Wetenschap - 1 januari 1970

Inname foliumzuur veel te laag

Inname foliumzuur veel te laag

Inname foliumzuur veel te laag


Nederlanders krijgen minder foliumzuur binnen dan zou moeten, ontdekte een
Wageningse onderzoeker. Onze voeding bevat twintig procent minder van de
vitamine die de kans op open ruggetjes, depressies, hart- en vaatziekten en
dementie vermindert, dan wetenschappers aanbevelen. En tot overmaat van
ramp is het gros van het foliumzuur in onze voeding ook nog van de
verkeerde soort.

,,De overheid adviseert dat we dagelijks driehonderd microgram foliumzuur
binnenkrijgen’’, zegt ir Alida Melse. ,,Maar volgens mijn onderzoek komen
we niet verder dan 240 microgram.’’ Van die 240 microgram is tweederde ook
nog eens van een moeilijk opneembare soort, ontdekte de aio. ,,Foliumzuur
komt in verschillende vormen voor. Je hebt de vrije variant, die in
supplementen en graanproducten zit. Die neemt het lichaam het makkelijkst
op. Daarnaast heb je in groenten en fruit versies die vastzitten aan een
keten van glutamaten. Hoe langer die keten, des te moeilijker de opname
verloopt.’’
Slechts 66 procent van de gebonden vitamine komt uiteindelijk in de
bloedbaan, ontdekte Melse. Van de toch al krappe 240 microgram in ons dieet
blijft daardoor ongeveer 180 microgram over.
Foliumzuur is nodig voor de celdeling. In hoge concentraties vermindert de
vitamine bovendien de concentratie van het aminozuur homocysteïne.
Onderzoekers hebben een hoge homocysteïnespiegel in verband gebracht met
depressies, hartinfarcten en mentale achteruitgang. Om de spiegel te
verlagen, ontdekte Melse, is echter beduidend meer foliumzuur nodig dan de
driehonderd microgram die wetenschappers adviseren. Volgens de proeven van
de promovenda moet de dagelijkse inname daarvoor met nog eens 400 microgram
– ongebonden – foliumzuur omhoog.
,,Ik zeg niet dat we de inname van foliumzuur zover omhoog moeten
schroeven’’, zegt de aio. ,,Daarvoor moeten we eerst zeker weten dat er
geen negatieve bijwerkingen aan zo’n grote hoeveelheid zitten. Maar een
verhoging tot de aanbevolen driehonderd microgram is wel nodig. Nu we weten
dat het lichaam het gros van de natuurlijke vitamine slecht opneemt, ga je
denken aan het toevoegen van de synthetische vitamine aan voedingsmiddelen.
Ongeveer zoals we ook al jarenlang jodium in keukenzout stoppen.’’ | W.K.

Ir Alida Melse-Boonstra promoveert op 3 september 2003 bij prof. Frans Kok,
hoogleraar Voeding en gezondheid, en prof. Clive West, hoogleraar aan de
Katholieke Universiteit van Nijmegen.

Re:ageer