Wetenschap - 1 januari 1970

Irrigatie is niet alleen techniek maar ook politiek

Irrigatie is niet alleen techniek maar ook politiek


Niet minder dan een kleine revolutie in het denken van ingenieurs en
beleidsmakers rondom irrigatie in Zuid-Azië heeft dr Peter Mollinga voor
ogen. Hij haalde samen met prof. Linden Vincent en prof Franz von Benda-
Beckmann geld binnen van de Ford Foundation voor een onderzoeksprogramma
‘Matching Technology and Institutions in Land and Water Management in South
Asia’. Vorige week promoveerden in Wageningen de eerste twee van de negen
promovendi die dit programma financiert.

Mollinga is universitair hoofddocent bij de leerstoelgroep Irrigatie en
waterbouwkunde maar woont en werkt al ruim twee jaar in India. Daar doet
hij zelf onderzoek, en begeleidt samen met prof. Vincent, prof. Von Benda-
Beckmann en drs Dik Roth promovendi die onderzoek doen vanuit de socio-
technische benadering, handelsmerk van de leerstoelgroep. Rode draad van
het onderzoek is de invloed die het technisch ontwerp van irrigatiesystemen
heeft op de sociale organisatie van de gebruikers, en andersom, de manier
waarop groepen van gebruikers hun technologie gebruiken en ontwerpen. Veel
grootschalige irrigatiesystemen in Zuid-Azië zijn in de jaren zestig en
zeventig ontworpen door regeringen en grote donoren als de Wereldbank,
zonder al te veel acht te slaan op de behoefte van boeren. Dat kon gebeuren
omdat de systemen opgezet zijn door ingenieurs met een technische
opleiding, die niet verder dan hun eigen vakgebied konden kijken. Nog
steeds is de meerderheid van de ingenieurs in Zuid-Azië monodisciplinair.
Mollinga wil daar verandering in brengen, en ingenieurs en beleidsmakers
gevoel bijbrengen voor sociale en politieke omstandigheden. Dat vraagt om
een interdisciplinaire benadering. Sociale organisatie en onderhandelingen
en strijd over water tussen gebruikers staan niet los van technologische
ontwerpen, maar vormen daar een eenheid mee. Het onderzoek van de eerste
promovendi van het Ford-programma bevestigt dat. Niet alleen de Ford
Foundation toonde belangstelling voor de benadering van het
onderzoeksprogramma. Uitgever Orient Longman gaat de proefschriften die het
programma oplevert uitgeven in toegankelijke boeken, die gezamenlijk de
Wageningen University Water Resources Series vormen. Bij de lancering van
die serie werden vorige week de eerste boeken aangeboden aan dr Ujjwal
Pradhan van de Ford Foundation en aan prof. Aalt Dijkhuizen, voorzitter van
de raad van bestuur van Wageningen UR. Pradhan sprak daarbij lovende
woorden over Wageningen UR. Hij noemde Wageningen een centrum van
interdisciplinair denken dat via dit programma bijdraagt aan de
professionele ontwikkeling van kader in Zuid-Azië. Dijkhuizen bevestigde
dat watermanagement hier groeiende belangstelling geniet. Ook prees hij de
interdisciplinaire benadering van het onderzoek, en zei dat daarvoor ruimte
moet blijven binnen. Hij zei blij te zijn dat onderzoekers erin slagen
externe financiering te vinden voor hun onderzoek.

Welslagen decentralisatie hangt af van aanpassing aan technisch ontwerp

Overheden in Zuid-Azië willen de verantwoordelijkheid voor het beheer van
irrigatiesystemen verleggen van de overheid naar kleinere organisaties van
watergebruikers. Of die decentralisatie slaagt hangt mede af van het
technisch ontwerp van het systeem, en de mate waarin de gebruikers en
beleidsmakers dat systeem ook begrijpen en aan kunnen passen aan hun
situatie.

Bij de decentralisatie moeten watergebruiksorganisaties de
verantwoordelijkheid krijgen voor het verdelen van water. De redenen
daarvoor kunnen verschillen, stelt dr Vishal Narain, die twee grootschalige
systemen in India onderzocht. Bezuinigingen van de overheid, een
efficiënter watergebruik, de al dan niet gemeende behoefte de macht over te
dragen op boeren, of een lening van donoren die decentralisatie als
voorwaarde stellen. Het punt dat Narain wil maken is dat beleidsmakers lang
niet altijd kijken of het technisch ontwerp van het irrigatiesysteem die
decentralisatie ook mogelijk maken. Wanneer een systeem bijvoorbeeld zo
ingericht is dat er vaste hoeveelheden water verdeeld worden per
tijdseenheid, kunnen watergebruiksorganisaties formeel wel de macht
krijgen, maar in praktijk weinig veranderen aan het beheer. Ze blijven dan
een middel in handen van de centrale bureaucratie, tenzij ze zich onderling
organiseren en het hele systeem veranderen. Bij een ander systeem, waarbij
wel een gedoseerde afgave van water mogelijk is door veranderbare schuiven
in kanalen, kunnen watergebruiksorganisaties wel betekenis hebben,
bijvoorbeeld om het illegaal aftappen van water tegen te gaan. Daarvoor
moeten ze dan wel de kennis en mogelijkheden krijgen.
Dat is het onderwerp van het onderzoek van dr. Puspa Raj Khanal, die
onderzoek deed in drie middelgrote irrigatiesystemen in Zuid-Nepal. Ook hij
vond dat decentralisatie soms wel en soms niet lukte. Naast het technisch
ontwerp, bleek de manier van participatie van boeren beslissend.
Participatie is erg in zwang, vooral omdat donoren het eisen. Maar vaak
worden daarbij voorgeschreven regels gebruikt, die niet aansluiten op de
lokale situatie. Er wordt dan wel een watergebruiksorganisatie opgericht,
maar die werkt niet omdat boeren onvoldoende de kans krijgen te leren.
Worden de groepen wel serieus genomen en kunnen ze zich organiseren op een
manier die past bij de praktijk, dan blijkt ook het beheer succesvoller. |
J.T.

Puspa Ray Khanal en Vishal Narain promoveerden 28 april bij prof. Linden
Vincent, hoogleraar irrigatie en waterbouwkunde.

Re:ageer