Wetenschap - 1 januari 1970

Inkomens landbouw blijven laag

Inkomens landbouw blijven laag

Inkomens landbouw blijven laag

Veehouders hebben een karige kerstmis voor de boeg, maar het gemiddelde
inkomen van boeren is het afgelopen jaar ongeveer hetzelfde gebleven als
het jaar ervoor. Dat schat het LEI in haar jaarlijkse raming van inkomens
in de land- en tuinbouw.
Veel pluimveehouders moesten door de vogelpest hun bedrijf een aantal
maanden stopzetten, wat zorgde voor grote verliezen. Maar ook
vleeskuikenhouders die niet direct te maken kregen met maatregelen rond de
vogelpest, hadden een negatief inkomen door lage opbrengstprijzen. De
prijzen van eieren zijn echter door de vogelpest ongekend hoog geweest.
Leghennenhouders, waarvan het bedrijf niet werd geruimd, zagen daardoor hun
inkomen sterk stijgen, al gaat het daarbij om minder dan de helft van de
bedrijven. Varkenshouders moesten opnieuw interen op hun vermogen, voor
zover ze dat na jarenlange negatieve inkomens nog hebben. Melkveehouders
verdienden minder dan vorig jaar door de lage melkprijs.
Goed nieuws is er voor de akkerbouwers. Door droogte in Europa deden
concurrenten elders het minder goed en stegen de opbrengstprijzen, waardoor
het inkomen van Nederlandse akkerbouwers steeg. Dat geldt ook voor sommigen
in de glastuinbouw, zoals potplantentelers. Maar bijvoorbeeld bloementelers
verdienden weer minder. De opbrengstprijzen in de glastuinbouw verschillen
sterk tussen de producten, zo ook de inkomens van daarop gespecialiseerde
bedrijven.
De productiewaarde van de land- en tuinbouw in zijn geheel komt dit jaar
met ongeveer twintig miljard euro op hetzelfde niveau als vorig jaar. Een
zeer lichte daling van het volume wordt gecompenseerd door een even lichte
stijging van de opbrengstprijzen. Het aantal bedrijven nam opnieuw sterk
af, ook door de matige resultaten in voorgaande jaren. Doordat de inflatie
afnam kon de koopkracht per bedrijf dit jaar wel gemiddeld licht
verbeteren. |
J.T.

Re:ageer