Wetenschap - 28 juni 2001

Is een boer die natuur produceert nog een boer?

Is een boer die natuur produceert nog een boer?

Nog veel vraagtekens bij de boer die het landschap van morgen beheert

Het lijkt logisch boeren meer te betrekken bij het beheer van natuur en landschap. Onderzoekers van Alterra en het LEI presenteerden onlangs een alternatief systeem om dit te financieren. Maar is de boer wel de juiste beheerder voor het landschap van de toekomst?

Er komt geen krant uit of er staat een artikel waarin iemand verklaart dat de landbouw uit Nederland verdwijnt. Vanuit de landbouw worden deze toekomstvisies standaard gepareerd met de opmerking dat boeren nog steeds zo'n zeventig procent van het Nederlandse land in eigendom hebben.

"Boeren produceren een mooi landschap", kopte Trouw boven een interview met de scheidende voorzitter van het Nederlands Agrarisch Jongeren Kontakt (NAJK), Monique Veraart. "Als we alleen maar voedsel produceren, zou je de landbouw net zo goed naar het buitenland kunnen verplaatsen", stelde ze in het artikel. "Maar wij zijn ervan overtuigd dat we iets toevoegen."

Boeren hebben overduidelijk meer aandacht voor natuur en landschap gekregen. Natuur- en landschapsbeheer is volgens een inventarisatie van het NAJK erg in trek bij de jongere boeren. En er ontstaan steeds meer verenigingen en stichtingen van boeren die zich er enthousiast mee bezighouden. Van de overkoepelende organisatie voor natuur- en landschapsbeheerders in West-Nederland In Natura zijn nu 26 verenigingen en stichtingen lid.

Natuurdoeltypen

Deze pioniers van het natuur- en landschapsbeheer krijgen naast het regulier landbouwbeleid van doen met natuurbeleid. Landbouwbeleid is gericht op productie, natuurbeleid op natuur. Natuurbeherende boeren krijgen via het Programma Beheer geld als ze bepaalde 'natuurdoeltypen' op hun land krijgen en behouden. Een knotboom levert zes gulden per jaar op, een gruttonest 560. Zo wordt naast echte natuur in de Ecologische Hoofdstructuur gewerkt aan boerennatuur.

Naast de positieve geluiden over het Programma Beheer als programma met meetbare resultaten, overheerst zowel vanuit de natuur- als de landbouwsector de kritiek. De regeling zou te bureaucratisch zijn en te star. De vergoeding die de boer krijgt voor natuurbeheer is niet structureel, maar telkens voor zes jaar. En het strikte nastreven van natuurdoeltypen zorgt ervoor dat het beheer zich sterk richt op de doelsoorten in plaats van op de zo groot mogelijke biodiversiteit die gewenst wordt.

De kritiek uit cultuurhistorische hoek is nog scherper. De Utrechtse sociaal-geograaf dr. Hans Renes hekelt in een recent artikel in Geografie de onlogische subsidi?ring van landschapselementen in het Programma Beheer. "Grienden vallen onder het Programma Beheer", schrijft hij, "rabatbossen niet, kleiputten wel, mergelgroeves niet, trekvaarten wel, trambanen niet, holle wegen wel, lanen niet, hooilanden wel, vloeiweiden niet, houtwallen wel, onbegroeide wallen niet, et cetera." Zulk onberedeneerbaar beleid is rampzalig voor de cultuurhistorie, meent Renes.

Boerennatuur

Wil de boer functioneren als natuur- en landschapsbeheerder dan zullen er bruggen geslagen moeten worden tussen landbouw, natuur en cultuurhistorie. In het vorige week gepresenteerde rapport Boeren voor Natuur doen landschapsecoloog dr. Anton Stortelder en bestuurskundige Marleen van den Top van Alterra en econoom ing. Raymond Schrijver van het LEI daar een poging toe. De onderzoekers stellen voor om geld niet meer vast te zetten op natuurdoeltypen, maar op bedrijfsvoering. Boeren worden natuurboer of landschapsboer, en passen hun bedrijfsvoering aan aan de eisen die daaraan worden gesteld. In ruil daarvoor krijgen ze een langdurige subsidie voor het beheer.

Boerennatuur staat centraal in het rapport, vertelt Stortelder. "In Nederland is er heel weinig ecologisch interessante natuur. Dat hangt samen met de vroegere landbouw. Maar door de akkerbouw zijn er wel tussen de honderd en honderdvijftig nieuwe plantensoorten bijgekomen. En door de veeteelt hebben veel weidesoorten een plek gevonden. Dankzij de intensivering van de landbouw zijn die langzamerhand weer aan het verdwijnen."

Boeren voor natuur is niet bedoeld als vervanging van het huidige natuurbeleid, stelt Stortelder, want de aankoop van natuur voor de Ecologische Hoofdstructuur blijft uit ecologisch oogpunt noodzakelijk. Het zou in veel gevallen wel een alternatief kunnen zijn voor het Programma Beheer, omdat het meer inzet op een langdurige relatie tussen de bedrijfsvoering van de boer en de natuur en de cultuurhistorie die hij beheert. "Nieuw groen duurt lang", stelt Stortelder. "Voordat een boom een holte heeft waar vogels kunnen nestelen, dat duurt veertig jaar. En het groeien van een volwaardige vegetatie met bosplanten neemt wel honderd jaar."

