodes dat deze ongelijker is. Maar het is een illusie om te denken dat de inkomensongelijkheid gelijk is te trekken.
Het lijkt me sterk dat multinationals nou direct de uitbanning van honger in de weg staan. Multinationals dragen soms bij aan honger door graan uit landen met een voedseltekort op te kopen om te converteren tot vlees. Maar ze dragen er ook toe bij dat er meer voedsel beschikbaar komt door efficiënter te werken.’

Prof. Rudy Rabbinge, leerstoelgroep Duurzame ontwikkeling en systeeminnovatie
‘Het cijfer is geflatteerd. Er kunnen inderdaad twaalf miljard mensen van eten, maar met een karig dieet. Als we de cijfers van de FAO volgen, moeten we in Nederland bijvoorbeeld een stap terug zetten van 500 gram vlees per week naar 250 gram. Zeker nu de mensen in opkomende economieën als China en India steeds meer vlees gaan eten, lijkt me die schatting niet echt realistisch. Desondanks denk ik dat er ook zonder een ingrijpende verandering van het dieet momenteel al genoeg voedsel voor ongeveer negen miljard mensen is.
Wat je kunt zeggen is dat de situatie in ieder geval onrechtvaardig is verdeeld. In de VS is obesitas een van de grootste doodsbedreigingen, terwijl ondervoeding een van de grootste veroorzakers van sterfte in Afrika is. Wil je voedsel beter verdelen over de wereld dan kan dat best via de markt, als er maar een goede marktmeester is. Er moet een multilaterale autoriteit zijn die iets kan afdwingen. De FAO is zeker niet die autoriteit. Een beetje met dit soort cijfers strooien en ondertussen zelf weinig tot niets doen.
Het beter verdelen van voedsel is niet makkelijk. Binnen een land is het al moeilijk. Kijk hoeveel mensen in Nederland afhankelijk zijn van een voedselbank. Ik mag het eigenlijk niet zeggen, maar het is toch te gek dat we opnieuw dreigen een CDA-kabinet onder leiding van Balkenende te krijgen. Ze prediken water terwijl ze zelf wijn drinken.’

Prof. Arie Kuyvenhoven, leerstoelgroep Ontwikkelingseconomie
‘Als je de wereld als geheel neemt, gaat het goed met de voedselverdeling. Er is eerder te veel dan te weinig. De EU en de VS proberen met set aside-regelingen de productie zelfs te beperken. In gebieden waar mensen doodgaan van de honger schieten de mogelijkheden voor mensen om voedsel te kopen of te telen tekort. Het gaat dus om economische ongelijkheid. Ze hebben bijvoorbeeld geen toegang tot arbeid, onderwijs of kapitaal. Hoe bereik je deze mensen dan toch? Je moet hun koopkracht verbeteren. Alleen economische ontwikkeling op lange termijn kan de ongelijkheid teniet doen. Daarnaast moet er in landen een systeem zijn waardoor de allerarmsten zo snel mogelijk meeprofiteren. We zien dat het werkt in China en India. Landen met een sterke economische groei en een minimaal sociaal stelsel. In Afrika is dat bij veel regimes nog niet het geval. Daar zal de internationale gemeenschap een vangnet moeten verzorgen om in de tussentijd de hongersterfte tegen te gaan.’

Re:ageer