Organisatie - 8 november 2007

Is Alterra een boereninstituut geworden?

‘Alterra vecht niet meer voor het behoud van zeldzame soorten, maar voor het behoud van de boer.’ Dat zei oud-Alterraan dr. Albert Beintema in de Volkskrant van zaterdag 3 november. Hij beschreef het afglijden van het instituut ook in zijn boek Mijn vogels. Alterra stroomt vol met sociologen, economen en bestuurskundigen die streven naar ‘leuke’ natuur, zegt de vogelkenner. ‘Echte natuur is er niet meer bij.’ Heeft hij gelijk?

377_opinie_0.jpg
377_opinie_0.jpg

Foto: .

Dr. Albert Beintema in zijn boek Mijn vogels
‘Staringcentrum en IBN hadden ieder al zo hun eigen fusiegeschiedenis achter de rug voordat zij aan elkaar werden geplakt (tot Alterra, red). Het Staringcentrum is in 1989 ontstaan uit instituten die allemaal onderzoek deden om de landbouw in Nederland te verbeteren, zoals het instituut voor Cultuurtechniek en Waterhuishouding (ICW). Zij bevonden zich aan de verkeerde kant van de scheidslijn tussen goed en kwaad. Wij stonden natuurlijk aan de goede kant, met onderzoek gericht op het behoud van natuur in Nederland, vechtend tegen al die landbouwverbeteraars die in hoog tempo ons fraaie landelijke gebieden om zeep hielpen. Het ICW was onze regelrechte vijand. (...) Bij het ICW moest je niet aankomen met flauwekul over vogeltjes.
En nu, binnen Alterra, waren wij opeens allemaal collega’s, bezig met hetzelfde doel: Nederland groen houden. Maar daarbij gaat het nu dan wel vaak om boerengroen of stedelijk groen. Niet meer vechten voor het behoud van zeldzame plantjes, maar voor het behoud van de boer. En voor zover het nog over ‘echte’ natuur gaat, richt het onderzoek zich vaak op aspecten als ‘natuurbeleving’. Welke natuur is het leukst voor de mensen?
Een probleem is natuurlijk dat mensen geld hebben om onderzoeksopdrachten te verstrekken en die arme plantjes en vogeltjes niet. We zien dan ook hoe biologen worden vervangen door sociologen, economen, juristen en bestuurskundigen.’

Prof. Henk Siepel, directeur van het Centrum Ecosystemen van Alterra[img]
‘Ach, je moet rekening houden met de achtergrond van Albert. Hij komt van origine van het RIVON, het instituut dat zich in de jaren zestig bezighield met natuurbescherming. Hij beschrijft zelf ook hoe dat in 1969 fuseerde met het ITBON, het TNO-instituut voor toegepast onderzoek in de natuur. Daar hielden ze zich bezig met jachtbeheer van onder andere edelherten, en het bestrijden van insecten in dennenplantages. Die twee clubs moesten elkaar niet. Dat was jarenlang strijd. Uiteindelijk zijn ze opgegaan in het IBN en later in Alterra.
Het is niet zo dat er nu minder aandacht is voor natuur. Integendeel, er zijn nu meer natuuronderzoekers dan toen. Alleen biedt Alterra natuurlijk een groter palet dan vroeger. Ook de mensen die vroeger beken rechttrokken en ze nu weer laten kronkelen, horen er nu bij. En daar is de natuur juist bij gebaat. Vroeger gaf elk clubje van dertig onderzoekers een eigen advies. De minister kreeg tegenstrijdige adviezen, waardoor er vaak niets gebeurde. Voor de natuur was dat geruzie echt niet beter. Alleen het zelfbeeld van de onderzoeker was er misschien bij gebaat.
Je kunt natuurlijk wel zeggen dat de natuur begin jaren zestig zoveel rijker was. Dat is ook zo. Er is heel veel verloren gegaan. Maar het gaat nu juist weer een stukje de goede kant op. We wonen nu eenmaal wel in een land met bijna 17 miljoen inwoners die allemaal de zondagmiddag willen doorbrengen in wat er nog over is van de natuur. Het is logisch dat natuuronderzoekers daar ook rekening mee houden. Je kunt wel nostalgisch willen dromen over vroeger, toen je nog alleen door de velden liep. Maar die wereld is voorbij.’