Soortenrijke slootkanten

De biologische landbouw krijgt een belangrijke rol binnen Boeren voor natuur. Alle natuurboeren moeten het doen met de mest en andere grondstoffen die binnen hun bedrijf wordt geproduceerd. De eisen aan de natuurboer zijn volgens Stortelder zo streng dat ze de maatstaven van biologische keurmerken makkelijk zullen halen.

Maar is de bioboer wel de meest aangewezen persoon om natuur te beheren? Onderzoeker naar biologische landbouw van Praktijkonderzoek Plant en Omgeving ir. Frank Wijnands zei onlangs op een congres nog dat biologische boeren zich niet sterker aangetrokken voelen tot natuur- en landschapsbeheer dan hun gangbare collega's. Volgens hem heeft de biologische landbouw qua intentie veel op met natuur, maar is dat nog niet doorgevoerd in de uitvoering en de regelgeving. De biologische landbouw moet zijn intenties nog waarmaken.

Promotieonderzoek van ir. DerkJan Stobbelaar en ir. Karina Hendriks wijst echter uit dat de biologische boer wel beter is voor de natuur dan zijn gangbare collega's. Onderzoek bij veenweideboeren in Waterland, tuinders in Friesland en boeren in Drenthe laat zien dat de biodiversiteit meer gebaat is bij biologische bedrijfsvoering.

Dat biologische boeren het te druk hebben met het pionieren met een nieuw landbouwkundig systeem om aan natuur- en landschapsbeheer te doen, zoals Wijnands stelt, bestrijdt Hendriks. "Biologische boeren hebben vaak in het begin te maken met een omschakeling, maar na een aantal jaren wordt de blik wijder. Voor een deel zit dat tussen de oren. Natuur is op een biologisch bedrijf inherent aan het bedrijfssysteem. Biologische boeren werken met een ruimere rotatie van gewassen, met soortenrijkere graslanden en slootkanten."

Dierenwelzijn en voedselproductie

Binnen de natuurbeweging wordt verdeeld gereageerd op het idee om boeren in te zetten als beheerders van natuur en landschap. Volgens de directeur natuurbescherming van het Wereld Natuur Fonds ir. Leen de Jong is agrarisch natuurbeheer geen oplossing voor de natuur, zelfs niet voor een weidevogel als de grutto. "Als je de grutto duurzaam wil beschermen, wat is dan zijn natuurlijke biotoop? Vochtige beekdalen en natte duingebieden; die moet je herstellen." Dat moet gebeuren met professionele natuurbeschermers. Boeren spelen bij natuurbescherming volgens De Jong geen rol.

Organisaties als Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer staan welwillender tegenover de boer als landschapsbeheerder. Mr. Juun de Boer, directeur van Natuurmonumenten, reageerde tijdens de presentatie van Boeren voor natuur met de opmerking dat er wat Natuurmonumenten betreft geld was om met de idee?n in de praktijk te experimenteren.

Ook in de wetenschap is de rol van de boer als landschapsbeheerder nog omlijst met vraagtekens. Zo stelt dr. Pieter Vereijken, onderzoeker multifunctioneel ruimtegebruik bij Plant Research International, dat de huidige grondprijzen van een ton per hectare het jonge boeren onmogelijk maken een bedrijf over te nemen. De boer verdwijnt zo, meent Vereijken. En econoom prof. dr. Henk Folmer van Wageningen Universiteit stelde in een opiniestuk in de Volkskrant de vraag of boeren die natuur en landschap beheren nog wel kunnen voldoen aan de steeds hoger wordende eisen die de consument stelt aan dierenwelzijn en voedselproductie. Dat wringt, vindt hij.

Ecologisch tuinieren

Landschapsarchitect prof. ir. Klaas Kerkstra van Wageningen Universiteit heeft een meer elementair bezwaar tegen het agrarisch natuur- en landschapsbeheer: het boerenlandschap van de negentiende en twintigste eeuw is niet het landschap van de toekomst. "Laten we een landschap verzinnen dat past bij de hedendaagse manier van leven. We moeten inzetten op een vernieuwing van het landelijk gebied met oog op de toekomst." Met de boer als landschapsbeheerder is het volgens Kerkstra niet meer dan 'ecologisch tuinieren', gericht op het landschap zoals we dat nu willen.

Kerkstra vindt de landbouw ook niet de meest logische bondgenoot van de natuur. "Het is als openbaar vervoer organiseren met leden van de Bovag", parodieert Kerkstra de boer als natuurbeheerder. En zijn het nog wel boeren, vraagt hij zich af. "Noem hen dan geen boeren, maar landschapsbeheerders. Je zult zien, al gauw glijdt de boer af naar het niveau van plantsoenonderhoud in de grote stad."

Naast deze elementaire discussie zijn er voor de onderzoekers van Boeren voor natuur ook veel praktische hobbels te nemen. "Dit is pas het begin", zei Schrijver bij de presentatie. Er moet nog veel gepraat worden met vertegenwoordigers van overheid, natuurorganisaties en boeren voor duidelijk wordt dat de boer als landschapsbeheerder toekomst heeft. Want vragen blijven er genoeg.

Martin Woestenburg

Klassieke boerennatuur. Of dit het landschap en de natuur is die we willen en of de boer de aangewezen beheerder is, is de vraag. | Foto Hans Dijkstra

Re:ageer