Wetenschap - 1 januari 1970

Irrigatie niet alleen mannenzaak

In irrigatieprojecten is veel misgegaan omdat er in ontwerp en beheer geen rekening werd gehouden met vrouwelijke watergebruikers. Irrigatie is een mannenwereld en vrouwen blijven voor de ingenieurs onzichtbaar. Feministen hebben irrigatie afgeschreven als middel om iets te veranderen aan man-vrouw verhoudingen. Dr. Margreet Zwarteveen zocht een nieuwe feministische benadering waar irrigatie-ingenieurs wel wat aan hebben.

Irrigatie-ingenieurs, managers en onderzoekers van irrigatiesystemen zijn doorgaans mannen, en de cultuur waarin ze werken en denken is een stoere cultuur van mannen die niet bang zijn voor klei aan hun voeten en die houden van een rationele aanpak. De ingenieurs en managers identificeren zich met mannen, en denken bij boeren als vanzelfsprekend aan mannelijke boeren. Waterrechten en geïrrigeerd land in nieuwe irrigatiestelsels worden daarom bijna altijd aan mannen toegewezen, ook al is de realiteit vaak dat vrouwen de velden bewerken. En wat door vrouwen wordt gedaan, zoals landbouw, wordt door irrigatie-ingenieurs niet gezien als onderdeel van irrigatie. Met andere woorden, als iets niet mannelijk is, valt het voor de ingenieurs niet onder de noemer van irrigatie.
Dat er met gender geen rekening wordt gehouden in het ontwerp en beheer van irrigatiestelsels is vaak de oorzaak van mislukkingen. Zo wordt er bijvoorbeeld alleen gerekend aan de waterbehoefte van de velden die toebedeeld worden aan mannen, en wordt er geen rekening gehouden met de behoefte van water voor groentetuinen rond de huizen, en van water om te drinken, te wassen en te baden. Allemaal zaken waar de vrouwen irrigatiewater voor gebruiken.

Individuen
Feministen hebben vanaf de jaren tachtig studies gedaan naar het falen van irrigatiesystemen door genderblindheid, maar dat leverde geen oplossingen op. Zij verwierpen irrigatie als middel om een gelijkere man-vrouw verhouding te bereiken, omdat ze irrigatie als intrinsiek mannelijk zagen, of omdat ze irrigatie zagen als onderdeel van een groter, door mannen overheerst systeem. Volgens Vandana Shiva bijvoorbeeld, een bekende Indiase eco-feminist, wordt irrigatie gedomineerd door een mannelijk paradigma dat vrouwen en de natuur uitbuit. Zwarteveen ziet daar geen oplossing in. Want feit blijft dat er boerinnen werken in irrigatiestelsels. Ze ging tijdens haar promotieonderzoek op zoek naar een nieuwe feministische benadering die vrouwen zichtbaar moet maken, waardoor er in ontwerp, beheer en studie van irrigatie wel rekening met vrouwen wordt gehouden.
Zwarteveen deed casestudies in Burkina Faso, Nepal en de Andes. In Burkina bleek dat arbeid efficiënter aangewend wordt als vrouwen zelf velden krijgen. En vrouwen bleken eerder bereid te werken in de geïrrigeerde landbouw als ze zelf kunnen beschikken over de oogst. Huishoudens zijn niet de harmonieuze eenheden die irrigatie ingenieurs in gedachten hebben, concludeerde Zwarteveen. Als mannen nieuwe geïrrigeerde velden toebedeeld krijgen, komt de winst daarvan niet perse ook bij de vrouwen terecht. Maar ook liberale feministes, die menen dat landbouwers als individuen gezien moeten worden, hebben het volgens de onderzoekster niet bij het rechte eind. Daarom doet ook de recente ommezwaai van instellingen als de Wereldbank, die in rapporten de Afrikaanse boer consequent vrouw noemt, volgens haar geen recht aan de situatie. ‘Anders dan in het westen, vinden Afrikaanse vrouwen autonomie geen fijn woord’, zegt Zwarteveen. ‘Ze willen overleven als familie en als gemeenschap. Inclusief de cultureel bepaalde arbeids- en bezitsverhoudingen waarbinnen over onderlinge afhankelijkheden onderhandeld wordt. Daar moet je niet aan voorbij gaan met een individualistische benadering.’

Sociale verhoudingen
Het stelsel dat Zwarteveen in Nepal bestudeerde was een geval apart. Het werd zelf gebouwd en beheerd door de gebruikers, en loopt goed. Onderzoekers kwamen van heinde en ver om het geheim van het succes te ontdekken en concludeerden dat het welslagen te wijten is aan de deelname van gebruikers aan de besluitvorming over het stelsel. Maar, merkte Zwarteveen, onder die gebruikers werden opnieuw geen vrouwen verstaan. Zij zaten niet in de watergebruikersorganisaties. Moeten ze daar dan niet in zitten? ‘Dat is maar de vraag’, zegt Zwarteveen. ‘Want ook als ze in zo’n organisatie zitten, hebben ze misschien nog steeds niet veel te zeggen. Terwijl vrouwen wel op andere manieren invloed bleken te hebben op het krijgen van irrigatiewater.’ Vrouwen bleken bijvoorbeeld water goedkoper te kunnen krijgen dan mannen, omdat ze een goede verstandhouding hadden met de waterverdeler. Conclusie: er zijn blijkbaar verschillende vormen van macht, niet alleen de formele vorm.
In een nieuwe feministische visie op irrigatie, concludeert Zwarteveen, moet opnieuw ter discussie komen wat tot het domein van irrigatie behoort en wat niet. Ook ‘vrouwelijke’ zaken als landbewerking, drinkwater en wassen moeten tot het onderzoeksveld van irrigatie gaan horen. Belangrijker nog is dat mensen niet meer benaderd moeten worden op de ‘mannelijke’ manier, namelijk als rationeel handelende individuen wiens irrigatiegedrag afhangt van het irrigatiesysteem en de watergebruikersorganisatie, maar als mensen die onderdeel zijn van sociale verhoudingen. Tenslotte roept een feministische visie vragen op over de vermeende objectieve aanpak van irrigatie-ingenieurs. ‘Door die objectiviteit verdwijnt de onderzoeker uit beeld. Terwijl de mannelijke irrigatiedeskundige zich wel degelijk identificeert met de formele machthebbers, met de manager, de bureaucraat. Irrigatie-ingenieurs moeten onderkennen dat ze een bepaald perspectief hebben, en keuzes maken in wie ze wel en wie ze niet willen helpen.’

Joris Tielens

Dr. Margreet Zwarteveen promoveerde op dinsdag 6 juni bij prof. Linden Vincent, hoogleraar in Irrigatie en Waterbouwkunde.

Re:ageer