Dr. Jana Verboom, ecoloog bij Alterra, doet onderzoek naar natuurbehoud en natuurbeleving van kinderen[img]
‘Alterra een boereninstituut? Dat herken ik niet. Maar ergens heeft Albert Beintema wel een punt. Er is tegenwoordig minder aandacht voor de ecologie en meer voor natuurbeleving. Als de wind in Den Haag een bepaalde kant opdraait, doen wij daar onderzoek naar. De nota Natuur voor Mensen, Mensen voor Natuur geeft al aan dat natuurbeleving nu heel belangrijk is. Dat wil niet zeggen dat natuur nooit beschermd mag worden om haar intrinsieke waarde, maar het is wel elitair. Niet iedereen begrijpt hoe groot de waarde van de natuur zelf is. Waarom zouden we daarom ook niet kijken naar andere functies van de natuur, zoals recreatie?
Natuurbeleving is bovendien heel belangrijk om een binding met de natuur te ontwikkelen. Al die biologen, en waarschijnlijk Albert Beintema zelf ook, hebben als kind hutten gebouwd, over prikkeldraad heen gekropen en in bomen geklommen. Dit genereert die binding met de natuur. Als die er niet meer is, omdat kinderen de natuur niet meer mogen beleven, is dat gevaarlijker voor toekomstig natuurbehoud dan die paar takken die afbreken door kinderhandjes.’

Harm Niesen, voorzitter van de Faunabescherming[img]
‘Ik ben bang dat Alterra voor zowel de natuur als de boer niet meer echt vecht. Alterra is geworden tot één van de vele bureaus die advies geven aan overheden en daarmee hun onafhankelijkheid hebben verloren. Medewerkers doen hun wetenschappelijke onderzoek, geven advies in wens van hun opdrachtgevers en laten het aan de overheden over om een conclusie te trekken. Vaak schuiven ze een echte oplossing vooruit en stellen ze dat er meer onderzoek nodig is. De commercie is duidelijk een rol gaan spelen. Ze geven een voorlopig oordeel, zodat ze weer geld krijgen voor meer onderzoek.
Maar ik wil niet zeggen dat ze helemaal niets meer doen voor de natuur. Ze ontkomen gewoon niet aan het probleem dat natuur maatschappelijk breed gedragen moet worden. Natuur moet inderdaad leuk zijn. Maar natuur is er niet voor de mens.
Toch werkt Alterra inhoudelijk nog steeds aan problemen waar wij als Faunabescherming ons ook op richtten. Van alle adviesbureaus kunnen we ons zelfs nog het meeste in Alterra vinden. Medewerkers van Alterra vinden bijvoorbeeld de drukjacht helemaal niet nodig. Wij zijn het daar mee eens. Maar kennelijk zijn ze dan weer niet bij machte hun oordeel zoveel gewicht te geven dat het tot uiting komt in het overheidsbeleid. Ik zou liever zien dat ze hun onderzoek doen en de consequenties van hun bevindingen luidkeels zouden verkondigen. Dat doen ze niet meer.’

Prof. Joop Schaminée, houder van de Westhoff-leerstoel van de Radboud Universiteit Nijmegen en het Centrum Ecosystemen van Wageningen UR[img]
‘De afgelopen decennia waren boeren de grote vijanden van de natuur, omdat ze veel bemestten en woeste grond ontgonnen. Maar dat is aan het veranderen. De landbouw heeft steeds meer aandacht voor producten die op een duurzame manier tot stand komen. Het draait niet meer alleen om de kilo’s melk of graan, maar ook om milieukwaliteit. Willen we de biodiversiteit behouden, dan moeten we ons bezinnen over de rol van de boer binnen natuurbeheer.
Wat Albert wel terecht aankaart is dat Alterra moet oppassen om zich niet alleen op agrarisch natuurbeheer en natuurbeleving te concentreren. Een aantal zeldzame soorten, zoals de Spaanse ruiter, zijn nog in Nederland door een complex geheel van ecologische factoren. Behoud van de biodiversiteit moet een tweesporenbeleid zijn, bestaande uit bescherming van dit soort bedreigde soorten en bijzondere ecosystemen, maar ook uit samenwerking met boeren om de biodiversiteit van halfnatuurlijke landschappen te behouden.’

Re:ageer