Wetenschap - 11 januari 2007

Inhaalrace nodig voor kaderrichtlijn

Op 1 januari 2009 moet Nederland in Brussel plannen indienen om te voldoen aan de kwaliteitseisen die de Europese Kaderrichtlijn Water stelt aan het oppervlaktewater. Daar is nu onvoldoende kennis voor, vinden Wageningse onderzoekers. Daarom is het beter om het onderzoek nu te richten op 2015, als Nederland naar Brussel moet onderbouwen waarom bepaalde doelen wel of niet zijn gehaald en welke aanvullende maatregelen nodig zijn.

De maatregelen die Nederland moet nemen om te voldoen aan de kaderrichtlijn zijn ingrijpend, zowel financieel als maatschappelijk. De maatregelen kosten tussen de vier en 28 miljard, en in 2003 concludeerde Alterra in de studie Aquarein dat twee derde van de landbouw zou moeten verdwijnen. Projectleider ir. Frank van der Bolt was toen de eerste om te nuanceren dat het hier om een snel uitgevoerde, beperkte en verkennende studie ging, die vooral duidelijk maakte hoeveel er aan kennis ontbrak.
Nu hebben ir. Dorothee Leenders en dr. Cees Kwakernaak een inventarisatie gemaakt van twintig projecten binnen Wageningen UR waarin aan die in 2003 al geconstateerde kennislacunes wordt gewerkt. Het boekje presenteert een brede waaier aan onderzoek, van de uitspoeling van zware metalen, een monitoringssysteem van herstelprojecten, onderzoek naar de maatregelen die melkveehouders kunnen nemen om de nutriƫntenstroom te verminderen, tot het experiment in Lankheet met rietvelden om water te bergen en te zuiveren.
Het ontbreekt vaak aan harde gegevens, omdat het bij water altijd gaat om systemen. In Aquarein werd bijvoorbeeld als referentie voor Nederlandse watersystemen in bossen de gegevens van Poolse bossen gebruikt. Daarop was veel kritiek, en Van der Bolt en Kwakernaak geven toe dat zulke verschillende watersystemen niet zomaar met elkaar te vergelijken zijn. Maar wil Nederland de veelal ecologische doeleinden van de kaderrichtlijn halen in 2015, dan zullen zulke referentietypen wel moeten worden gebruikt om de na te streven doelen te bepalen. En dat is zeer ingewikkeld.
Er is ook gebrek aan kennis die nodig is om te bepalen welke maatregelen tot welke effecten leiden. Van der Bolt: 'We lopen er nu tegenaan dat we veel effecten van de maatregelen niet kennen. Bij een bufferzone hanteert het ene waterschap een effect van vijf procent, terwijl een ander waterschap twintig aanhoudt.'
De onderzoekers pleiten voor het opzetten van een kennissysteem, waarin deze kennislacunes worden opgelost. Daarmee moet in 2015, als Nederland aan de Europese Unie duidelijk moet maken of de kwaliteit van het oppervlaktewater is verbeterd, voldoende kennis beschikbaar zijn om op een volwaardige manier te kunnen onderbouwen welke maatregelen tot welke effecten hebben geleid en waarom de doeleinden wel of niet zijn gehaald. Nederland moet dan ook kunnen verantwoorden welke aanvullende maatregelen nodig zijn en wanneer welke doelen gerealiseerd kunnen worden, en ook daarvoor moet die kennis voldoen.
De wetenschappers hebben dus een inhaalrace voor de boeg. Van der Bolt: 'In 2009 lukt het niet, daarom moeten we nu al toewerken naar de volgende harde deadline van 2015.' Kwakernaak: 'Het moet nu echt gebeuren. Als het in 2015 niet goed is, worden we keihard afgerekend door Brussel. De kaderrichtlijn is een resultaatverplichting, dus het vrijblijvende is er nu af.'

Re:ageer