Wetenschap - 1 januari 1970

Insectengif in gemanipuleerde planten doodt coloradokevers

Insectengif in gemanipuleerde planten doodt coloradokevers

Insectengif in gemanipuleerde planten doodt coloradokevers

Aubergines met een gen van de bodembacterie Bacillus thuringiensis (bt) zijn funest voor de schadelijke coloradokever. De natuurlijke vijand van de kever, het lieveheersbeestje Coleomegilla maculata, doet het in een mix van transgenen en niet-transgenen gelukkig prima. Biologische bestrijding is hier dus goed te combineren met biotechnologie, concludeert drs Salvatore Arpaia, die 16 april promoveert bij entomoloog dr Louis Schoonhoven


Coloradokevers vormen een plaag in gewassen als aardappelen en aubergines. Tot voor kort was vrijwel de enige bestrijdingsstrategie het spuiten met insecticiden. Maar sinds een paar jaar is een nieuwe, omstreden strategie in opkomst, namelijk gewassen met resistentiegenen uit de bodembacterie Bacillus thuringiensis (bt) die coderen voor het voor eiwit Cry, dat giftig is voor insecten

De Italiaan drs Salvatore Arpaia concludeert dat transgene aubergines met het insectengif Cry3B goed zijn te combineren met biologische bestrijding van de coloradokever. Het lieveheersbeestje Coleomegilla maculata, dat de eitjes van de coloradokever opeet, wordt niet aangetast door het gif van het bt-gen. Arpaia onderzocht ook het effect van het Cry3B-gif op bestuivers zoals honingbijen, en ook in dit onderzoek vond hij geen resultaat

De coloradokevers lijden - zoals verwacht - wel onder het Cry3B van het bt-gen. De larven gaan na een paar dagen dood omdat het gif de darm aantast. De volwassen mannetjes lijden niet zichtbaar onder het gif; bij de vrouwtjes worden de eierstokken aangetast en daardoor krijgen ze geen nakomelingen. De kevers hebben echter geen afkeer van de transgene plant, want zowel de larven als de volwassen coloradokevers eten ervan. Dit in tegenstelling tot sommige andere insecten, die planten met bt-genen niet lusten

Vluchtzones

Belangrijk bezwaar van de milieubeweging tegen de nieuwe gewassen met bt-genen is dat de insecten snel resistentie tegen de Cry-eiwitten zullen opbouwen. Dit gebeurt alleen op transgene gewassen, niet op niet-transgene. Om de kans op resistentievorming te verkleinen, pleiten landbouwkundigen er al jaren voor dat bij gebruik van transgene gewassen met bt-genen niet-transgene gewassen vluchtzones vormen en dat meerdere bestrijdingsstrategie├źn worden gebruikt. De promovendus berekende met het computermodel PACE dat een mix van tachtig procent transgene en twintig procent niet-transgene planten optimaal is. Twintig procent is aan de ene kant voldoende om resistentie te voorkomen en aan de andere kant niet zo veel dat de opbrengst lager is dan wanneer er alleen transgene aubergines staan

Vervolgens onderzocht Arpaia het fourageergedrag van het lieveheersbeestje C. maculata. Wanneer deze natuurlijke vijand een voorkeur heeft voor hoge dichtheden van zijn prooi, zo vreesde de promovendus, zal een mix van transgene en niet-transgene planten snelle resistentie tegen het Cry-eiwit in de hand werken. Immers: de lieveheersbeestjes vreten dan vooral eitjes op de met kevers dichtbevolkte niet-transgenen, terwijl je die niet-resistente insecten juist wil sparen. Maar dit bleek gelukkig niet het geval. De lieveheersbeestjes eten relatief meer kevertjes wanneer ze in lage dichtheden op de plant zitten. M.H., foto Entomologie

Re:ageer