Organisatie - 19 oktober 2006

Is de verhuizing een verbetering?

Nog even en de Wageningse stoelendans gaat beginnen. Met de clustering op de Born bespaart Wageningen UR jaarlijks niet alleen tien miljoen euro, de samenwerking tussen de U en de R moet ook een impuls krijgen omdat medewerkers van universiteit en DLO door elkaar worden gehusseld. Als eerste stroomt binnenkort Atlas vol, daarna wordt Lumen heringericht. Verheugen de medewerkers van de Environmental Sciences Group zich op de verhuizing?

Ir. Gerrit van Vuren, leerstoelgroep Irrigatie en Waterbouwkunde, gaat van de Nieuwlanden naar Lumen
‘Ik ga van veertien vierkante meter naar zestien vierkante meter. Die moet ik alleen wel delen met een collega. Wat ik niet snap is dat bij het bepalen van een standaard oppervlaktemaat voor werknemers steeds is gesproken over arbo-normen en niet over de functionele werkruimte. Ik kan in de toekomst inderdaad mijn benen strekken onder mijn bureau. En als ik opsta, stoot ik niet mijn hoofd tegen het plafond. Maar als universitair hoofddocent en beheerder van het personeel krijg ik veel mensen over de vloer. Steeds als ik bezoek krijg, moet ik mijn collega vragen: hoe zullen we het doen? Jij weg of ik weg?
De leiding is uitgegaan van de Interpolismanier van kantoorindeling. Je komt binnen, gaat op een willekeurige plek in het gebouw achter een bureau zitten en start de computer. Dat we maar één boekenkast mogen meenemen, past ook in dit plaatje. Maar voor een docent is dat niet genoeg. Ik heb een handbieb nodig. In een gesprek met een student moet ik een boek uit de kast kunnen trekken en zeggen: haal dit boek.
Daarbij komt dat doordat al het onderwijs in het Forumgebouw plaatsvindt, je tot het afstuderen nauwelijks contact hebt met de studenten. Tijdens de lunch of de koffie kom je ze niet meer tegen. Als het nu bijvoorbeeld mooi weer is, zit je samen buiten en leer je elkaar kennen. Die sfeer van overzichtelijkheid, dat kleinschalige, dat is echt Wageningen. Dat is rijkdom.’

Dr. Henny van Lanen, leerstoelgroep Hydrologie en kwantitatief waterbeheer, gaat van de Nieuwlanden naar Atlas
‘Atlas wordt zo volgepropt dat alleen medewerkers in loondienst op de verdieping mogen. PhD’ers en studenten komen in een ander gebouw te zitten. Buiten het feit dat ik geen verschil zie tussen PhD’ers en aio’s, raakt dit de universitaire cultuur in zijn hart. Veel spontaan contact verdwijnt door de fysieke afstand.
De krapte in het Atlasgebouw maakt ook dat er ontzettend veel meer overlegd en intern verhuisd moet gaan worden. Wanneer we bijvoorbeeld een nieuwe werknemer aantrekken, moeten we met andere leerstoelgroepen en afdelingen van Alterra in de slag over de ruimte.’

Dr. Kees van het Klooster, operationeel manager centrum Water en Klimaat, gaat van Lumen naar Atlas
‘Ik zie niet zo dat er aan de universitaire cultuur gemorreld wordt. In Atlas komen overlegkamers waar docenten en studenten zonder anderen te storen kunnen overleggen. Ook zijn er kamers vrij gehouden als ontmoetingspunt.
De ophef is denk ik het gevolg van onvolledige beeldvorming. Veel mensen zien er tegenop om te verhuizen. Een nieuwe plek betekent namelijk niet voor iedere medewerker een betere plek. Maar de verhuizing heeft ook zegeningen. De fysieke afstand die nu bestaat tussen de leerstoelgroepen en Alterra maakt overleg minder makkelijk dan als je een gang verderop zit.’

Drs. Kees van den Dries, leerstoelgroep meteorologie en luchtkwaliteit, gaat van Duivendaal naar Atlas
‘De hele operatie wordt gestuurd door kapitaalvernietiging. Op zich snap ik dat je oude spullen moet weggooien. Maar op dit moment gaat meubilair in de container dat nog goed is. Nieuwe metalen archiefkasten? Naar het oud ijzer. Onze vijf jaar oude bureaus die in hoogte verstelbaar zijn? Ze mogen niet mee op last van de architect. Het zou de uniformiteit van de inrichting aantasten. Ze zijn groot, maar er passen er best twee in een kamer. We moeten het nu gaan doen met bureaus van tachtig bij honderdzestig centimeter. Op de nieuwe bureaus passen de oude beeldschermen niet. Die moeten dus weer worden vervangen. De bureaustoelen verhuizen wel weer mee. Je zit dus door het hele gebouw met rode, zwarte en blauwe stoelen. Niet echt uniform zou je zeggen.
Maar de regel dat apparatuur die je één jaar niet gebruikt hebt, niet mee mag is echt belachelijk. We hebben bijvoorbeeld een apparaat dat tienduizend euro kost. Het ding is ontzettend nuttig, maar soms gebruik je hem een jaar niet. Hij zou volgens de regels achter moeten blijven. Dat gebeurt niet, hij gaat hoe dan ook mee.’

Drs. Wally Hoogendoorn, directeur bedrijfsvoering Alterra, eindverantwoordelijk voor de verhuizing
‘Ik vind het een echte verbetering. De afstanden worden allemaal veel kleiner en dat is goed voor de kennisketen. Dat effect zien we nu al in Gaia waar leerstoelgroepen en Alterranen al een tijdje samen zitten. Ik snap dat het schrikken is wanneer je met zijn tweeën op een kamer moet en je gewend bent om in je eentje te zitten in een hoge, ruime kamer op Duivendaal. Maar ik denk dat de mensen van de universiteit niet wezenlijk anders zijn dan mensen van Alterra. Zij hebben dit een tijdje geleden meegemaakt en zijn er nu aan gewend. Het vergt dat je afspraken maakt met je collega’s.
Ik kan kritiek over de scheiding van personeel en studenten niet echt plaatsen. In Atlas is 1200 vierkante meter ruimte voor studenten. Dat is meer dan in de huidige situatie. Misschien is de afstand vooral psychologisch omdat ze een paar verdiepingen lager komen te zitten. Wat betreft de boekenkasten: elk centrum heeft een archief en ruimte in het bedrijfsgebouw. Bovendien komt in het Forumgebouw een centrale bibliotheek. Ruimte genoeg. Veel mensen hebben gedurende twintig jaar spullen verzameld. Het is net als wanneer je kleiner gaat wonen: je moet dingen weggooien.’

Re:ageer