Organisatie - 15 november 2012

Intrinsieke waarde

Mij spreekt de blomme een tale, dichtte Guido Gezelle zo'n anderhalve eeuw geleden. Prachtig, maar voor velen zal het klinken als een boodschap uit een andere wereld.

5-Joop-moog-9423.jpg
Tegenwoordig gaat het in onze omgang met de natuur vooral om de vruchten die we ervan kunnen plukken, om de gebruikerswaarde ervan. In lelijk jargon spreken we van ecosysteemdiensten. Daarmee zijn we terug bij de opvattingen van de Oude Grieken. Zo poneerde Aristoteles dat alles in de natuur ten dienste staat van de mens. Hoe is het in onze tijd met de intrinsieke waarde van natuur?
Die is er natuurlijk wel, de natuur laat ons niet koud. Iedereen kent, denk ik, wel het gevoel van teleurstelling als hij ontdekt dat het fraaie bosje bloemen op tafel tijdens een etentje van plastic blijkt te zijn. Mensen en natuur. In Duitsland werd in 1945 (!) in de nieuwe grondwet opgenomen dat de menselijke waarde unantastbar is, onschendbaar. Nu is het onmogelijk onschendbaarheid aan de natuur te kennen, zeker aan individuele planten en dieren (we zouden geen krop sla meer kunnen eten), maar ergens zit er wel een kern in dit begrip. Eddy Weeda stelt dat we ruimte moeten scheppen voor onze medebewoners op aarde. Dat vind ik mooi gezegd. Wie zijn wij dat wij hen die plek ontnemen?
Intrinsieke waarde heeft ook met respect te maken. De indianen in Amerika vroegen om begrip als ze het mes in een dier staken, maar wat moeten wij zeggen tegen een plofkip in de supermarkt? Of tegen een doosje vissticks met op de verpakking een glimlachende kapitein Iglo? 

Re:ageer