Student - 13 april 2016

Inspectie schrikt van kansenongelijkheid in onderwijs

tekst:
Hoger Onderwijs Persbureau
3

De Inspectie van het Onderwijs maakt zich zorgen: kinderen van laagopgeleide ouders gaan in Nederland steeds minder vaak studeren dan kinderen van hoogopgeleide ouders.

Beeld: Guy Ackermans

Het kind van een arts komt makkelijker op een hogeschool of universiteit terecht dan het kind van een stratenmaker. Ook als ze allebei even slim zijn. Dat probleem is niet uniek voor Nederland, erkent de Onderwijsinspectie, maar de ongelijkheid is hier groter dan in andere landen en neemt bovendien in rap tempo toe. 

In 2008 kwam nog zeventig procent van de kansarme leerlingen en 72 procent van de niet-kansarme leerlingen uiteindelijk in het hoger onderwijs terecht. In 2015 was dat verschil groter, waarschuwt de inspectie in het zojuist verschenen rapport ‘De Staat van het Onderwijs’. Toen ging zestig procent van de kansarme leerlingen studeren tegen 69 procent van de niet-kansarme kinderen.  

Ongelijkheid is niet uniek voor Nederland maar is groter dan in andere landen en neemt in rap tempo toe.

De Onderwijsinspectie doet in principe geen politieke uitspraken, maar inspecteur-generaal Monique Vogelzang schrijft in het voorwoord van het verslag dat ze ‘schrok van de verschillen in kansen’.  

Probleem

Het probleem valt niet zo een-twee-drie op te lossen, vreest de inspectie. Al op de basisschool krijgen leerlingen van laagopgeleide ouders vaker een lager advies dan de eindtoets uitwijst, terwijl kinderen van hoogopgeleide ouders juist vaker een hoger advies krijgen van de leerkracht. Die verschillen zijn de afgelopen jaren bovendien toegenomen.

Eenmaal op de middelbare school sturen hoogopgeleide rijke ouders hun kinderen vervolgens vaker naar bijlesklasjes en examentrainingen, het zogeheten ‘schaduwonderwijs’, en regelen ze vaker een medische indicatie als hun kinderen niet mee kunnen komen.

Ook de toenemende selectie in het hoger onderwijs zorgt voor ongelijkheid. Er gaan minder leerlingen van het mbo naar het hbo omdat die route moeilijker is gemaakt, en ook de doorstroom vanuit het hbo naar het wo stokt. Die maatregelen pakken ongunstig uit voor laatbloeiers en dat zijn vaak studenten met lager opgeleide ouders.

Eenmaal op de middelbare school sturen hoogopgeleide rijke ouders hun kinderen vervolgens vaker naar bijlesklasjes en examentrainingen

Daarnaast stellen steeds meer opleidingen een numerus fixus in. In 2014 was grofweg een derde van de universitaire eerstejaars en een kwart van de hbo-eerstejaars geselecteerd voor zijn opleiding. Vijf jaar eerder was dat nog 25 en 19 procent.

De Onderwijsinspectie waarschuwt voor zelfselectie: opleidingen die een numerus fixus aankondigen trekken onmiddellijk minder mannen en niet-westerse allochtonen, terwijl het aantal studenten met hoge eindexamencijfers juist toeneemt. De inspectie is bang dat sommige leerlingen onterecht vrezen dat ze niet goed genoeg zijn om te worden toegelaten.

De Staat van het Onderwijs’ verschijnt elk jaar. Het is een lijvig rapport met feiten en cijfers over het Nederlandse onderwijs.

Re:acties 3

  • J Kalsbeek

    Het onderwijs in wat voor een vorm dan ook zou voor iedereen gratis moeten zijn. Natuurlijk wel met restricties, zoals volgen van alle lessen, controle op huiswerk, minimaal gemiddelde van de cijfers per kwartaal. Zoniet dan kan je de opleiding niet afmaken. Dan heeft iedereen de mogelijkheid om te studeren.

    Reageer
  • Broer Konijn

    @Graskaas
    Lekker makkelijk weer populistische kreten uitkramen. Ik vind dat altijd zo'n kul argument wat je aandraagt. Het lijkt me zeker waar dat laag opgeleide ouders hun kinderen eerder zullen ontmoedigen om te gaan studeren, simpelweg omdat het woordje "lening" direct geassocieerd wordt met slecht, niet doen. Ik denk dat een stukje voorlichting en praktijkvoorbeelden over dat studeren, een bijbaantje, een leuk leven en een studiefinanciering via lening prima samen kunnen gaan.

    N=1, maar mezelf als voorbeeld nemend heb ik een fantastische studententijd gehad praktisch zonder bijdrage van mijn ouders (al hebben ze het breed zat). Ze vonden dat ik in mezelf moest investeren en daar kon ik het mee doen. Tuurlijk heb ik een schuld opgebouwd inmiddels, maar die is prima te overzien en al helemaal met de nieuwe terugbetaling regels.

    Zo wordt er ook een keer extra nagedacht of je echt die studie wilt gaan doen met een baan perspectief van praktisch nul.

    Ik ben dus niet van mening dat er een kansen ongelijkheid is in het hoger onderwijs(iedereen heeft recht op die studielening), al is er zeker dus wel een probleem dat jongeren met minder vermogende ouders niet zo snel de stap zetten naar het hoger onderwijs. Minder bangmakerij voor een lening en goede voorlichting voor de ouders die hun kinderen het ontmoedigen omdat ze geloven dat de financiële lasten voornamelijk bij hun liggen.

    Reageer
  • Graskaas

    Een arts heeft wat meer geld om z'n kinderen te laten studeren dan een stratenmaker. Heeft misschien wel te maken met afschaffen van de basisbeurs enzo! Hop, 100 jaar terug in de tijd. Studeren voor de elite!

    Reageer

Re:ageer