Wetenschap - 19 april 2007

Iraanse boeren hebben weinig aan voorlichters

De landbouw en de landbouwvoorlichting in Iran zijn de afgelopen decennia flink veranderd. Voorlichters staan echter nog steeds te ver af van de praktijk, zegt promovendus Karbasioen, en ze richten zich te weinig op de behoeften van boeren.

De opzet van de landbouwvoorlichting in Iran stamt uit de dagen van de Shah, die begin vorige eeuw het Amerikaanse model van landbouwvoorlichting overnam. Dat hield onder andere in dat boeren landbouwcursussen kregen. Maar die cursussen stonden vaak ver af van hun realiteit. Na de islamitische revolutie in 1979 werd de landbouwvoorlichting meer op boeren gericht. Maar nog niet genoeg, concludeert Karbasioen.
De Iraanse promovendus deed bij de leerstoelgroep Educatie- en competentiestudies onderzoek naar de landbouwvoorlichtingsdienst in de provincie Esfahan, Iraans belangrijkste tuinbouwgebied. Hij onderzocht welke kennis en vaardigheden de opleiders van die dienst nodig hebben om boeren goed voor te kunnen lichten.
Karbasioen vroeg boeren naar hun beleving en verwachtingen van voorlichting. Die bleek onvoldoende rekening te houden met verschillen tussen de doelgroepen. Het maakt veel uit of dat mannen zijn of vrouwen, en kleine of grote boeren. Ook hadden oudere boeren andere verwachtingen dan jongeren. De opleiders misten verder kennis en vaardigheden die de boeren wel van hen verwachten, zoals kennis van overheidsbeleid of over het gebruik van kunstmest en gewasbeschermers. Bovendien was het kennisaanbod van het landbouwministerie te technologisch. Irrigatie door leidingen onder druk kan de meerderheid van de kleine boeren zich bijvoorbeeld niet veroorloven.
Het vele geld dat in voorlichting wordt geïnvesteerd levert daardoor weinig op. De kloof tussen voorlichting en praktijk is wel verklaarbaar, zegt Karbasioen. De landbouwvoorlichting had net als andere overheidsdiensten in Iran te lijden onder politieke wisselingen. Elke nieuwe landbouwminister, zo iedere vier jaar, vervangt alle topambtenaren en voert een heel ander beleid dan zijn voorganger. Dat medewerkers van de voorlichtingsdienst dan weer iets heel anders moeten gaan doen, demotiveert, zeker in combinatie met het lage loon. Bovendien worden medewerkers onvoldoende geselecteerd op capaciteiten, en meer op hun goede contacten met de baas.
Karbasioen beveelt aan om dat in de eerste plaats te veranderen. Verder zouden opleiders geschoold moeten worden om voorlichting te geven aan specifieke doelgroep, zodat er gespecialiseerde voorlichters komen voor bijvoorbeeld vrouwen, oudere boeren of arme boeren. / Joris Tielens

Mostafa Karbasoun promoveert op 20 april bij prof Martin Mulder, hoogleraar Educatie- en competentiestudies.

Re:ageer