Organisatie - 26 juni 2008

Is Wageningen UR te veel of te weinig bedrijf?

De cultuur van het bedrijfsleven rukt op in Wageningen, ten koste van de academie, klaagde socioloog Paul Hebinck vorige week in Resource. Maar in medewerkerskatern Resource Insite van een week eerder stelt Ton van Scheppingen van de Plant Sciences Group juist dat Wageningse onderzoekers niet klantgericht zijn. Er moet volgens hem een omslag komen naar een marktgerichte organisatie. Wie heeft gelijk?

opinie_0_590.jpg
Dr. Henk van den Belt, universitair docent bij de leerstoelgroep Toegepaste Filosofie
‘De wetenschap is een publiek goed, en dat komt in verdrukking door de bedrijfsmatige manier van werken. Ik ben daar wel bezorgd over. Op elke onderzoeker, zelfs filosofen als ik, rust tegenwoordig de verplichting om geld te verdienen door opdrachten binnen te halen bij bedrijven of overheden. Als de uitkomst van onderzoek de opdrachtgever niet gelegen komt, kan de wetenschapper onder druk komen om de conclusies te herformuleren. De oude rol van de universiteit als onafhankelijke verspreider van kennis komt daardoor in het geding.
Sommigen zullen zeggen dat het goed is om opdrachten van bedrijven of overheden aan te nemen, omdat dat een bijdrage aan de samenleving is. Science for impact heet dat dan. Maar je moet ook geloofwaardig blijven voor anderen in de samenleving die geen onderzoeksopdrachten kunnen betalen, ngo’s bijvoorbeeld. En al is er maar de schijn van het verlies van onafhankelijkheid, dan kunnen bijvoorbeeld ngo’s het vertrouwen in je verliezen.
De commercialisering vindt ook nog op andere manieren plaats, bijvoorbeeld doordat wetenschappers worden opgeleid als ondernemer. En door de culturele verandering aan de instelling. Het wordt toegejuicht als je opdrachten van bedrijven of van ministeries krijgt en je wordt ouderwets genoemd als je je daarbij zorgen maakt om de vrije academie.’

Dr. Wolter Elbersen, onderzoeker Agrotechnology & Food Sciences Group [img]
‘We zouden wel wat bedrijfsmatiger kunnen werken. Om een voorbeeld te noemen: het gebeurt te veel dat je aan tafel móet zitten om mee te praten over verdeling van onderzoeksgeld. Vaak is dat een consequentie van extern opgelegde procedures maar het kost veel tijd. Een écht bedrijf zou daar efficiënter mee om proberen te gaan. Bij heel wat processen zie je dat commerciële bedrijven afhaken, omdat ze vinden dat het te veel tijd kost. Je kunt zeggen dat sommige procedures lang duren, omdat het zorgvuldig moet, maar wat heeft het voor zin als je aan het eind van de rit failliet bent? Zorgvuldigheid is mooi, maar het kan vaak wel efficiënter.
Wat dat betreft ben ik de afgelopen jaren positiever gaan denken over de financiering door de Europese Unie. Je weet daar waar je aan moet voldoen, en je weet of je wel of geen opdracht krijgt en hoeveel geld daarbij hoort. Dat steekt gunstig af tegen hoe de Nederlandse overheid het vaak doet en hoe Wageningen UR het soms intern doet. Als het gaat om interne procedures of geld van het ministerie, moet er te vaak lang gepraat worden. Het steekspel om de verdeling van onderzoeksgeld uit de aardgasbaten een aantal jaren geleden heeft bijvoorbeeld veel tijd gekost. Ik hoop dat het nu wat bedrijfsmatiger gaat.’

Dr. Karel de Greef, onderzoeker bij de Animal Sciences Group[img]
‘Wat mij betreft: hoe bedrijfsmatiger hoe beter. Om twee redenen. We willen onze budgetten maximaal omzetten in ons primaire proces: goed onderwijs en onderzoek. Zakelijk zijn helpt de middelen bij dat doel te houden. Onderzoekers moeten vooral doen waarvoor ze gemotiveerd zijn en waar ze goed in zijn. Maar ze moeten zich ook realiseren dat een budget eindig is. Wij kunnen als onderzoeksinstituut geen bankbiljetjes drukken en de overheid kan niet garant staan voor elk gat dat er valt.
DLO en universiteit zijn heel verschillend, maar ze kunnen veel meer van elkaar profiteren. Ga niet voor eenheidsworst, maar werk wel echt samen. Zakelijk zijn is: daar inhoudelijke regie op zetten. Universiteit en DLO-instituten kunnen toch samen de inhoudelijke prioriteiten bepalen, en vervolgens daar op sturen? Daar hebben we beide baat bij. Durf hiërarchisch te kiezen en te sturen. Als onderzoeker zoek ik vrijheid, maar tegelijk roep ik ook om regie en sturing.’

Dr. Paul Hebinck, leerstoelgroep Rurale ontwikkelingssociologie [img]
‘De academie die Wageningen was, verwordt tot een bedrijf. Dat merk je aan de hiërarchie die er is. Beleid is een serie mededelingen van boven af. Net zoals een ploegbaas te horen krijgt wat de productie moet wezen, zo krijgen hoogleraren hier te horen hoeveel studenten, artikelen of proefschriften ze moeten afleveren. Daarbij gaat het om de kwantiteit, niet om de kwaliteit. Alles is omgezet in geldwaarde. Maar dit is geen bedrijf met aandeelhouders, maar een universiteit met menselijk kapitaal.
Er wordt ook van bovenaf bepaald waar onderzoek over moet gaan. De bestuurders stellen speerpunten op, onderwerpen waar Wageningen UR goed in zou moeten zijn, op basis van hun ideeën over waar er behoefte aan is in de samenleving. Dat gaat dus helemaal voorbij aan de academische vrijheid.
En dan het gedonder met die bonussen. Een paar idioten die al in een hoge schaal zitten krijgen nog eens een extra bonus als wij ons te pletter hebben gewerkt. Dat is iets feodaals. Het past misschien bij een beursgenoteerd bedrijf, maar niet bij een academie. Het bestaat ook niet bij andere universiteiten. Toen ik dit in Nijmegen vertelde, waren ze zeer verbaasd.
En het vreemdste is de bestuurscultuur. De wijze van besturen roept voordurend frustraties op, maar daar gebeurt vervolgens niets mee. De kritiek en frustraties worden zo gekanaliseerd dat er niets mee gebeurt en alles het zelfde blijft. Iedereen ergert zich te pletter, maar niemand kan er wat aan doen. We zijn verworden tot doorgeefluiken en productiemedewerkers.’

Re:ageer