Wetenschap - 5 juli 2001

Ir. Ben ten Hag, Praktijkonderzoek Plant en Omgeving

Ir. Ben ten Hag, Praktijkonderzoek Plant en Omgeving

'Lelystad is een dijk van een stad'

De Flevopolder ligt loom onder de hittedeken van plotseling dertig graden. Desondanks een verademing, die rust en stilte na het gejakker op de snelwegen. Wat een ruimte, op weg naar Lelystad, naar Praktijkonderzoek Plant en Omgeving (PPO). Bij sector Akkerbouw, vollegrondsgroente en groene ruimte, het voormalig proefstation Akkerbouw, deed oud-Wageninger ir. Ben ten Hag bijna dertig jaar onderzoek en twintig jaar lang is hij 'teamleider' geweest, zoals hij het zelf noemt. Nu krijgt hij de gelegenheid om via een 55-plusregeling op te stappen.

"Ik ben bijna 61. Laat jonge mensen het nu maar overnemen. Ik moet enorm inhalen op het priv?-gebied, want daar was steeds veel te weinig tijd voor," bekent hij. "Ook al omdat ik heel veel vrijwilligerswerk heb gedaan." Daar ontving Ten Hag onlangs een koninklijke onderscheiding voor: ridder in de orde van Oranje Nassau. Want Lelystad dankt Ben ten Hag niet alleen zijn grote inzet op wetenschappelijk gebied - jarenlang onderzoek aan graan en ma?s - ook ijverde hij voor het totstandkomen van parochie en de bouw van een katholieke kerk, zodat de diensten niet meer plaats hoeven te vinden in een voormalig pakhuis van Albert Heijn.

"Lelystad is een dijk van een stad!" stelt Ten Hag met overtuiging vast. "Ik heb hier veel vrienden gekregen en wil hier nooit meer weg. Nu alleen nog die spoorlijn naar Zwolle!"

Hij komt uit Twente, waar zijn ouders een boerderij hadden. Na de Mulo studeerde hij in de avonduren en werkte gedurende twee jaar op de boerderij nadat zijn vader was gestorven. Na de Hogere Landbouwschool werd het Wageningen.

Ten Hag koos bewust voor granen en ma?s en niet voor de handelsgewassen als vlas, koolzaad, graszaad en karwijzaad, die tegenwoordig bij de jongere studenten in trek zijn. "Ik viel met mijn neus in de boter, want de eerste proeven op het gebied van bestrijding van ziekte in granen waren net begonnen. Daar hebben we hard aan gewerkt. Het resultaat was dat we van vijf- naar tienduizend kilo tarwe opbrengst per hectare gingen! Ik werd naar Brazili? gestuurd om daar de Nederlandse kolonie (boeren die in de jaren vijftig waren ge?migreerd) te helpen met hun graan- en ma?sproblemen. Daar kregen ze maar zeshonderd kilo per hectare opbrengst. Waar lag dat aan? Werd het opgevreten? Waren er ziektes? Ma?s was toen nog een 'aangewas'. Niemand wist dat het later zo'n grote vlucht zou nemen.

Toen ik begon, hadden we in Nederland 1500 hectare voederma?s, nu 250.000 hectare. De productie stond toen nog in de kinderschoenen. Er waren een heleboel vragen. Zaad dat niet wilde ontkiemen bijvoorbeeld. Moet je oogsten als het nat is of juist niet? Is er te veel stikstof? Zit er een beestje op? Hoe bestrijd je dat beestje? Dat vereiste allemaal onderzoek."

"In 1974 kwam ik naar Lelystad. Als onderzoeker was dat grandioos," vertelt Ten Hag een beetje nostalgisch. "Midden tussen die boeren, die gretig hun info kwamen halen. We hadden tien proefboerderijen in Nederland en 's zomers kwamen de boeren op excursie. 's Winters werden er lezingen georganiseerd; studie-voorlichtingsdagen, vaak 's avonds nog in het dorpscaf?. Daar werd hevig gediscussieerd. Ze zagen ons niet als wetenschappers, nee, wij wisten van de praktijk. Ik moest zelfs de Gouden Kolf uitreiken op de Ma?s-Olympiades in Twente."

"Tijdens de lezingen zaten de zalen vol. De boeren waren genteresseerd in de oplossingen die wij voor hun problemen konden aandragen. Ze gingen met 'opbrengst' weer naar huis. De laatste tien jaar zijn het niet meer de concrete problemen die de aandacht vragen, maar: hoe 'doe' je biologische landbouw? Hoeveel bemesting? Dat betreft allemaal groot onderzoek, dus die boer voelt zich veel minder aangesproken; dat zijn meer beleidsmatige verhalen en niet hoe-ie aardappelen moet telen. Bovendien: de boer heeft ook internet, hij kan ook het vliegtuig pakken om in Engeland te gaan kijken hoe ze het daar doen. Want dat beeld van die drijfmestkar, die de media steeds brengen, is al lang verleden tijd."

Wat hij eerst met granen en ma?s deed, deed Ten Hag de laatste twintig jaar voor ?lle akkerbouwgewassen. "De laatste jaren deed ik ook onkruidbeheer - bestrijding vind ik geen goed woord. De innovatieve mechanische onkruidbeheersing. Met veel minder chemische bestrijdingsmiddelen; het ADS-programma (Aangepaste Doserings Systeem). Dus meer aandacht voor het milieu. Ja, het was een geweldige tijd hier. Maar nu ga ik alles echt loslaten. Ik word binnenkort ook nog opa!"

Lydia Wubbenhorst

Graanspecialist ir. Ben ten Hag zag tijdens zijn loopbaan de graanopbrengsten verdubbelen.

Foto Guy Ackermans

Re:ageer