Organisatie - 5 juli 2007

Is de verstedelijking zorgwekkend?

Volgend jaar wonen er voor het eerst in de wereldgeschiedenis meer mensen in steden dan op het platteland. Dat stellen de Verenigde Naties vast. Moeten we ons daar zorgen om maken? Of is het juist een gewenste ontwikkeling?

235_opinie_0.jpg
UNFPA, State of World Population 2007
‘Verstedelijking – de toename van het aandeel van de stadsbevolking op de totale populatie - is onvermijdelijk, maar kan ook positief zijn. De huidige concentratie van armoede en groei van sloppenwijken en de sociale ontwrichting in de steden schept een bedreigend beeld. Maar in het industriële tijdperk is er geen land dat economische groei kent zonder verstedelijking. In steden komt de armoede bijeen, maar steden bieden ook de beste kans om aan de armoede te ontsnappen.’

Ir. Gerdien Meijerink, onderzoeker internationale handel en ontwikkeling bij het LEI[img]
‘Het beeld dat meteen opdoemt is dat van steeds groter wordende sloppenwijken. Maar het werkelijke probleem is armoede, en dat is inderdaad iets waar we ons zorgen om moeten maken. Er moet meer geïnvesteerd worden in sloppenwijken - in plaats van sloppenwijken weg bulldozeren -, en er moet worden geïnvesteerd in het verbeteren van de mogelijkheden van armen om een inkomen te verwerven. Vanwege angst voor een massale migratie van arme boeren naar de sloppenwijken, blijven die investeringen achterwegen.
De groei in de steden komt vooral door bevolkingsgroei. Het LEI doet een project voor LNV over de rol van landbouw in duurzame economische ontwikkeling in het zuiden. Wat we zien is dat de landbouwsector en de overige economische sectoren meer met elkaar vergroeien. Dat betekent dat stad en platteland ook steeds meer geïntegreerd raken. Mensen in rurale gebieden leven niet meer van de landbouw alleen. Je ziet vaak dat een deel van het gezin, bijvoorbeeld de mannen, in de stad werk zoeken en dat de anderen het landbouwbedrijf runnen, op een extensieve manier. Banen in de stad zijn risicovol, maar inkomen uit de landbouw ook, dus zo spreiden ze het risico.
Grotere steden betekenen ook dat consumentenbelangen steeds groter worden. Arme boeren kunnen profiteren doordat ze een grotere en meer winstgevende lokale markt kunnen bedienen. Supermarkten in de steden spelen een steeds belangrijkere rol als afnemer van verse groente en fruit. Grotere steden kunnen zo een positieve uitwerking hebben op de rurale gebieden.’

Drs. Wim Timmermans, onderzoeker bij het Centrum Landschap van Alterra[img]
‘Dit rapport moet een signaal zijn om vooral te kijken naar duurzame ontwikkeling in de steden. En dan bedoel ik metropolen als São Paolo, Caracas of steden in India. Nederlandse ontwikkelingshulp is veel te veel gericht op de landelijke gebieden. De stedelijke ontwikkeling is een blinde vlek in de Nederlandse ontwikkelingshulp. Het gaat vooral om de sloppenwijken, daar moet je aan werken.
Dat de stedelijke bevolking groeit is natuurlijk geen verrassing. Maar het betekent wel dat er kennelijk te weinig perspectieven zijn voor de mensen in het landelijk gebied. De vraag is hoe je daar weer duurzaam perspectief kunt bieden, daar moeten we ook over nadenken.’

Jos van Hal, coördinator Agri Systems Management bij Van Hall Larenstein in Wageningen[img]
‘De stelling van het rapport van de VN dat per 2008 de helft van de wereldbevolking in urbane gebieden woont is natuurlijk niet nieuw. Wat wel nieuw is dat ze aandacht vragen voor armoedebestrijding en duurzaamheid in stedelijke zones, waar voorheen die aandacht sterk ruraal was gericht. De grootste natuurlijke groei van steden komt niet uit migratie voort maar uit natuurlijke aanwas van met name de arme laag van de bevolking.
Het is noodzakelijk om het platteland als leefomgeving aantrekkelijker te maken. Van Hall Larenstein Wageningen concentreert zich met enkele majorrichtingen sterk op deze problematiek. Agri-System Management richt zich op ketenversterking van vooral tropische gewassen. De verzorging van lokale markten is daarbij topprioriteit.
De major Regional – voorheen Rural - Development and Innovation laat al in zijn naam zien dat plattelandsvernieuwing niet los gezien kan worden van de interactie tussen stad en platteland.’

Drs. Vincent Kuypers, senior onderzoeker stadsregionale ontwikkeling bij Alterra[img]
‘Wij kunnen juist leren van de grote steden in de wereld. We moeten ophouden met denken dat wij beter zijn. In de ruimtelijke ordening van Nederland denken we nog steeds in termen van aparte steden. We hebben geen idee dat we allang in één grote stad wonen. Het beleid van de ruimtelijke ordening past niet meer bij die grote stad. Kijk naar de files. Er is veel te weinig aandacht voor openbaar vervoer in Nederland. In de echte megasteden gaat vanaf elk plek een metro naar een andere plek. Dat zou in Nederland ook moeten.
We kunnen ook leren van de grote steden in bijvoorbeeld Japan, Brazilië of de VS, omdat ze beter omgaan met klimaatverandering. Mensen daar zien het klimaat als onderdeel van de natuur. Er kan elke dag een aardbeving of een stortbui zijn, iedereen is daar alert op. In Nederland is niemand bezig met dat risico, we vinden dat de staat of de verzekering daar voor moet zorgen.’

Re:ageer