Wetenschap - 1 januari 1970

Inkomens varkensboeren zwaar negatief

Inkomens varkensboeren zwaar negatief

Inkomens varkensboeren zwaar negatief

De intensieve veehouderij heeft het afgelopen jaar forse inkomensverliezen geleden. Dat blijkt uit het Landbouw-Economisch Bericht van het LEI-DLO. De varkensbedrijven leverden, na twee vette jaren, een ton in op hun vermogen door de lage varkensprijzen; de kippensector maakte geen winst. In de glastuinbouw en bloembollenteelt werd daarentegen royaal verdiend

De werkgelegenheid in de agrarische sector is in 1998 met 3,5 procent gestegen. De groei bestond uit arbeidskrachten van buiten het gezin in de tuinbouw. In de glastuinbouw werkten in 1998 gemiddeld 4,7 niet-gezinsarbeidskrachten. In de melkveehouderij en akkerbouw wordt voornamelijk met gezinsarbeid gewerkt. Die gezinsarbeid nam in gelijke mate af met het aantal bedrijven. Het aantal land- en tuinbouwbedrijven daalde het afgelopen jaar met 2,8 procent tot 105 duizend. Het aantal bedrijven in de intensieve veehouderij daalde met vijf procent het sterkst

Het gemiddelde inkomen in de varkenssector lag vorig jaar op een historisch dieptepunt. Tijdens de varkenspest in Nederland hebben bedrijven in de omringende landen hun productie opgevoerd, waardoor er nu, na het opheffen van de productiestop op veel Nederlandse bedrijven, een overschot aan varkensvlees is. Een typisch uitvloeisel van de varkenscyclus. De prijzen van biggen en vleesvarkens zijn de afgelopen maanden iets in de lift, maar zijn nog onvoldoende om rendabel te produceren

Een meer structurele trend, naast de schaalvergroting, is de toename van het inkomen van buiten het bedrijf in de agrarische sector. De afgelopen twintig jaar zijn deze inkomsten verdubbeld tot 28 duizend gulden per bedrijf in het afgelopen jaar. Met name in de akkerbouw en intensieve veehouderij zijn deze neveninkomsten van belang: zo'n twintig procent van de boeren in deze sectoren verdiende meer dan vijftigduizend gulden per jaar buiten het bedrijf. Daarbij gaat het niet alleen om baantjes; ook inkomsten uit beleggingen en uitkeringen tellen mee

De marges in de landbouw worden steeds kleiner, verklaart drs Gabe Venema van het LEI-DLO. Om zowel de gezinsconsumptie als bedrijfscontinuïteit op peil te houden, is schaalvergroting voor veel bedrijven noodzakelijk. Een beperkt deel van de ondernemers kan de inkomensperspectieven verbeteren door verbreding van activiteiten als natuur en recreatie, meent Venema. Andere ondernemers zullen zich in toenemende mate richten op meer inkomen van buiten het bedrijf. A.S., infographic H.W., foto's G.A

Re:ageer